08-12-11 Wat betekent Di Rupo I voor uw bedrijfswagenpark?
Wanneer een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer, en dat deze laatste hiermee privé verplaatsingen mag uitvoeren, ontstaat er een (belastbaar) voordeel van alle aard in hoofde van de werknemer.
Ook de werkgever zal in de vennootschapsbelasting en BTW hierop belast worden. In dit artikel wordt enkel ingegaan op de fiscale gevolgen aan werknemerszijde.
Hoe de fiscale waarde van dat voordeel van de werknemer vastgesteld wordt, is de laatste jaren al een aantal keren veranderd. Tot voor 2010, moest men zich baseren op het aantal fiscale PK van de betrokken wagen. Sinds 2010 dient men rekening te houden met de CO2-uitstoot en het brandstoftype van de wagen. Telkens hield de berekeningsformule rekening met een forfaitair aantal privé kilometers die jaarlijks werden afgelegd (5.000 of 7.500 volgens de afstand tussen de woonplaats en de werkplek).
Het regeerakkoord dat nu goedgekeurd is, verandert eens te meer de criteria op basis waarvan het voordeel van alle aard berekend moet worden. Behalve de ecologische CO2-factor, zal nu ook de kostprijs van de wagen het voordeel van alle aard beïnvloeden.
Opgepast: deze nieuwigheden dienen nog in wetsbepalingen gegoten te worden vooraleer ze in voege kunnen treden. Wel wordt verwacht dat deze regels vanaf 1 januari 2012 van toepassing zullen zijn.
Cataloguswaarde
De eerste factor in de formule is de “cataloguswaarde”. Hieronder wordt verstaan: de gefactureerde waarde, inclusief BTW en opties, maar exclusief kortingen, verminderingen, afslagen en ristorno’s.
Concreet betekent dit dat de leasingcontracten duidelijk voor elke wagen een gefactureerde waarde zullen moeten voorzien en dat werkgevers deze informatie nu ook zullen moeten delen met hun respectieve sociaal secretariaten.
CO2-uitstoot
De tweede factor is een oude bekende. Inderdaad, ook in de huidige formule wordt deze waarde ook reeds gebruikt. Maar in tegenstelling tot de huidige formule, bepaalt de CO2-uitstoot enkel een coëfficiënt; de CO2-waarde wordt niet als dusdanig in de formule opgenomen.
Die CO2 coëfficiënt ziet er als volgt uit:
|
Dieselmotor |
Benzinemotoren |
||
|
< 80 g/km |
4% |
< 100 g/km |
4% |
|
80 – 95 g/km |
5,5% - 0,1% per 1 g/km minder dan 95 g/km |
100 – 115 g/km |
5,5% - 0,1% per 1 g/km minder dan 115 g/km |
|
95 – 220 g/km |
5,5% + 0,1% per 1 g/km meer dan 95 g/km |
115 – 240 g/km |
5,5% + 0,1% per 1 g/km meer dan 115 g/km |
|
> 220 g/km |
18% |
> 240 g/km |
18% |
Er wordt nog met geen woord gerept over LPG en elektrische motoren. Wel valt te verwachten dat elektrische voertuigen, met een CO2-uitstoot van 0 g/km ook de minimumcoëfficiënt van 4% zullen moeten toepassen.
Eveneens is het niet ondenkbaar dat, net zoals in de huidige regeling, LPG motoren over dezelfde kam geschoren zullen worden als benzinemotoren en dat dezelfde regels van toepassing zullen zijn op dit type voertuig.
Concrete formule
Dit alles brengt ons tot de volgende formule voor de berekening van het belastbaar voordeel van alle aard op jaarbasis.
Cataloguswaarde x CO2-coëfficiënt x 6/7
Per maand zal dan 1/12e van dit bedrag opgenomen worden als maandelijks voordeel van alle aard.
Algemeen wordt aangenomen dat deze nieuwe formule tot een verhoging van het voordeel van alle aard zal leiden. Toch is dit niet noodzakelijkerwijze het geval: door het feit dat de afstand woon-werkverkeer wegvalt, kan het zijn dat werknemers ineens een kleiner voordeel zullen hebben. Anderzijds weegt de kostprijs van de wagen nu zwaar door.
Wat met eigen bijdragen?
Het gros van de werkgevers met een bedrijfswagenpark, voorzien eigen werknemersbijdragen uit het nettoloon voor het privé gebruik van de bedrijfswagen. Hierdoor betaalt de werknemer voor het privé gebruik van de bedrijfswagen en daalt het belastbaar voordeel met de corresponderende eigen bijdrage van de werknemer.
Deze eigen bijdrage zal vaak geënt zijn op het fictieve fiscaal voordeel van alle aard. Een wijziging in de formule voor de berekening van het fiscaal voordeel van alle aard, houdt logischerwijze ook een aanpassing in van de eigen bijdragen van de werknemer.
Geen wijziging qua RSZ
Bovenstaande wijzigingen betreffen enkel het fiscaal luik.
Op RSZ-vlak blijven de huidige regels van toepassing, nl. een vrijstelling van werknemersbijdragen en een heffing van een patronale solidariteitsbijdrage. Meer informatie hierover kan u lezen in ons nieuwsbericht van 6 december 2011 (http://www.acerta.be/klantenzone/nieuws/co2-bijdrage-op-de-bedrijfswagen-bedragen-2012).


