12-10-10 Generatiepact / Decava
Op 30 maart 2010 verscheen op deze site reeds een kort overzicht van deze reglementering.
Na een overzicht van de inhoud volgt een meer uitgebreide uitleg.
- I. Werkgeversbijdragen
- II. Werknemersbijdragen
- III. Werkhervatting (geldig voor zowel werkgevers- als werknemersbijdragen)
- IV. Tewerkstelling in het kader van tijdskrediet
I. Werkgeversbijdragen
a. Brugpensioen
Indien u werknemers in dienst heeft gehad waarvan de opzegging van het contract plaats heeft gevonden na 15 oktober 2009 EN waarvan de eerste aanvullende vergoeding in het kader van brugpensioen werd uitgekeerd op 1 april 2010 of later, gelieve dit aan uw payrollbeheerder mee te delen.
De informatie hieronder is ook relevant voor de andere brugpensioeners, niet enkel de nieuwe (zie hierboven).
i. Profit
1. Brugpensioen vanaf 1 april 2010
Voor zover de opzegging of verbreking van de arbeidsovereenkomst met het oog op brugpensioen betekend werd na 15 oktober 2009 en voor zover de werknemer zijn eerste aanvullende vergoeding kreeg vanaf 1 april 2010, is een werkgever de volgende bijdragen verschuldigd. Deze bijdragen worden berekend als een percentage op de aanvullende vergoeding.
| Leeftijd op het ogenblik van het verkrijgen van het recht op aanvullende vergoeding | Percentage berekend op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 50 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 40 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 30 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 20 % |
| 60 jaar of ouder | 10 % |
De hoogte van het percentage wordt vastgesteld op het moment dat de werknemer zijn eerste aanvullende vergoeding ontvangt. Daarna wijzigt dit percentage niet meer. Dus hoe jonger een werknemer met brugpensioen gaat, hoe hoger het percentage dat zijn werkgever voor hem verschuldigd is en hoe langer de periode is waarin de werkgever dit moet betalen.
2. Brugpensioen voor 1 april 2010
Voor alle ‘oude’ brugpensioenen, dit zijn de brugpensioenen die al in voege waren op 1 april 2010 of waarbij de werknemer zijn eerste aanvullende vergoeding ontvangen heeft voor 1 april 2010 of waarbij de werknemer opgezegd of verbroken werd op uiterlijk 15 oktober 2009, is de werkgever een ander percentage verschuldigd.
| Voor elke maand waarin de leeftijd van de werknemer de volgende is | Percentage berekend op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| Jonger dan 52 jaar | 30 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 24 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 18 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 12 % |
| 60 jaar of ouder | 6 % |
Het percentage is dregressief: naarmate de bruggepensioneerde ouder wordt, daalt het percentage.
3. Minimaal
In elk geval is er minimale bijdrage van 25 euro verschuldigd voor bruggepensioneerden jonger dan 60 jaar en 18,80 euro voor bruggepensioneerden ouder dan 60 jaar.
ii. Non-profit
Deze reglementering is van toepassing op de non-profit ondernemingen die behoren tot de sectoren die vallen onder de regeling sociale maribel of die een sociale werkplaats zijn.
NB: een aantal werkgevers aangesloten bij RSZPPL met welbepaalde NACE-codes en enkele met name genoemde ziekenhuizen, komen ook in aanmerking.
Voor het berekenen van de bijdragen voor brugpensioen worden alle werkgevers die ressorteren onder de regeling sociale maribel en ook de sociale werkplaatsen betrokken. Werkgevers die hier toe behoren betalen bij brugpensioen de volgende bijdragen:
| Voor elke maand waarin de leeftijd van de werknemer bedraagt: | Percentage |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 5 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 4 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 3 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 2 % |
De minimale bijdrage bedraagt 6,20 euro voor bruggepensioneerden jonger dan 60 jaar. Eens de leeftijd van 60 bereikt, valt deze bijdrage weg.
iii. Opmerking: de bijzondere compenserende bijdrage
Deze bestaat al enige tijd en blijft onveranderd van toepassing voor werknemers die 56 jaar of ouder zijn, 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen aantonen en in die 33 jaar minstens hetzij 20 jaar prestaties met nachtarbeid hebben gekend hetzij tewerkgesteld zijn geweest door een werkgever die behoort tot het paritair comité van het bouwbedrijf en een attest van de arbeidsgeneesheer hebben dat de ongeschiktheid tot voortzetting van beroepsactiviteit bevestigt.
Deze bijzondere compenserende bijdrage is 50 pct. van de aanvullende vergoeding. Dit wordt 33 pct. wanneer de bruggepensioneerde wordt vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die dit statuut minstens één jaar heeft.
Deze bijdragen zijn niet van toepassing op de bruggepensioneerden, zowel voor de profit als de non-profit sector, waarvan de opzegging of verbreking betekend werd na 15 oktober 2009 en waarvan het brugpensioen ingaat vanaf 1 april 2010. Dit heeft als gevolg dat de bijzonderde compenserende bijdrage na verloop van tijd zal uitdoven.
iv. Ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering
Heeft uw onderneming het statuut van onderneming in moeilijkheden of herstructurering, geef dit dan door aan uw payrol beheerder. Onderstaande tekst laat zien dat er dan verminderde werkgeversbijdragen mogelijk zijn.
1. Ondernemingen in moeilijkheden
a. Wat is een onderneming in moeilijkheden?
Om als onderneming in moeilijkheden in aanmerking te komen, moet die onderneming in de jaarrekeningen van de twee boekjaren die de datum van de aanvraag tot erkenning voorafgaan voor belastingen, een verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening geboekt hebben. Voor het laatste boekjaar moet dit verlies het bedrag van de afschrijvingen en de waardevermindering op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa overschrijden.
Wanneer een onderneming aan deze voorwaarden voldoet, kan ze het statuut ‘onderneming in moeilijkheden’ aanvragen.
b. Gevolgen van het statuut
i. Tijdens de erkenning
De onderneming kan in dat geval van enkele voordelige maatregelen genieten. Niet alleen kan, volgens bepaalde voorwaarden, de minimumleeftijd van de bruggepensioneerden dan zakken tot 50 jaar, zodat er meer werknemers in aanmerking kunnen komen voor brugpensioen, maar ook de opzeggingstermijnen kunnen ernstig ingekort worden en de vervangingsplicht valt weg. Daarnaast moet de werkgever lagere bijdragen betalen voor de werknemers in brugpensioen.
Deze bijdragen zijn de volgende:
| Leeftijd op het ogenblik van de aanvang van het brugpensioen | Bijdragen berekend op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 17,5 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 13,5 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 10 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 6,5 % |
| 60 jaar of ouder | 3,5 % |
Het percentage wordt vastgesteld bij de aanvang van het brugpensioen en blijft gehandhaafd gedurende de periode van erkenning en wel tot het einde van de maand waarin de erkenning een einde neemt.
Ook hier heeft de overheid minimale bedragen vastgesteld. In elk geval is de bijdrage voor een onderneming in moeilijkheden tijdens de periode van erkenning gelijk aan 8 euro. Gaat het om een bruggepensioneerde van 60 jaar, dan is dit 6 euro.
ii. Na de erkenning
Eens de periode van erkenning voorbij is, dan wordt een nieuw percentage vastgesteld. De hoogte van dat percentage is afhankelijk van de leeftijd die de bruggepensioneerde heeft op het einde van de periode van de erkenning. Dat is het moment waarop de bijdragen worden vastgesteld en deze worden later niet meer gewijzigd. De bijdragen zijn de volgende:
| Leeftijd van bruggepensioneerde op het einde van de periode van erkenning | Bijdragen bereken op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 50 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 40 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 30 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 20 % |
| 60 jaar of ouder | 10 % |
Minimaal is de werkgever 25 euro verschuldigd, maar voor 60 jarigen en ouder is dit 18,80 euro.
Opgelet: gaat het om ondernemingen die erkend zijn als onderneming in moeilijkheden voor 15 oktober 2009, dan is de tabel uit I.a.i.2 van toepassing.
2. Onderneming in herstructurering
a. Wat is een onderneming in herstructurering?
Om erkend te kunnen worden als onderneming in herstructurering moet zij hetzij geconfronteerd zijn met tijdelijke werkloosheid van minstens 20 pct. van het totaal aantal dagen van de arbeiders dat werd aangegeven aan de RSZ hetzij collectief ontslag hebben gekend.
Dit statuut kan niet automatisch vastgesteld worden, maar moet aangevraagd worden bij het FOD WASO.
b. Gevolgen van het statuut
i. Tijdens de erkenning
De werkgever van een onderneming in herstructurering kan onder bepaalde voorwaarden de leeftijd laten zakken tot 50 jaar, kan opzeggingstermijnen ernstig inkorten en de vervangingsplicht laten vallen. Ook de werkgeversbijdragen voor brugpensioen verschillen van de gewone bijdragen.
| Leeftijd op het ogenblik van het krijgen van het recht op de aanvullende vergoeding | Bijdragen berekend op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 50 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 40 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 30 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 20 % |
| 60 jaar of ouder | 10 % |
Het percentage wordt vastgesteld bij de aanvang van het brugpensioen en blijft gehandhaafd gedurende de periode van erkenning en wel tot het einde van de maand waarin de erkenning een einde neemt.
Minimaal is de werkgever 25 euro verschuldigd, maar voor 60 jarigen en ouder is dit 18,80 euro.
ii. Na de erkenning
| Leeftijd van de bruggepensioneerde op het einde van de periode van erkenning | Bijdragen berekend op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 50 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 40 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 30 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 20 % |
| 60 jaar of ouder | 10 % |
De minima zijn dezelfde als tijdens de erkenning: 25 euro en voor 60 jarigen en ouder is dit 18,80 euro.
Opgelet: gaat het om ondernemingen die erkend zijn als onderneming in herstructurering voor 15 oktober 2009 of heeft de onderneming voor die datum het collectief ontslag aangekondigd, dan is de tabel uit I.a.i.2 van toepassing.
b. Aanvulling bij werkloosheidsuitkeringen
i. Algemeen
Om met brugpensioen te kunnen gaan, moet een werknemer een bepaalde leeftijd hebben en kunnen bewijzen dat hij een aantal jaren tewerkgesteld is geweest in het statuut van werknemer. Wanneer hij dit bewijs niet kan leveren, wordt hij na ontslag gewone werkloze en heeft hij geen recht op brugpensioen.
Diverse werkgevers willen hun werknemers die niet in aanmerking komen voor brugpensioen toch een vergelijkbaar statuut geven. Zulk een werknemer krijgt dan ook werkloosheidsuitkeringen na ontslag, maar deze keer betaalt de werkgever vrijwillig, niet omdat er een verplichting is, een toeslag.
Op deze toeslag zijn er werkgevers- (maar ook werknemersbijdragen, zie verder) verschuldigd.
Op dit principe heeft de overheid gelijk al een aantal uitzonderingen geformuleerd. Deze bijdragen zijn niet verschuldigd wanneer het gaat om:
- de werknemer genoot de aanvullende vergoeding voor hij de leeftijd van 45 jaar had bereikt
- de werknemer genoot de aanvullende vergoeding voor het eerst voor 1 januari 2006. Bijvoorbeeld: de werknemer werd ontslagen in november 2003 en zijn verbrekingsvergoeding dekte een periode van twee jaar. In november 2005 kreeg hij voor het eerst zijn aanvullende vergoeding
- de werknemer werd ontslagen voor 1 oktober 2005. Werd een werknemer voor deze datum ontslagen en kreeg hij later een aanvulling bij zijn werkloosheidsuitkering, dan blijft deze hoe dan ook vrij van RSZ-bijdragen
- de aanvullende vergoeding wordt betaald aan een werknemer tewerkgesteld bij een werkgever die valt onder het PC voor het stads- en streekvervoer of van één van de Paritaire subcomités van dit PC (PC 328, 328.01, 328.02 of 328)
- de werknemer geniet de aanvullende vergoeding van bij een werkgever die valt onder het PC van de sociale maribel. Deze eindeloopbaanmaatregelen moeten erkend worden door de federale Minister van Werk op vraag van de bevoegde Regering of van de sociale partners die het akkoord getekend hebben
- de werknemer geniet een aanvulling bij zijn werkloosheidsuitkering van een werkgever die valt onder het PC voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs (PC 152 en PC 225)
- de aanvullende vergoeding wordt toegekend op basis van een CAO die reeds van kracht was op 30 september 2005, afgesloten voor onbepaalde duur in de schoot van de NAR of van een Paritair (sub)comité
-
de werknemer geniet deze bijpassing bij zijn werkloosheidsuitkering op basis van een CAO die is gesloten voor bepaalde duur in de schoot van de NAR of van een Paritair (sub) Comité, die al dan niet een bepaling van stilzwijgende verlenging bevat, en de CAO voldoet tegelijk aan de volgende voorwaarden:
- de overeenkomst was reeds van kracht op 30 september 2005 en wordt onderbroken verlengd
- de overeenkomst bleef ongewijzigd: vanaf de eerste verlenging van de overeenkomst na 30 september 2005 noch het bedrag van de aanvullende vergoeding verhoogd (behalve indexering en herwaardering op basis van een coëfficiënt vast te stellen door de NAR), noch de werknemersdoelgroep die er aanspraak op kan maken uitgebreid werden
- de werkloze geniet een aanvulling bij zijn werkloosheidsuitkeringen op grond van CAO nr 46 omdat hij vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar, niet langer kon werken in een regime van ploegen- of nachtarbeid
ii. Profit
Ontslag betekend na 15 oktober 2009 en eerste aanvullende vergoeding verschuldigd vanaf 1 april 2010
Ontslaat een werkgever een werknemer en hij betaalt een aanvulling bovenop de werkloosheidsuitkeringen, dan zijn de volgende bijdragen verschuldigd:
| Leeftijd op het ogenblik van het verkrijgen van het recht op de aanvullende vergoeding | Percentage berekend op de aanvullende vergoeding |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 50 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 40 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 30 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 20 % |
| 60 jaar of ouder | 10 % |
De hoogte van het percentage wordt vastgesteld op het moment dat de werknemer zijn eerste aanvullende vergoeding ontvangt. Daarna wijzigt dit percentage niet meer.
iii. Non-profit
Voor omschrijving van deze ondernemingen: zie I.a.ii.
Ontslag betekend na 15 oktober 2009 en eerste aanvullende vergoeding verschuldigd vanaf 1 april 2010
| Voor elke maand waarin de leeftijd van de werknemer bedraagt | Percentage |
|---|---|
| jonger dan 52 jaar | 5 % |
| 52 jaar en jonger dan 55 jaar | 4 % |
| 55 jaar en jonger dan 58 jaar | 3 % |
| 58 jaar en jonger dan 60 jaar | 2 % |
| 60 jaar of ouder | 1 % |
Het percentage is degressief: naarmate de voormalige werknemer ouder wordt, daalt het percentage.
c. Aanvulling bij tijdskrediet
Wanneer een werknemer met tijdskrediet gaat en de werkgever betaalt hem bij de uitkeringen voor tijdskrediet een aanvullende vergoeding, dan is ook de reglementering Decava van toepassing. Dit houdt in dat er dan ook werkgeversbijdragen verschuldigd zijn.
Deze werkgeversbijdrage is 32,25 pct. van de aanvullende vergoeding. Let wel: de uitzonderingen geldig voor de aanvullende vergoeding bij een werkloosheidsuitkering en opgesomd onder I.b.i zijn hier ook van toepassing. Komt de situatie voor in deze lijst, dan zijn er geen werkgeversbijdragen verschuldigd. Daarnaast zijn die werkgeversbijdragen alleen maar verschuldigd voor zover de betrokken werknemer het werk helemaal onderbreekt om met tijdskrediet te gaan ofwel zijn prestaties reduceert tot de helft van een voltijdse betrekking. Reduceert de betrokkene zijn prestaties tot 4/5 van een voltijdse betrekking, dan is deze Decava-reglementering niet van toepassing en kan de werkgever een aanvulling zelfs vrij van RSZ toekennen.
II. Werknemersbijdragen
a. Percentages
De werknemer moet een inhouding toestaan ingeval van brugpensioen, een bijpassing bij werkloosheidsuitkeringen of uitkeringen tijdskrediet.
Deze inhouding bedraagt 6,5 pct. van het totaal van de sociale uitkering – dit is de werkloosheidsuitkering of uitkering tijdskrediet – en de aanvullende vergoeding.
Ingeval van halftijds brugpensioen of brugpensioen voor 1 januari 1997 (of gelijkgesteld), is dit slechts 4,5 pct.
De berekeningsbasis voor deze inhoudingen wordt gevormd door zowel van de uitkering voor werkloosheid of tijdskrediet en de aanvullende vergoeding het maandbedrag te berekenen. Deze berekeningen zijn zeker niet eenvoudig te noemen.
De inhouding wordt weliswaar berekend op het geheel van het maandbedrag van de uitkeringen en het maandbedrag van de aanvullende vergoeding. Eens dit bedrag is berekend, wordt het ingehouden op de aanvullende vergoeding van de werknemer.
b. Drempel
De (voormalige) werknemer moet de garantie hebben van een minimuminkomen. Om deze reden bestaan er bodembedragen gedefinieerd.
Noch de inhouding van 6,5 pct. noch die van 4,5 pct. mag er toe leiden dat het brutobedrag van zowel de uitkering en de aanvullende vergoeding onder de volgende drempelbedragen komt:
1.274,59 euro per maand wanneer er geen personen ten laste zijn
1.535,27 euro per maand wanneer er personen ten last zijn.
Voor de werknemer die zijn prestaties reduceert tot de helft van een voltijdse tewerkstelling, zijn deze bedragen:
637,30 euro per maand wanneer er geen personen ten laste zijn
767,63 euro per maand wanneer er personen ten laste zijn.
In de situatie van halftijds tijdskrediet wordt alleen rekening gehouden met de aanvullende vergoeding en de uitkering. Het halftijds loon dat de werknemer nog verdient, heeft geen invloed op deze berekeningen.
III. Werkhervatting (geldig voor zowel werkgevers- als werknemersbijdragen)
a. Soorten werkhervatting
Er zijn twee soorten werkhervatting:
Werkhervatting type 1: dit is het hernemen van het werk als loontrekkende of zelfstandige in hoofdberoep bij een andere werkgever dan de werkgever die de werknemer heeft ontslagen. Deze andere werkgever behoort niet tot een groep van werkgevers waartoe de werkgever behoort die het ontslag heeft gegeven.
Werkhervatting type 2: in dit geval herneemt de werknemer het werk bij zijn voormalig werkgever als loontrekkende of zelfstandige in hoofdberoep.
Voor de dagen dat de werknemer het werk hervat zoals bij type 1, zijn er geen werkgevers- noch werknemersbijdragen verschuldigd. Deze berekening gebeurt in de zesdagenweek, waarbij een maand 26 dagen telt, ongeacht het effectief aantal werkdagen in die maand. Het aantal dagen tewerkstelling wordt eveneens uitgedrukt in de zesdagenweek. Om de werkgeversbijdragen te berekenen wordt de aanvullende vergoeding vermenigvuldigd met een breuk waarbij de teller gelijk is 26 verminderd met het aantal arbeidsdagen in de zesdagenweek waarvoor gewerkt werd en de noemer is gelijk aan 26.
Een voorbeeld:
De aanvullende vergoeding bedraagt 400 euro per maand maar de werknemer heeft een week gewerkt.
400 x (26 – 6)/26= 307,69 euro
De werkgeversbijdragen worden berekend op dit geproratiseerde bedrag. De werknemersbijdragen op dit bedrag en de uitkeringen. De bodembedragen worden eveneens geproratiseerd.
Ingeval van werkhervatting type 2 maakt de aanvullende vergoeding deel uit van het loon.
b. De bijdragen bij werkhervatting
i. Bij brugpensioen
De werkgevers en de werknemersbijdragen vallen bij werkhervatting weg, voor zover er geen overeenkomst is die stelt dat de aanvullende vergoeding niet uitbetaald wordt ingeval van werkhervatting.
Is er toch een dergelijke tekst voorhanden, dan verdubbelen zowel de werkgevers- als de werknemersbijdragen voor de periode dat de werknemer uitkeringen geniet. Dit is dus de hele periode waarvoor brugpensioen wordt toegekend!
ii. Bij werkloosheid
Om een vrijstelling van de werkgevers- en werknemersbijdragen te verkrijgen bij werkhervatting voor een werknemer, ouder dan 50 jaar, die gewone werkloosheidsuitkeringen geniet, moet in de overeenkomst die de aanvullende vergoeding toekent, uitdrukkelijk vermeld staan dat de aanvullende vergoeding verschuldigd blijft ingeval van werkhervatting.
Hebben de werkgever en de werknemer dit niet gedaan, en ontbreekt deze clausule, dan verdubbelen de werkgevers- en de werknemersbijdragen. Deze verdubbeling wordt de hele periode toegepast dat de werknemer de uitkeringen geniet, dus vanaf de eerste dag van het ontvangen van de werkloosheidsuitkeringen.
IV. Tewerkstelling in het kader van tijdskrediet
Wanneer de werknemer zijn prestaties gereduceerd heeft tot 50 pct. van een voltijdse tewerkstelling, dan is een vermindering (geen wegvallen) of een verdubbeling van de bijdragen mogelijk.
De bijdragen verdubbelen wanneer de werkgever de werknemer vrijstelt van de halftijdse prestaties.
De werkgeversbijdragen verminderen met 95 pct. voor zover:
- de werkgever de aanvullende vergoeding toekent op grond van een CAO gesloten in een paritair comité of in de Nationale Arbeidsraad
- de werknemer zijn halftijdse betrekking blijft uitvoeren.
Voor het verminderen van de werkgeversbijdragen met 95 pct. is bovendien nog vereist dat:
- de werknemer in tijdskrediet effectief wordt vervangen
- de vervanging op opgenomen in een CAO gesloten in een paritair comité of in de Nationale Arbeidsraad die niet retroactief van toepassing is.
De werknemersbijdragen verminderen met 95 pct. voor zover de eerste twee voorwaarden verwezenlijkt zijn.
