Naar inhoud

Terug naar het overzicht

28-12-11 Wat verandert er aan het tijdskrediet, de landingsbaan en de loopbaanonderbreking ?

Toepassingsgebied

  • De aanpassingen aan het tijdskrediet gebeuren door wijzigingen aan het KB dat de uitkeringen regelt. Het recht op tijdskrediet zelf wordt geregeld door NAR-CAO 77 en door sectorale CAO’s. Zolang deze twee niet op elkaar zijn afgestemd, zullen er toepassingsvragen zijn (bijvoorbeeld op het vlak van anciënniteitsvereisten of voorwaarden voor overgang naar een andere regeling). De nieuwe regeling moet dus met veel voorzichtigheid worden bekeken.
  • De nieuwe regels zijn van toepassing op alle eerste aanvragen of verlengingsaanvragen die ingaan vanaf 1 januari 2012, tenzij:
    • de werknemers voor 28 november 2011 hun aanvraag deden bij hun werkgever en die aanvraag voor 1 maart bij de RVA toekwam.
    • het gaat om de eerste (!) verlengingsaanvraag van een 50-plusser in landingsbaan, deze verlengingsaanvraag kan gebeuren voor de periode tot aan de pensioenleeftijd.
  • Zoals al aangegeven in ons webbericht van 15 februari 2012, is er een bijkomende mogelijkheid om onder de oude regels te vallen, indien tegelijk de volgende voorwaarden vervuld zijn:
    • de werknemer moest voor 28 november 2011 zijn schriftelijke aanvraag doen bij zijn werkgever; 
    • de uitkeringsaanvraag is uiterlijk op donderdag 1 maart 2012 op het bevoegde RVA-kantoor toegekomen (ontvangstdatum) (i.p.v. voor 24 december 2011);
    • de werkgever verklaart schriftelijk waarom hij de uitkeringsaanvraag van de werknemer laattijdig bij de RVA heeft ingediend (nieuwe vereiste). Deze verklaring moet bij de uitkeringsaanvraag (dus uiterlijk 1 maart 2012) worden gevoegd;  
    •  het tijdskrediet moet uiterlijk maandag 2 april 2012 aanvangen (nieuwe vereiste).       

        

Thematische verloven (ouderschapsverlof, medische bijstand, palliatief verlof)

  • Aan deze verlofstelsels wijzigt op 1 januari 2012 niets
  • België moet ten laatste tegen 8 maart 2012 de richtlijn 2010/18/EU in Belgisch recht hebben omgezet. Deze richtlijn verplicht lidstaten om 4 maanden ouderschapsverlof te voorzien (drie maanden in de huidige richtlijn 96/34/EU). Lidstaten kunnen rekening houden met bestaande verlofregelingen. De onderhandelingen over hoe deze richtlijn omgezet moet worden lopen momenteel nog in de Nationale Arbeidsraad. Het regeerakkoord vermeldt expliciet dat de richtlijn moet worden omgezet.

Tijdskrediet zonder motief

De huidige regeling van voltijds, halftijds en specifiek 1/5 tijdskrediet wordt vervangen door de volgende regeling:

  • Wie 5 jaar loopbaanverleden heeft en 2 jaar anciënniteit bij dezelfde werkgever, kan aanspraak maken op uitkeringen tijdskrediet.
  • Deze werknemers hebben recht op een uitkering voor 1 jaar tijdskrediet, dat kan worden opgenomen als 1 jaar voltijds, twee jaar halftijds of vijf jaar 1/5 (met onderlinge combinaties).
  • De huidige uitbreiding voor een uitkering gedurende 5 jaar 1/5 vervalt.

Tijdskrediet met motief

Bovenop het tijdskrediet zonder motief kunnen werknemers nog een onderbrekingsuitkering krijgen:

  • indien zij een anciënniteit van 2 jaar bij dezelfde werkgever hebben (geen loopbaanvereiste)
  • OFWEL gedurende maximaal drie kalenderjaren (dus geen voltijds equivalent zoals de basisregeling)
    • op voorwaarde dat er een motief is: opvoeding van een kind jonger dan 8 jaar, medische bijstand, palliatieve bijstand of het volgen van een erkende opleiding.
    • enkel indien dit sectoraal of op ondernemingsvlak is voorzien
    • deze periode wordt verminderd met de periode opgenomen voor de zorg van een gehandicapt of zwaar ziek kind, met uitzondering van de eerste twaalf maanden
  • OFWEL gedurende maximaal vier kalenderjaren
    • indien het verlof genomen wordt om een kind met een handicap jonger dan 21 jaar op te vangen of om een zwaar ziek kind bij te staan.
    • hiervoor is geen sectoraal of ondernemingsakkoord nodig
    • deze periode wordt verminderd met de periode van gemotiveerd tijdskrediet om een andere reden (zie hierboven)

Aanrekening

De periodes van loopbaanonderbreking – of vermindering (Herstelwet) en tijdskrediet (CAO77bis) die al voor 1 januari 2012 zijn opgenomen, moeten aangerekend worden op het huidige krediet.

De RVA heeft hieromtrent een werkwijze uitgewerkt.

In een eerste stap wordt het krediet van het recht op zich berekend (krediet CAO 77bis):

  • de genomen periodes van volledige onderbreking en halftijdse vermindering, zowel in het kader van de Herstelwet als in het kader van tijdskrediet, worden in mindering gebracht van het krediet van 12 maanden (bij CAO verlengbaar tot maximum 60 maanden) voltijds of halftijds tijdskrediet. In totaal kan dit maximum 60 maanden over de loopbaan zijn;
  • de genomen periodes van vermindering met 1/3, ¼ of 1/5 in het kader van de Herstelwet en de vermindering met 1/5 in het kader van tijdskrediet, worden in mindering gebracht van het krediet van 60 maanden 1/5-tijdskrediet. In totaal kan dit maximum 60 maanden over de loopbaan zijn.

(In alle gevallen worden zowel de periodes met als zonder uitkering in rekening gebracht.)

Indien er nog krediet over is, wordt in een tweede stap berekend wat het krediet van het recht op uitkeringen is (krediet KB):

  • de genomen periodes van loopbaanonderbreking – of vermindering (Herstelwet) en tijdskrediet met uitkering zonder motief, worden in mindering gebracht van het krediet zonder motief (12m/24m./60m.). De al genomen perioden van tijdskrediet met uitkering worden steeds omgezet naar het type tijdskrediet zonder motief dat de betrokken werknemer wenst op ten nemen (1m. volledig tijdskediet = 2m. halftijds tijdskrediet = 5m. 1/5-tijdskrediet);
  • de genomen periodes van volledig tijdskrediet met uitkering met motief (zorg opopleiding), worden in mindering gebracht van het krediet zonder motief (36m./48m.).

Landingsbaan

Het specifieke tijdskrediet voor 50-plussers (met verhoogde uitkering voor 51plussers) wijzigt als volgt:

  • dit kan voortaan pas vanaf 55 jaar.
  • de loopbaanvoorwaarde wordt opgetrokken van 20 tot 25 jaar
  • deze strengere regels zullen echter niet gelden voor personen met een zwaar beroep (bijvoorbeeld ploegen- of nachtarbeid), dat tevens voorkomt op de lijst met knelpuntenberoepen opgemaakt overeenkomstig artikel 93 van het KB van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

Bijkomend wordt het mogelijk om toch vanaf 50 jaar een uitkering voor 1/5 landingsbaan te nemen in de volgende gevallen:

  • indien men een zwaar beroep uitoefent zoals omschreven in het KB van 28 december 2011.
  • Indien het gaat om een werknemer uit de bouwsector met een verminderde arbeidsgeschiktheid
  • Indien men 28 jaar loopbaan kan bewijzen (ieder jaar waarin minimaal 285 dagen gedekt werden door loon telt mee, enkel periodes van moederschapsverlof,  vaderschapsverlof en adoptieverlof worden gelijkgesteld), op voorwaarde dat hiervoor een sectorale CAO werd gesloten. De voorwaarden kan nog verder worden opgetrokken naar 29 of 30 jaar indien de budgettaire toestand dit vereist.
  • Indien het gaat om een bedrijf in moeilijkheden of herstructurering, voor zover het beroep op deze vorm van landingsbaan toelaat om het aantal brugpensioenen en ontslagen te verminderen.

Gelijkstelling voor de pensioenberekening

Voor wie vandaag in één van die stelsels zit of wie een periode van tijdskrediet of landingsbaan aanvroeg voor 28 november 2011, verandert er niets. Voor alle anderen gebeurt de gelijkstelling als volgt:

  • periodes van niet-gemotiveerd tijdskrediet worden gelijkgesteld voor maximaal 1 jaar. Indien het opgenomen wordt in de formule 1/5, zal dit in dagen kunnen worden gerekend. Indien men het niet-gemotiveerde tijdskrediet halftijds opneemt en er toch een bijzonder motief aanwezig is, dan zal deze periode volledig worden gelijkgesteld (en niet slechts voor één jaar, wat het geval blijft indien er geen motief is);
  • periodes van gemotiveerd tijdskrediet worden volledig gelijkgesteld;
  • periodes van landingsbaan worden voor de leeftijd van 60 jaar gelijkgesteld op basis van het minimumrecht per loopbaanjaar (vandaag is dit 21.326,67 euro), na 60 jaar voor een periode van 1 jaar voltijds equivalent op basis van het laatste loon en desgevallend nadien nog op basis van het minimumrecht per loopbaanjaar. Indien het gaat om een landingsbaan bij een onderneming in moeilijkheden of herstructurering (zie hierboven), dan is er toch een volledige gelijkstelling voor het pensioen.

Loopbaanonderbreking openbare sector

De loopbaanonderbreking in de openbare sector, vandaag nog mogelijk gedurende 72 maanden voltijds en 72 maanden deeltijds, wordt voortaan beperkt tot 60 maanden voltijds en 60 maanden deeltijds.

Home
Nieuws
Infobank
Acerta Tools
Modeldocumenten
Publicaties en kennisdatabanken
Gratis publicaties
Berekeningen en simulaties
Checklists
Bedragen
Verplichtingen werkgever
Aangiften
Mediwe medische controles
Aanbod
Starters
Zelfstandigen en vrije beroepen
Boekhouders en accountants
KMO
Grote ondernemingen
Social Profit
Publieke Sector
Acerta Port & Logistics
Kinderbijslag werknemers
Over Acerta
MyAcerta