Home Persberichten Hoe groot is de impact van het regeerakkoord op de social profit?
14-12-11 Hoe groot is de impact van het regeerakkoord op de social profit?
De regering Di Rupo I is een feit. Zonder het hele regeerakkoord te willen samenvatten, willen we er alvast enkele punten uit lichten die van belang zijn voor de social profit.
Staatshervorming
In het luik staatshervorming springt de defederalisering van bepaalde domeinen uit de gezondheidszorgen op. De financiering van zware investeringen van ziekenhuizen (de luiken A1 en A3 van het BFM voor de technici) zal toelaten om een einde te maken aan de versnippering op dat vlak. Daarnaast is er de volledige overdracht van de bevoegdheid voor ouderenzorg en langdurige zorg (RVT, dagverzorging, …), de geestelijke gezondheidszorg (psychiatrische ziekenhuizen, initiatieven voor beschut wonen, overlegplatforms GGZ, …), maar ook van de revalidatieovereenkomsten en van de quasi volledige bevoegdheid betreffende preventieve gezondheidszorg. De komende maanden zullen leren hoe deze principiële beslissing verder technisch en operationeel wordt uitgewerkt. Vermoedelijk zal dit ook een verregaande weerslag hebben op de administratieve stromen die ermee samenhangen, denk maar aan de gevraagde gegevens en de wellicht gewijzigde bestemmelingen van subsidiedossiers.
Wat misschien minder aandacht heeft gekregen in de social profit door het belang van de overdracht van gezondheidsbevoegdheden, is de regionalisering van lastenverlagingen voor doelgroepen. Eerst en vooral: algemene lastenverlagingen, zoals de sociale Maribel, blijven ook in de toekomst federaal. Worden wel regionale bevoegdheden: de verminderingen van sociale bijdragen voor doelgroepen zoals jongeren, ouderen of langdurig werklozen, net als tijdelijke subsidies voor de aanwerving van werkzoekenden – beter gekend als Activa, WEP of artikel 60 van de OCMW-wetgeving. De technische implicaties van deze overdracht zijn nog grotendeels onbekend. Wat we wel weten is dat RVA en RSZ de operatoren blijven voor respectievelijk RSZ-verminderingen en RVA-subsidies. Er zal dus weinig veranderen aan de administratieve stromen, op de inhoud van de gegevens na, uiteraard. We weten ook al dat voor RSZ-verminderingen de vestigingseenheid van de onderneming bepaalt wie bevoegd is, terwijl dat voor RVA-verminderingen de woonplaats van de werkzoekende is. Minder duidelijk is bijvoorbeeld wat men zal doen in geval van een verhuis naar een ander Gewest tijdens de looptijd van een vermindering. Of nog: hoe de Gewesten de nieuw verworven bevoegdheid zullen inzetten: zal Vlaanderen bijvoorbeeld vooral de aanwerving van ouderen stimuleren en Wallonië die van jongeren? Als vroegste datum van inwerkingtreding wordt 2013 genoemd. Er blijft dus nog wat tijd om een antwoord te krijgen op al deze vragen.
Dezelfde timing zal ook gelden voor andere overdrachten, bijvoorbeeld de regionalisering van het educatief verlof, de start- en stagebonus, de werkhervattingtoeslagen voor oudere werklozen of voor alleenstaande ouders. Voor hun eigen publieke instellingen en ondergeschikte besturen zullen de deelstaten ook kunnen beslissen of uitzendarbeid in de toekomst al dan niet wordt toegelaten.
De begroting
Het begrotingsluik is voor velen wellicht minder heuglijk nieuws dan het luik staatshervorming. Terwijl er in de gezondheidszorgen wel een budget gereserveerd is voor het sluiten van een nieuw social profit akkoord, neemt de groeinorm af tot 2% in 2013 en 3% in 2014, terwijl hij voor 2012 de facto volledig verdwijnt. Meer zelfs, in 2012 worden bijkomende besparingen gerealiseerd, vooral op de budgetten voor geneesmiddelen, honoraria en in mindere mate ziekenhuizen.
Ook de algemene besparingsmaatregelen kunnen de social profit of de werknemers van de social profit treffen. Een greep uit de maatregelen: de hoge loongrens voor de structurele lastenverlaging wordt voortaan geïndexeerd, bedrijfswagens worden in hoofde van de werknemer sterker belast in functie van de waarde en de CO2-uitstoot. De leeftijden en loopbaanvoorwaarden voor brugpensioen en vervroegd pensioen worden al vanaf 2012 stelselmatig verhoogd. De toepassing van de wetgeving over de deeltijdse arbeid zal strikter worden gecontroleerd. De mogelijkheden voor het gebruik van tijdskrediet zullen worden beperkt. De leeftijd voor landingsbanen (halftijds en 1/5 tijdskrediet tot aan het pensioen) zal worden opgetrokken tot 55 jaar, hoewel het nog niet duidelijk is of dit ook zal gelden voor verpleegkundigen en verzorgend personeel.
Daarnaast komen er ook niet-budgettaire hervormingen in het arbeidsrecht. Zo zullen de statuten van arbeiders en bedienden voor midden 2013 worden geharmoniseerd. De gemiddelde arbeidsduur zou berekend worden over een periode van 12 in plaats van 3 maanden.
Kortom, het regeerakkoord bevat tal van budgettaire, communautaire en inhoudelijke maatregelen die hun impact op de social profit zullen hebben. De budgettaire maatregelen zullen hun effect al laten voelen vanaf 2012, de andere pas wat later. Maar het is wel duidelijk dat personeels-, financiële en organisatieverantwoordelijken de volgende weken en maanden hun mailbox goed in het oog moeten houden om tijdig alle wijzigingen te implementeren. Acerta houdt u in ieder geval zoals steeds op de hoogte.

