28-12-10 De herwaarderingscoëfficiënt brugpensioen vanaf 1 januari 2011
Het inkomen van een bruggepensioneerde is samengesteld uit 2 componenten :
- enerzijds de RVA-uitkering;
- anderzijds een aanvullende vergoeding waarbij wordt rekening gehouden met een begrensd nettoreferteloon.
De aanvullende vergoeding is minimaal gelijk aan de helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de werkloosheidsuitkering die de bruggepensioneerde zal krijgen.
Het inkomen van een bruggepensioneerde kan in 2 situaties wijzigen:
- enerzijds door indexering op ogenblik van indexatie van de sociale uitkeringen
- anderzijds elk jaar op 1 januari door herwaardering.
Op 21 december 2010 sloten de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad cao 17 tricies quater.
Deze cao legt vanaf 1 januari 2011 een aantal coëfficiënten vast met als mogelijk gevolg de aanpassing van de aanvullende vergoeding brugpensioen.
De aanpassing van de aanvullende vergoeding zal gebeuren in functie van het ogenblik waarop het brugpensioen een aanvang had genomen.
Vanaf 1 januari 2011 moeten volgende herwaarderingscoëfficiënten worden toegepast:
- indien de aanvullende vergoeding wordt berekend op een referteloon van voor januari 2010, wordt de coëfficiënt 1,0024 toegepast;
- indien de aanvullende vergoeding wordt berekend op een loon van januari, februari of maart 2010, wordt de coëfficiënt 1,0018 toegepast;
- indien de aanvullende vergoeding wordt berekend op een loon van april, mei of juni 2010, wordt de coëfficiënt 1,0012 toegepast;
- indien de aanvullende vergoeding wordt berekend op een loon van juli, augustus of september 2010, wordt de coëfficiënt 1,0006 toegepast;
- indien de aanvullende vergoeding wordt berekend op een loon van oktober,november of december 2010, dan is er geen aanpassing.
Het bedrag van de RVA-uitkering ondergaat echter geen wijziging als gevolg van de herwaardering.
Bron
C.A.O. 17 tricies quater van 21 december 2010 van de NAR
