Naar inhoud

Terug naar het overzicht

23-07-10 Ingrijpende wijziging van de Vlaamse ondernemersopleiding

De Vlaamse ondernemersopleiding

Aan de basis van de stageovereenkomst ligt de ondernemersopleiding.  Het is een basisvorming die voorbereidt op het algemeen, technisch, commercieel, financieel en administratief uitoefenen van een zelfstandig beroep en het beheer van een kleine en middelgrote onderneming.

De ondernemersopleiding is een tweeluik dat bestaat uit een theoretische vorming en een praktische vorming. De praktische vorming wordt verkregen via een praktijkstage of aanvullende praktijkopleiding.

De praktijkstage kan bestaan uit :

  • een stageovereenkomst;
  • een andere vorm van stage welke erkend is door de Raad van Bestuur van Syntra.

 

De stageovereenkomst

De stageovereenkomst is een overeenkomst voor bepaalde duur waarbij een ondernemingshoofd zich ertoe verbindt aan de cursist-stagiair een beroepstechnische opleiding te geven of te laten geven.  De cursist-stagiair verbindt zich ertoe de techniek van het beroep aan te leren onder de leiding en het toezicht van een ondernemingshoofd, en de nodige cursussen over beroepskennis van de theoretische vorming te volgen in een centrum.

Voor cursisten-stagiairs die kiezen voor een opleiding in een zelfstandig beroep dat werd erkend en waarvoor geen cursus over beroepskennis wordt georganiseerd kan Syntra Vlaanderen na grondig onderzoek een individueel opleidingsplan voorleggen.  Deze cursisten-stagiairs moeten de overgangs- en eindexamens van de cursus over beroepskennis afleggen.

De stageovereenkomst wordt gesloten door bemiddeling van een leertrajectbegeleider.

 

De belangrijkste wijzigingen

Arbeidsduur stageovereenkomst

De stageovereenkomst kan voltijds of deeltijds zijn. Op vlak van deeltijdse stageovereenkomsten zijn nieuwe minimumregels van kracht. U moet er voortaan rekening mee houden dat een deeltijdse stageovereenkomst 2/5, 3/5 of 4/5 bedraagt van een voltijdse stageovereenkomst.

Dit is een wijziging ten opzichte van de vroegere minimumnormen. Een deeltijdse stageovereenkomst bedroeg toen ¼, ½, of ¾ van een voltijdse stageovereenkomst.

Geneeskundig onderzoek

Het ondernemingshoofd is voortaan vrijgesteld om de cursist-stagiair te onderwerpen aan een voorafgaand medisch onderzoek. 

De stagevergoeding

Op vlak van de stagevergoeding zijn er twee wijzigingen. Enerzijds zijn er nieuwe bedragen van kracht. Anderzijds is er ook een vereenvoudiging. De nieuwe bedragen zijn geldig voor iedere cursist. Het al dan niet hebben van voldoende vooropleiding is dus geen factor meer waar rekening mee moet worden gehouden.

De stagevergoeding bedraagt :

  • 660 EUR tijdens het eerste stagejaar;
  • 780 EUR tijdens het tweede stagejaar
  • 900 EUR tijdens het derde stagejaar.

 Voor deeltijdse stageovereenkomsten wordt voor de berekening van de vergoeding rekening gehouden met de contractuele duur van de overeenkomst.

 Deze bedragen worden vast geïndexeerd in januari.

Voorts moet u er rekening mee houden dat de cursisten recht hebben op de hogere stagevergoeding vanaf 1 juli voorafgaand aan het cursusjaar.

 

Opzeg tijdens proefperiode

De stageovereenkomst bevat een proefperiode van minimum 1 maand en maximum 3 maanden. Bij een schorsing van een stageovereenkomst tijdens de proefperiode wordt de proefperiode verlengd met de duur van de schorsing. Als de stageovereenkomst wordt beëindigd tijdens de proefperiode moet een opzeggingstermijn van 7 kalenderdagen worden gegeven.

 De opzeggingstermijn gaat steeds in de dag volgend op die waarop de opzegging schriftelijk werd gegeven. Het ondernemingshoofd moet dit vervolgens binnen 7 kalenderdagen schriftelijk meedelen aan de leertrajectbegeleider. Een schorsing van de stageovereenkomst voor of tijdens de opzeggingstermijn schorst de opzeggingstermijn niet.

 

Opzeg buiten de proefperiode

De stageovereenkomst kan voortaan niet meer beëindigd worden omwille van dringende reden. Een beëindiging van de stageovereenkomst omwille van een wettige reden blijft wel mogelijk.

Indien de stageovereenkomst wordt beëindigd op een onwettige wijze dan moet er een vergoeding betaald worden die gelijk is met een stagevergoeding van een maand (voorheen was dit de vergoeding van de lopende maand).

Elke partij kan het bestaan van een reden inroepen die de verbreking van de stageovereenkomst wettigt:

  • indien de andere partij ernstig tekort komt in de verplichtingen inzake de uitvoering van de stageovereenkomst;
  • als de cursist-stagiair op basis van ernstige motieven wil overschakelen naar een andere erkende opleiding in een zelfstandig beroep;
  • of indien er omstandigheden zijn die het goede verloop van de praktijkstage ernstig belemmeren.

Vervolgens start er een overleg- en verzoeningsprocedure.

Het ondernemingshoofd en de cursist-stagiair moeten de reden schriftelijk medelen aan de leertrajectbegeleider.  De leertrajectbegeleider bemiddelt en tracht de partijen te verzoenen.  Hiertoe beschikt de leertrajectbegeleider over een termijn van drie weken die een aanvang neemt op de derde werkdag na de datum van verzending.

Tijdens de verzoeningstermijn van drie weken moeten de partijen de uitvoering van de stageovereenkomst voortzetten.

Indien de leertrajectbegeleider niet slaagt in een verzoening of indien de partijen of één der partijen geen gevolg geven aan zijn voorstel tot verzoening, bezorgt hij binnen tien werkdagen aan de praktijkcommissie een advies, samen met het verslag van het gesprek met de partijen.

Na onderzoek oordeelt de praktijkcommissie of er voor het ondernemingshoofd of de cursist-stagiair een reden bestaat die de verbreking van de uitvoering van de stageovereenkomst inderdaad wettigt.

 

Inwerkingtreding

De hierboven beschreven wijzigingen zijn van kracht voor ondernemingen die vanaf 5 juli 2010 een stageovereenkomst sloten.

Voor stageovereenkomsten gesloten en erkend voor 5 juli 2010 blijven de oorspronkelijke regels wel van toepassing.

 
Bron : Besluit van 21 mei 2010 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 tot bepaling van de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd en in de gecertificeerde opleidingen, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 1999 betreffende de ondernemersopleiding en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
Home
Nieuws
Infobank
Acerta Tools
Sectorale akkoorden
Modeldocumenten
Publicaties en kennisdatabanken
Gratis publicaties
Berekeningen en simulaties
Checklists
Bedragen
Verplichtingen werkgever
Aangiften
Mediwe medische controles
Sociale Verkiezingen 2012
Aanbod
Starters
Zelfstandigen en vrije beroepen
Boekhouders en accountants
KMO
Grote ondernemingen
Social Profit
Publieke Sector
Acerta Port & Logistics
Kinderbijslag werknemers
Over Acerta
MyAcerta