Naar inhoud

Terug naar het overzicht

5-01-12 Bedrijfswagens: een update!

Wanneer een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer, en dat deze laatste hiermee privé verplaatsingen mag uitvoeren, ontstaat er een (belastbaar) voordeel van alle aard in hoofde van de werknemer.

Ook de werkgever zal in de vennootschapsbelasting en BTW hierop belast worden. In dit artikel wordt enkel ingegaan op de fiscale gevolgen aan werknemerszijde.

Het regeerakkoord dat nu goedgekeurd is, verandert eens te meer de criteria op basis waarvan het voordeel van alle aard berekend moet worden. Behalve de ecologische CO2-factor, zal nu ook de kostprijs van de wagen het voordeel van alle aard beïnvloeden.

Opgepast: deze regels zijn sinds 1 januari 2012 van toepassing.

Cataloguswaarde

De eerste factor in de formule is de “cataloguswaarde”. Hieronder wordt verstaan: de gefactureerde waarde, inclusief BTW en opties, maar exclusief kortingen, verminderingen, afslagen en ristorno’s.

Ook dient men ons inziens de reeds gevestigde regel toe te passen volgens dewelke opties die door de werknemer zelf gefinancierd worden, niet moeten meegerekend worden in de cataloguswaarde, aangezien de werknemer geen voordeel geniet. De vraag is dan wel of de werknemer de eigen gefinancierde opties nog mag aftrekken van het fiscale voordeel in het jaar van betaling ervan.

De verantwoording van de wetteksten voorziet dat deze regel van toepassing is zowel op nieuwe wagens, tweedehandswagens en leasing wagens. Wat de eerste twee type voertuigen betreft, anticiperen we weinig toepassingsmoeilijkheden: er wordt een factuur opgesteld en de cataloguswaarde is daaruit af te leiden.

Voor leasingwagens ligt het iets moeilijker. Een wagen onder leasing wordt gehuurd, niet gekocht. Daarom dat er op leasingcontracten verschillende cijfers opgenomen zijn: aan de ene kant een referentiecatalogusprijs en aan de andere kant een maandelijkse huurprijs die de kostprijs van de wagen, verzekeringskosten, onderhoudskosten, … omvat. Aangezien de wetteksten het over gefactureerde waarde hebben & over catalogusprijs, kan men zich afvragen welke van de twee bedragen in aanmerking genomen moeten worden. Ons inziens moet men op basis van de referentiecataloguswaarde in het leasingcontract het voordeel berekenen.

We hebben hierna een aantal voorbeelden uitgewerkt om de verschillende gevallen te illustreren.

Nieuwe wagen

Tweedehandswagen

Leasingwagen

  • Prijs excl. BTW: 20.000 €
  • Optiepakket excl. BTW: 1.500 €
  • BTW op 21.500 €: 4.515 €
  • Commerciële korting van 15%: -3.902,25 €
  • TOTAAL factuur: 22.112,75 €
  • Prijs excl. BTW: 12.500 €
  • Optiepakket excl. BTW: 937,5 €
  • BTW op 13.437,5 €: 2.821,88 €
  • TOTAAL factuur: 16.259,38 €
  • Referentiecatalogusprijs excl. BTW: 20.000 €
  • Optiepakket excl. BTW: 1.500 €
  • BTW op 21.500 €: 4.515 €
  • Maandelijkse leasingkost op 48 maanden: 600 €
  • TOTAAL leasing op 48 maanden: 28.800 €

Cataloguswaarde? 20.000 + 1.500 + 4.515 = 26.015 €

Cataloguswaarde? 12.500 + 937,5 + 2.821,88 = 16.259,38 €

Cataloguswaarde? 20.000 + 1.500 + 4.515 = 26.015 €

Opmerking: deze bedragen zijn louter indicatief en zijn enkel gebruikt om te illustreren hoe men de juiste cataloguswaarde kan bepalen volgens type wagen.

Veel kan ook afhangen hoe de vermelding op de factuur gebeurt: indien eventuele systematische kortingen niet apart vermeld worden, maar reeds automatisch in de catalogusprijs verwerkt worden, zal men deze korting wel kunnen verwerken in de te gebruiken cataloguswaarde.

Wat er ook van zij: om Acerta in staat te stellen de berekening van het voordeel van alle aard correct uit te voeren, zullen werkgevers voortaan deze bedragen moeten delen met hun sociaal secretariaat.

CO2-uitstoot

De tweede factor is een oude bekende. Inderdaad, ook in de huidige formule wordt deze waarde ook reeds gebruikt. Maar in tegenstelling tot de huidige formule, bepaalt de CO2-uitstoot enkel een coëfficiënt; de CO2-waarde wordt niet als dusdanig in de formule opgenomen.

Die CO2 coëfficiënt ziet er als volgt uit:

Dieselmotor

Benzinemotoren

< 80 g/km

4%

< 100 g/km

4%

80 – 220 g/km

4% + 0,1% per 1 g/km hoger dan 80 g/km

100 – 240 g/km

4% + 0,1% per 1 g/km hoger dan 100 g/km

> 220 g/km

18%

> 240 g/km

18%

Er wordt nog met geen woord gerept over elektrische motoren. Wel valt te verwachten dat elektrische voertuigen, met een CO2-uitstoot van 0 g/km ook de minimumcoëfficiënt van 4% zullen moeten toepassen.

Concrete formule

Dit alles brengt ons tot de volgende formule voor de berekening van het belastbaar voordeel van alle aard op jaarbasis.

Cataloguswaarde x CO2-coëfficiënt x 6/7

Per maand zal dan 1/12e van dit bedrag opgenomen worden als maandelijks voordeel van alle aard.

Algemeen wordt aangenomen dat deze nieuwe formule tot een verhoging van het voordeel van alle aard zal leiden. Toch is dit niet noodzakelijkerwijze het geval: door het feit dat de afstand woon-werkverkeer wegvalt, kan het zijn dat werknemers ineens een kleiner voordeel zullen hebben. Anderzijds weegt de kostprijs van de wagen nu zwaar door.

Klik hier voor de berekeningstool.

Wat met eigen bijdragen?

Het gros van de werkgevers met een bedrijfswagenpark, voorzien eigen werknemersbijdragen uit het nettoloon voor het privé gebruik van de bedrijfswagen. Hierdoor betaalt de werknemer voor het privé gebruik van de bedrijfswagen en daalt het belastbaar voordeel met de corresponderende eigen bijdrage van de werknemer.

In principe staat deze bijdrage los van het fiscale voordeel: het bedrag kan lager of hoger zijn dan het werkelijke fiscale voordeel van alle aard; dit kan vrij door de werkgever bepaald worden in zijn car policy.

Maar vaak zal deze eigen bijdrage geënt zijn op het fictieve fiscaal voordeel van alle aard.  Een wijziging in de formule voor de berekening van het fiscaal voordeel van alle aard, houdt logischerwijze ook een aanpassing in van de eigen bijdragen van de werknemer.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken.

Een werknemer woont op minder dan 25 km van zijn werk. De CO2-uitstoot van zijn  dieselvoertuig bedraagt 129 gr en het voertuig was aangekocht voor 22.500 euro inclusief BTW en opties. De bijdrage was geënt op het fictieve fiscaal voordeel van alle aard. De vaststelling voor het jaar 2011 gebeurde als volgt: 5.000 km x 129 gr x 0,00237 = 1.528,65 euro per jaar, hetzij 127,39 euro per maand. Betaalt de werknemer niets, dan wordt hij belast op die 127,39 euro. Indien de werknemer een eigen bijdrage van 127,39 euro per maand voor zijn voertuig betaalde, is er geen belastbaar voordeel meer.

Vanaf 1 januari 2012 blijft het principe van toepassing dat de bijdrage van de werknemer gebaseerd blijft op het vaststellen van de berekening van het fiscaal voordeel. Dan geldt als nieuw voordeel: 22.500 euro x 8,9 % x 6/7 = 1.716,43 euro. Per maand is dit 143,04 euro. Op dit bedrag wordt de werknemer belast. Wanneer hij deze 143,03 euro vanaf 1 januari 2012 als eigen bijdrage betaalt, dan is er evenmin een belastbaar voordeel.

Wordt vanaf 1 januari 2012 niet langer het principe toegepast dat de bijdrage van de werknemer vastgesteld wordt op basis van het fiscaal voordeel van alle aard, en wordt hem een bijdrage gevraagd gebaseerd op een andere rekenregel, dan is het mogelijk dat de werknemer toch nog belastingen moet betalen op de auto. Blijft het bedrag in het voorbeeld 127,39 euro per maand, dan blijft er voor deze werknemer in dit voorbeeld nog een belastbaar voordeel over van (143,03 euro – 127,39 euro = )15,64 euro per maand.

Geen wijziging qua RSZ

Bovenstaande wijzigingen betreffen enkel het fiscaal luik.

Op RSZ-vlak blijven de huidige regels van toepassing, nl. een vrijstelling van werknemersbijdragen en een heffing van een patronale solidariteitsbijdrage. Meer informatie hierover kan u lezen in ons nieuwsbericht van 6 december 2011.

Wat doet Acerta?

Elke werkgever van het sociaal secretariaat zal een bericht ontvangen waarin gevraagd wordt de cataloguswaarde van de bedrijfsvoertuigen mee te delen en de eigen bijdrage van de werknemer.

Later dit jaar ontvangen de werkgevers deze bedragen nog eens, ter controle, zodat er geen misverstand over deze sommen kan bestaan.

Het is zeer belangrijk dat de cataloguswaarde en, wanneer de bijdrage van de werknemer op een andere manier vastgesteld wordt dan het voordeel van alle aard, het bedrag van de bijdrage dat de werknemer moet betalen, aan ons doorgeven. Zonder deze gegevens is het onmogelijk om op een correcte manier de bedrijfsvoorheffing te bepalen. Bedrijfsvoorheffing laattijdig of niet betalen, geeft aanleiding tot niet te onderschatten boetes en nalatigheidsinteresten, hetgeen iedereen toch wil vermijden…

Home
Nieuws
Infobank
Acerta Tools
Sectorale akkoorden
Modeldocumenten
Publicaties en kennisdatabanken
Gratis publicaties
Berekeningen en simulaties
Checklists
Bedragen
Verplichtingen werkgever
Aangiften
Mediwe medische controles
Sociale Verkiezingen 2012
Aanbod
Starters
Zelfstandigen en vrije beroepen
Boekhouders en accountants
KMO
Grote ondernemingen
Social Profit
Publieke Sector
Acerta Port & Logistics
Kinderbijslag werknemers
Over Acerta
MyAcerta