Naar inhoud

Terug naar het overzicht

20-07-11 Twee nieuwe programmawetten in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd

1. Elektronische aangifte van de tijdelijke werkloosheid

Vanaf 1 oktober 2011 kan de aangifte tijdelijke werkloosheid voor arbeiders enkel nog elektronisch gebeuren.

In de reglementering rond de zgn. crisisschorsing, de tijdelijke werkloosheid voor bedienden die in 2009 was ingevoerd, was reeds voorzien dat de aangifte van de werkloosheid aan de RVA enkel op een elektronische wijze kon gebeuren. Bij de “gewone” tijdelijke werkloosheid voor arbeiders omwille van technische stoornis, omwille van slecht weer en omwille van economische redenen is de regel dat dit behalve elektronisch ook aangetekend of via fax kan gebeuren.

Blijkbaar ondervond de RVA vele voordelen van het werken volgens deze elektronische procedure (grotere controlecapaciteit, minder kans op fouten, …), en ervaarden ook de werkgevers hiermee geen noemenswaardige problemen, want nu wordt deze elektronische aangifte veralgemeend tot de tijdelijke werkloosheid voor arbeiders. Vandaag is die elektronische aangifte trouwens ook al mogelijk, en zou reeds 50 % van de aangiften reeds op die manier gebeuren.

Vanaf 1 oktober 2011 is het dus niet meer mogelijk om die aangiftes via fax of aangetekend schrijven te doen, al zal de RVA tot begin 2012 naar verluidt wel een soepele houding aannemen ten opzichte van de ondernemingen en sociale secretariaten.

Tegelijk wordt ook de inhoud van de aangifte licht aangepast. Zo moet voortaan het adres van de werkloos gestelde werknemers niet meer worden opgegeven, maar wel hun identificatienummer bij de sociale zekerheid (INSZ).

De Koning heeft wel de mogelijkheid om de voorwaarden te bepalen waaronder de elektronische aangifte eventueel toch nog kan vervangen worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief.

Voor wat specifiek de economische werkloosheid aangaat, moet voortaan slechts de voorziene regeling inzake schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst worden vermeld. Bovendien moet in het geval van vermindering of verplaatsing van de voorziene werkloosheidsdagen geen aangifte aan de RVA meer gebeuren.

Zoals gezegd zullen deze wijzigingen ingaan vanaf 1 oktober 2011. De Koning heeft evenwel nog de mogelijkheid om de datum van inwerkingtreding te vervroegen.

2. Rapporteringsverplichtingen in de regeling risicogroepen sanctioneerbaar

De maatregelen ten behoeve van de risicogroepen zijn van toepassing op alle werkgevers die personeel tewerkstellen waarvoor zij onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid. De bepaling van het begrip ‘risicogroep’ dient te gebeuren in een nieuwe of voortgezette collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair orgaan of gesloten voor een onderneming of een groep van ondernemingen.

De partijen die de collectieve arbeidsovereenkomst hebben ondertekend, moeten jaarlijks een evaluatieverslag en een financieel overzicht van de uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst neerleggen op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg tegen uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de collectieve arbeidsovereenkomst betrekking heeft.

De programmawet voert in dat verband de mogelijkheid in om bij Koninklijk Besluit administratieve sancties in te stellen van 10 euro tot 3 000 euro. Verder kunnen bij Koninklijk Besluit de ambtenaren worden aangeduid die belast zullen zijn met het toezicht op de naleving van de verplichtingen.

De administratieve sancties nemen het karakter aan van een administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel 101 van het Sociaal Strafwetboek van 6 juni 2010. De administratieve sanctie kan worden opgelegd aan de instellingen die in de C.A.O. zijn aangeduid, die belast zijn met de besteding en het gebruik van de gelden voor de inspanningen voor risicogroepen, en aan de ondernemingen, (1) wanneer het evaluatieverslag en het financieel overzicht van de uitvoering van de C.A.O. niet werden neergelegd, (2) wanneer zij laattijdig werden neergelegd of (3) wanneer zij onvolledig werden opgemaakt.

3. Procedure gedeeltelijke werkhervatting gewijzigd

Een werknemer heeft de mogelijkheid om na een volledige arbeidsongeschiktheid het werk gedeeltelijk te hervatten. Het betreft personen die vanuit geneeskundig oogpunt een vermindering van hun vermogen behouden van minimaal 50%.

Tot nog toe moest de adviserende geneesheer van het ziekenfonds hier voorafgaandelijk zijn goedkeuring aan verlenen. Op basis van deze voorafgaande toelating behield de werknemer voor de periodes van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zijn recht op ziekteuitkeringen.

Om de vrijwillige werkhervatting te stimuleren, wordt de toelatingsprocedure  versoepeld. Dat gebeurt door het schrappen van het vereiste van voorafgaandelijkheid. Wanneer de toelating tot werkhervatting dan wel moet worden verleend en onder welke voorwaarden, moet nog bij Koninklijk Besluit worden uitgewerkt. De nieuwe procedure zal dan in werking treden op een in het KB te bepalen datum.

4. Sleutelen aan de dienstenchequereglementering

4.1. Erkenning na faillissement?

Om buurtwerken of – diensten aan te bieden via het systeem van de dienstencheques moet een onderneming een erkenning krijgen. Dat kan wanneer de onderneming cumulatief aan een aantal voorwaarden voldoet. Ook de solvabiliteit van de onderneming speelt een rol in de erkenningsprocedure.

Precies op dat laatste punt wijzigt de Programmawet de formulering van de voorwaarden. Om erkend te worden, verbindt de onderneming zich ertoe om:

  • niet in staat van faillissement te verkeren;
  • onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen personen te hebben aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is;
  • onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen personen te hebben die de voorbije vijf jaar aansprakelijk zijn gesteld voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap, of die door de rechtbank niet verschoonbaar zijn verklaard;
  • onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen personen te hebben die de voorbije drie jaar verwikkeld waren in een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting.

Bijkomend wordt de voorwaarde ingeschreven dat de onderneming heeft deelgenomen aan een door de RVA georganiseerde informatiesessie over de dienstencheques. De ondernemingen die erkend zijn vóór 19 juli 2011 en na 31 december 2009 zijn verplicht om de informatiesessie te volgen binnen het jaar dat volgt op 19 juli 2011.

4.2. Sanctiemogelijkheid ten aanzien van de gebruiker

In de wet op de buurtdiensten en –banen van 2001 wordt een nieuw artikel ingeschreven op grond waarvan een mogelijke sanctie wordt bepaald ten aanzien van particulieren. De RVA kan een gebruiker die opzettelijk heeft deelgenomen aan een inbreuk gepleegd door de onderneming, verbieden om gedurende een periode van ten hoogste één jaar dienstencheques te bestellen en te gebruiken. Het verbod kan hernieuwd worden wanneer de gebruiker opnieuw deelneemt aan een door de onderneming gepleegde inbreuk. Bijkomend zal de RVA van de gebruiker de terugbetaling kunnen vorderen van de federale tegemoetkoming voor de ten onrechte ingediende cheques.

Programmawet II bepaalt dat tegen de beslissingen die door de RVA zijn genomen beroep kan worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank bevoegd voor het rechtsgebied waar de onderneming haar maatschappelijke zetel heeft.

De Ministerraad heeft begin juli een ontwerp van Koninklijk Besluit goedgekeurd dat de strijd tegen fraude in het dienstenchequesysteem versterkt. Het ontwerp voorziet reeds in enkele uitvoeringsmaatregelen bij de nieuwe bepalingen van de Programmawet. Het Koninklijk Besluit is weliswaar nog niet in het Belgisch Staatsblad verschenen.

4.3. Bevoegde rechtbank

Tenslotte wordt op grond van Programmawet II het Gerechtelijk Wetboek aangevuld met een bepaling die de arbeidsrechtbank bevoegd maakt voor alle geschillen betreffende de dienstenchequereglementering, met uitzondering van de geschillen die betrekking hebben op de toekenning, de weigering of intrekking van een erkenning.

5. Permanente regeling herstructureringskaart na faillissement, sluiting, vereffening

De regeling -die op 1 juli 2011 in werking is getreden- werd reeds uitgebreid toegelicht in een e-magazine op de Acerta website.  Meer hierover leest u via deze link.

Bron:
Programmawet (I) van 4 juli 2011, BS 19 juli 2011
Programmawet (II) van 4 juli 2011, BS 19 juli 2011

Home
Nieuws
Infobank
Acerta Tools
Modeldocumenten
Publicaties en kennisdatabanken
Gratis publicaties
Berekeningen en simulaties
Checklists
Bedragen
Verplichtingen werkgever
Aangiften
Mediwe medische controles
Aanbod
Starters
Zelfstandigen en vrije beroepen
Boekhouders en accountants
KMO
Grote ondernemingen
Social Profit
Publieke Sector
Acerta Port & Logistics
Kinderbijslag werknemers
Over Acerta
MyAcerta