21-04-10 De bijdragen op de aanvullende vergoeding brugpensioen
- De werknemersbijdrage
- Werkgeversbijdrage voor de nieuwe brugpensioenen in de profitsector
- Werkgeversbijdrage voor de non-profitsector
De werknemersbijdrage
De werkgever houdt op de aanvullende vergoeding brugpensioen een werknemersbijdrage van 6,5 % in, die berekend wordt op de aanvullende vergoeding en op het theoretisch maandbedrag van de werkloosheidsuitkering samen. Het theoretisch maandbedrag van de werkloosheidsuitkering is gelijk aan het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering vermenigvuldigd met 26.
Voor een deeltijdse werknemer die volledig werkloos is geworden, wordt het bedrag van de halve werkloosheidsuitkering vermenigvuldigd met het aantal halve uitkeringen per week, vermenigvuldigd met 4,33.
Deze inhouding mag niet tot gevolg hebben dat de aanvullende vergoeding en de werkloosheidsuitkering samen lager uitkomt dan 938,50 euro per maand voor werknemers zonder gezinslast, of 1.130,44 euro voor werknemers met gezinslast. (Basisbedragen)
Voor de duur van werkhervatting bij een andere werkgever of als zelfstandige (= type 1), moet geen inhouding gebeuren. Per gewerkte dag, omgezet naar de 6-dagenweek, mag in de betrokken kalendermaand 1/26'ste vrijgesteld worden van de inhouding.
Bij een werkhervatting bij de debiteur van de aanvullende vergoeding (= type 2) wordt de aanvullende vergoeding beschouwd als loon.
Werkgeversbijdrage bij brugpensioen ingegaan voor 1 april 2010 en/of ontslag betekend voor 16 oktober 2009. Indien het brugpensioen inging voor 1 april 2010, en/of het ontslag betekend werd voor 16 oktober 2009, liggen de werkgeversbijdragen lager en evolueren zij mee met de leeftijd van de bruggepensioneerde.
| Leeftijd bruggepensioneerde | Werkgeversbijdragen (op de aanvullende vergoeding) | Minimumbijdrage (maand) |
|---|---|---|
| < 52 jaar | 30 % | 25 euro |
| van 52 tot < 55 jaar | 24 % | 25 euro |
| van 55 tot < 58 jaar | 18 % | 25 euro |
| van 58 tot < 60 jaar | 12 % | 25 euro / 18,80 euro |
| vanaf 60 jaar | 6 % | 18,80 euro |
Het minimumbedrag van 25 euro geldt tot en met de maand voorafgaand aan de maand waarin de bruggepensioneerde 60 wordt.
Voor twee categorieën van bruggepensioneerden vanaf 56 jaar geldt bovendien nog de bijzondere compenserende bijdragen van 33 % of 50 % tot zij de leeftijd van 58 jaar bereiken. Voor de "nieuwe" bruggepensioneerden valt deze bijdrage volledig weg
Werkgeversbijdrage voor de nieuwe brugpensioenen in de profitsector
Het percentage van de werkgeversbijdrage op de aanvullende vergoeding blijft constant tijdens het ganse brugpensioen, en is afhankelijk van de leeftijd waarop het brugpensioen ingaat:
| Aanvangsleeftijd brugpensioen | Werkgeversbijdrage (op de aanvullende vergoeding) | Minimumbijdrage (maand) |
|---|---|---|
| < 52 jaar | 50 % | 25 euro |
| van 52 tot < 55 jaar | 40 % | 25 euro |
| van 55 tot < 58 jaar | 30 % | 25 euro |
| van 58 tot < 60 jaar | 20 % | 25 euro |
| vanaf 60 jaar | 10 % | 18,80 euro |
Zoals uit de derde kolom af te lezen, bedraagt de werkgeversbijdrage minimaal 25 euro voor bruggepensioneerden die minder dan 60 jaar oud waren bij de aanvang van het brugpensioen, en minimaal 18,80 euro voor de andere bruggepensioneerden.
Werkgeversbijdrage voor de non-profitsector
Voor de werkgevers uit de non-profitsector (zoals gedefinieerd voor de Sociale Maribel,zie Afdeling 88 en bijkomend de sociale werkplaatsen), zijn de percentages afhankelijk van de leeftijd van de bruggepensioneerde op de laatste kalenderdag van de maand waarvoor de aanvullende vergoeding wordt uitbetaald:
| Leeftijd bruggepensioneerde | Werkgeversbijdragen (op de aanvullende vergoeding) |
|---|---|
| < 52 jaar | 5% |
| van 52 tot < 55 jaar | 4% |
| van 55 tot < 58 jaar | 3% |
| van 58 tot < 60 jaar | 2% |
| vanaf 60 jaar | geen |
Bronnen
Art. 118 - 133 Wet 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (1), B.S. 28 december 2006.
K.B. 29 maart 2010 tot uitvoering van het hoofdstuk VI van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (1), betreffende sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen verschuldigd op brugpensioenen, op aanvullende vergoedingen bij sommige sociale zekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen, B.S. 31 maart 2010.
