23-12-11 Bedrijfsleiders en HR-directeurs hechten meer belang aan vergaderingen met ondernemingsraad
Acerta-studie inzake de praktijk van het sociaal overleg in België
Ruim 60% van de bedrijfsleiders en HR-directeurs is gewonnen voor een ondernemingsraad. Bedrijven tot 250 werknemers zijn wel terughoudender tegenover de oprichting van een ondernemingsraad. Andere vaststellingen: de aanstelling van een vakbondsafvaardiging gaat vandaag niet meer hand in hand met de verkiezing van een comité voor preventie en bescherming op het werk. En zowel de bedrijfsleider als de HR-directeur vindt dat de ondernemingsraad minstens tien keer per jaar moet vergaderen. Dat blijkt uit de studie die HR-dienstengroep Acerta uitvoerde aan de vooravond van de sociale verkiezingen in 2012.
De studie is het vervolg van een eerdere enquête rond sociaal overleg op ondernemingsvlak in 2007. Acerta peilde toen bij ruim 250 bedrijfsleiders en HR-directeurs naar de concrete invulling van en ervaring met sociaal overleg. Dirk Wijns, partner Legal Consult van Acerta: “Die bevraging hebben we als nulmeting genomen. Vandaag, vier jaar later en opnieuw aan de vooravond van sociale verkiezingen, willen we vergelijken wat bedrijven vinden van het sociaal overleg in hun onderneming. Zo zijn er toch enkele belangrijke trendbreuken vast te stellen.”
• vakbondsafvaardiging minder vanzelfsprekend
Het valt op dat het vandaag minder vanzelfsprekend is om een vakbondsafvaardiging te hebben. Waar in 2007 de aanstelling van een vakbondsafvaardiging en de verkiezing van een comité duidelijk hand in hand gingen (97%), is dat anno 2011 niet meer het geval. In meer dan 20% van de ondernemingen met comité is geen vakbondsafvaardiging actief. Grotere ondernemingen (tot 250 werknemers) zouden ook minder snel tot de oprichting ervan overgaan, als ze daartoe niet verplicht waren. Vergeleken met 2007, staat ook de HR-directeur minder positief tegenover de vakbondsafvaardiging. Verder is, bij de meerderheid van de ondernemingen, de rol van de vakbondssecretaris of –vrijgestelde beperkt.
• ruime aandacht voor ondernemingsraad
Zo’n 60% van de ondervraagde bedrijfsleiders en HR-directeurs is voorstander van een ondernemingsraad. In ondernemingen met minder dan 100 werknemers is het beeld uiteraard negatiever. Sinds 2007 zijn ook bedrijven met 100 tot 250 werknemers terughoudender tegenover de oprichting van een ondernemingsraad. Opvallend: de CEO investeert zich vandaag sterker in de werking van de ondernemingsraad dan in 2007 het geval was. Zo zit, in ruim 60% van de bedrijven, de bedrijfsleider zelf de ondernemingsraad voor.
• belang van meer overlegvergaderingen
Wat de HR-directeur en de bedrijfsleider duidelijk bezighoudt, is de tijd die het sociaal overleg van hen vergt. Waar in 2007 8 vergaderingen/jaar (HR-directeur) tot zelfs 4 vergaderingen/jaar (bedrijfsleider) volstonden, zijn de meeste CEO’s en zeven op de tien HR-directeurs vandaag overtuigd van minstens 10 vergaderingen per jaar. Dat komt ook omdat, bij meer dan de helft van de deelnemende bedrijven, nog altijd thema’s op de vergadering aan bod komen die niet tot de bevoegdheid van de ondernemingsraad behoren.
• gestructureerd overleg met werknemers
Ruim 70% van de werkgevers vindt het belangrijk om rechtstreeks en op een gestructureerde manier te communiceren met de werknemers over materies die behoren tot de bevoegdheid van de ondernemingsraad. Dat is een daling van 10% tegenover 2007. Voor ondernemingen met minder dan 250 werknemers blijven de personeelsvergaderingen en het bedrijfsblad het meest aangewezen medium. Bijna 50% van de ondernemingen heeft een apart gestructureerd overleg met de werknemers. Ook kleine ondernemingen scoren op dit vlak sterk. Vooral de bedienden en kaderleden worden in het overleg betrokken.
• kortere procedure voor sociale verkiezingen
Acht op de tien deelnemers vinden verkiezingen een goede manier om de werknemersafvaardiging in de ondernemingsraad en het comité aan te stellen. Het ritme van vier jaar wordt algemeen aanvaard als ideaal. Wel wordt de duur van de verkiezingsprocedure op de korrel genomen: 40% van de HR-directeurs meent dat de procedure op 75 i.p.v. 150 dagen moet kunnen; 30% van de bedrijfsleiders vindt zelfs 30 dagen haalbaar.
Op basis van de vaststellingen uit de enquête en de ervaring uit de dagelijkse adviespraktijk formuleert Acerta de vraag of de vakbond(svrijgesteld)en het monopolie moeten behouden voor het sluiten van een ondernemings-cao met de werkgever. Dirk Wijns: “In de meerderheid van de ondernemingen is hun rol in de onderhandelingen tot een cao eerder beperkt. Moet hier niet voorzien worden dat ook de vakbondsafvaardiging in de onderneming zelf rechtsgeldig een cao kan sluiten met de werkgever?”
