Naar inhoud

Terug naar het overzicht

15-12-10 Het vertrekvakantiegeld bij daling van de tewerkstellingsbreuk of decemberafrekening in 2010

Indien u in 2010 bedienden tewerkstelde wier arbeidsduur gedaald is tijdens dit jaar, dient u op het einde van de maand december samen met de loonberekening, een volledige afrekening van het vertrekvakantiegeld te doen, ook al blijven deze bedienden bij u in dienst. Dit is de decemberafrekening of het vertrekvakantiegeld bij daling van tewerkstellingsbreuk in de maand december. Deze afrekening dient enkel te gebeuren voor bedienden. 

Elke overschakeling naar een lagere tewerkstellingsbreuk zorgt ervoor dat er in december van het jaar van de daling een vertrekvakantiegeld berekend zal moeten worden. Deze decemberafrekening dient te gebeuren ongeacht een eventuele latere stijging, de duur van de daling (vb. 3 weken, 9 maanden,…), de oorzaak van de daling, ongeacht de grootte van de daling (vb. 5%, 10%, 50%,…). Zo zijn de permanente overschakeling naar een lagere breuk, deeltijds ouderschapsverlof, elke deeltijdse schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voorbeelden hiervan.

Voorbeeld

Iemand die op 15 april 2010 van een voltijds arbeidsregime naar halftijds arbeidsregime is overgegaan, krijgt pas een vertrekvakantiegeld uitbetaald voor de verloren vakantierechten in de maand december 2010.

Wat dient u als werkgever te betalen in de maand december van het jaar van de daling 2010?

Saldo vertrekvakantiegeld

De werknemer ontvangt 15,34% van het brutoloon van het vorige vakantiedienstjaar, eventueel verhoogd met een fictief loon voor zover er geen vakantie genomen werd. Dit saldo vertrekvakantiegeld is samengesteld uit: het enkel vakantiegeld en dubbel vakantiegeld dat de bediende te weinig kreeg omdat zijn vakantiegeld door de vermindering van zijn tewerkstellingsbreuk berekend werd op een verlaagd loon.

Het fictief loon is het loon voor de gelijkgestelde periodes tijdens het vakantiedienstjaar. Het fictief loon wordt berekend op basis van het effectief uitgekeerde loon gedurende het vakantiedienstjaar (eventueel een vorig vakantiedienstjaar bij gebreke van loon). Het is gelijk aan het gemiddeld dagbedrag. 

Het percentage van 15,34% valt in drie delen uiteen:

  • 7,67% enkel vertrekvakantiegeld;
  • 6,80% dubbel vertrekvakantiegeld;
  • 0,87% aanvullend dubbel vertrekvakantiegeld.

Het enkel vertrekvakantiegeld is onderworpen aan een RSZ-bijdrage van 13,07%. Het dubbel vakantiegeld is onderworpen aan een bijzondere werknemersbijdrage van 13,07%.

Vervroegd vertrekvakantiegeld

De werknemer krijgt de vakantierechten die hij in 2010 opbouwde en in 2011 zal kunnen opnemen, uitbetaald. Dit vertrekvakantiegeld bedraagt, net zoals bij het vertrekvakantiegeld bij uitdiensttreding, 15,34% van het brutoloon van het lopende vakantiedienstjaar, eventueel verhoogd met een fictief loon. Dit percentage valt eveneens uiteen in onderstaande drie delen:

  • 7,67% enkel vertrekvakantiegeld;
  • 6,80% dubbel vertrekvakantiegeld;
  • 0,87% aanvullend dubbel vertrekvakantiegeld.

Vakantieattesten

Er bestaat geen wettelijke verplichting om in het geval van het vertrekvakantiegeld bij daling van de tewerkstellingsbreuk vakantieattesten af te leveren. Toch is het aan te raden dit te doen omdat de werknemer een relatief groot bedrag op zijn rekening krijgt in de maand december zonder dat er een verklarend document wordt uitgereikt. Dit attest kan naast een verklarend document ook gebruikt worden indien de werknemer bij een tweede werkgever een deeltijdse tewerkstelling aanvangt. Het attest maakt het dan voor deze laatste mogelijk om de vakantierechten te bepalen.

Verschil met het vertrekvakantiegeld uit dienst

Er zijn twee verschillen t.o.v. het vertrekvakantiegeld bij uitdiensttreding, voltijds ouderschapsverlof,…:

1. Het moment van de uitbetaling

De uitbetaling van het vertrekvakantiegeld bij daling van de tewerkstellingsbreuk gebeurt steeds in december van het jaar van de daling. Bij de uitbetaling van het vertrekvakantiegeld bij uitdiensttreding dient dit te gebeuren op het moment van de uitdiensttreding.

2. De berekeningsbasis

Bij de uitbetaling van het vertrekvakantiegeld bij daling van de tewerkstellingsbreuk mag in de berekeningsbasis (=brutoloon) de jaarpremie niet opgenomen worden.

Overkoepelend voorbeeld

Een bediende met een maandwedde van 2.000 euro bruto werkte in 2009 (= vakantiedienstjaar) voltijds. Hij bouwde in 2009 volledige vakantierechten op voor 2010 (=vakantiejaar). Hij heeft recht op 20 vakantiedagen in de 5-dagenweek. Op 1 juli 2010 stapt de bediende over naar een deeltijdse tewerkstelling van 80% en is zijn maandwedde 1.600 euro.

Mei 2010

De bediende neemt 10 dagen (hoofd-)vakantie in de voltijdseregeling (100%=38/38).

Enkel vakantiegeld(EV) = 952,38 euro

Dit is het gewone loon dat men op de dagen dat men vakantie neemt doorbetaald krijgt.
Mei telt 21 arbeidsdagen. Voor 10 van de 21 dagen nam de bediende vakantie. Hij ontvangt 952,38 euro (2.000 euro x 10/21)

Dubbel vakantiegeld(DV) = 1.840 euro

Dit wordt berekend en uitbetaald in de maand dat men zijn hoofdvakantie neemt. Het bedraagt 92 % van het maandloon op het moment van het opnemen van de hoofdvakantie vermenigvuldigd met een twaalfde van het aantal “gewerkte” maanden in het vorige jaar.
Hij ontvangt 1.840 euro (2.000 euro x 92% x 12/12).De bediende heeft nu nog 10 vakantiedagen over in het voltijds regime.

Juli 2010

De bediende stapt over van 100% naar 80% tewerkstelling.  Zijn bruto maandwedde wordt aangepast naar 1.600 euro. Het aantal vakantiedagen dat hij in 2010 kan nemen wordt aangepast tot 16 vakantiedagen. In mei 2010 nam onze bediende 50% van zijn 20 in 2009 verworven verlofdagen op.
Door zijn overstap naar het 80% regime verminderd ook zijn recht op vakantie evenredig.
Hij heeft nu nog slechts recht op 8 vakantiedagen.

Oktober 2010

De bediende neemt nog 8 dagen vakantie in het deeltijds regime (80%=30,4/38).

Enkel vakantiegeld (EV) = 609,52 euro

In zijn gewone loon van oktober zit 609,52 euro (1.600 euro x 8/21) die hij tijdens zijn verlof doorbetaald krijgt.

December 2010

Bij daling van een tewerkstelling gebeurt er op het einde van het jaar een 2-ledige verrekening.

1. Saldo vertrekvakantiegeld= 279,70 euro

De bediende kon slechts 16 van de 20 vakantiedagen die hij vorig jaar verwierf opnemen.
279,70 euro ontvangt hij voor deze verloren vakantiedagen. Dit is het verschil tussen:

- 3.681,60 euro = 15,34 % van het loon van 2009 (12m x 2.000 euro) .

- 3.401,90 euro = al in 2010 ontvangen enkel en dubbel vakantiegeld ((952,38 euro + 609,52 euro) + 1.840 euro)

2. Vervroegd vertrekvakantiegeld = 3.313,44 euro

De bediende ontvangt al een vervroegd vertrekvakantiegeld voor de opgebouwde vakantierechten in 2010.

Dit is 15,34 % van het loon van 2010 ((6 m x 2.000 euro) + (6 m x 1.600 euro))= 3.313,44 euro
Het bedrag is als volgt samengesteld:

  • Enkel vertrekvakantiegeld: 1.656,72 euro
  • Dubbel vertrekvakantiegeld: 1.468,80 euro
  • Aanvullend dubbel vertrekvakantiegeld: 187,92 euro

2011

In de maand waarin de hoofdvakantie genomen zal worden in het vakantiejaar 2011 zullen de bedragen die uitbetaald werden in december 2010 verrekend worden. In de maand waarin de hoofdvakantie genomen wordt, zal de werkgever zowel het enkel, het dubbel als het aanvullend dubbel vakantiegeld berekenen. Zo niet, zou deze bediende een dubbele betaling van het vakantiegeld ontvangen.

Home
Nieuws
Infobank
HR e-Services
Acerta Tools
Modeldocumenten (starters & zelfstandigen)
Modeldocumenten voor werkgevers
Modeldocumenten kinderbijslag
Publicaties en kennisdatabanken
Gratis publicaties
Berekeningen en simulaties
Checklists
Bedragen
Verplichtingen werkgever
Aangiften
Aanbod
Starters
Zelfstandigen en vrije beroepen
Boekhouders en accountants
KMO
Grote ondernemingen
Social Profit
Publieke Sector
Acerta Port & Logistics
Kinderbijslag
Rekrutering en Selectie
Over Acerta
MyAcerta