Home Persberichten Regeerakkoord 1.12.2011: Pensioenmaatregelen
20-12-11 Regeerakkoord 1.12.2011: Pensioenmaatregelen
1. Verhoging van de leeftijd voor vervroegd pensioen
De minimumleeftijd om vervroegd op pensioen te kunnen gaan wordt opgetrokken van 35 naar 40 loopbaanjaren over een tijdspanne van 5 jaar.
| Ingangsdatum pensioen | Minimumleeftijd | Loopbaanvoorwaarde | Uitzondering lange loopbaan |
|---|---|---|---|
| 2012 | 60 jaar | 35 loopbaanjaren | |
| 2013 | 60 jaar en 6 maanden | 38 loopbaanjaren | 60 jaar bij 40 loopbaanjaren |
| 2014 | 61 jaar | 39 loopbaanjaren | |
| 2015 | 61 jaar en 6 maanden | 40 loopbaanjaren | 60 jaar bij 41 loopbaanjaren |
| 2016 | 62 jaar | 40 loopbaanjaren | 60 jaar bij 42 loopbaanjaren en 61 jaar bij 41 loopbaanjaren |
2. De pensioenbonus
De pensioenbonus wordt geëvalueerd voor 1 december 2012, met de bedoeling om het aansporend karakter te versterken.
3. Berekening van het pensioen
De maanden van het jaar van de ingangsdatum zullen voortaan meetellen in de berekening van het pensioen.
Het beginsel van eenheid van loopbaan wordt geleidelijk afgeschaft in alle stelsels. De jaren van activiteit na 45 loopbaanjaren geven recht op een verhoogd pensioen, voor zover ze niet meer dan 30 gelijkgestelde dagen per loopbaanjaar bevatten.
De regering zal onderzoeken in hoeverre de voorwaarden voor gelijkstelling van niet-gewerkte periodes kunnen gelijkgeschakeld worden over de verschillende pensioenstelsels.
De werkloosheid van de 3e periode en het brugpensioen voor 60 jaar zullen berekend worden op basis van het minimumjaarrecht per loopbaanjaar. Uitzonderingen :
- brugpensioen in een bedrijf in moeilijkheden/herstructurering
- brugpensioen ingevolge CAO nr. 96
De periodes van vrijwillige werkonderbreking (buiten het gemotiveerde tijdskrediet en de thematische verloven) tellen nog voor maximum 1 jaar mee in de berekening. Bij tijdskrediet 1/5 wordt deze gelijkstelling in dagen geteld.
Deze maatregelen treden in werking vanaf 2012.
4. Toegelaten activiteit na pensioen
Voor 65 jaar
Het huidige stelsel blijft, maar de sanctie is in overeenstemming met de overschrijding. De inkomensgrens wordt voortaan geïndexeerd.
Vanaf 65 jaar
Onbeperkt bijverdienen vanaf 2013 voor diegene met 42 loopbaanjaren. In 2014 wordt deze maatregel geëvalueerd met het oog op een verhoging van de loopbaanvoorwaarde.
Voor wie niet aan 42 loopbaanjaren komt, blijft de huidige inkomensgrens blijft, maar deze wordt voortaan wel geïndexeerd. Bij overschrijding zal de sanctie in verhouding tot de overschrijding staan.
Het blijft onmogelijk om bijkomende pensioenrechten op te bouwen wanneer men al een pensioen krijgt.
Deze wijzigingen treden in werking vanaf 2013.
5. Overlevingspensioenen
Personen die hun “partner” verliezen, krijgen een overgangsuitkering. De duur van deze uitkering hangt af van de leeftijd, het aantal kinderen en het aantal jaren huwelijk/wettelijke samenwoning.
Partner = gehuwden of wettelijk samenwonenden, die zich in een “gehuwde toestand” bevinden.
Als betrokkene na de overgangsuitkering geen baan heeft, is er onmiddellijk recht op een werkloosheidsuitkering, zonder wachttijd en met een aangepaste begeleiding.
De regels inzake toegelaten activiteit worden versoepeld voor de overlevingspensioenen, teneinde de werkloosheidsval te bestrijden.
6. De 2e en 3e pijler
De regering zal de sociale partners vragen om de 1e pijler te consolideren en om een veralgemening van de 2e pijler (of een 1e pijler bis) te overwegen, bij voorrang voor diegene die geen toegang hebben tot de 2e pijler.
De fiscale 80%-regel wordt geëvalueerd om de perverse gevolgen te vermijden, bv. het aandikken van de bezoldiging op het einde van de loopbaan, rekenfouten door een verkeerde evaluatie van het wettelijk pensioen bij een gemengde loopbaan, …
De bijdragen gestort in de 2e pijler zullen maar fiscaal aftrekbaar zijn als ze recht geven op een aanvullend pensioen dat, opgeteld bij het wettelijk pensioen, het niveau van het hoogste overheidspensioen niet overschrijdt.
De belastingverminderingen op de 2e en 3e pijler worden momenteel berekend op basis van een bijzondere gemiddelde aanslagvoet. Voortaan worden deze voor iedereen berekend aan een percentage van 30%, ongeacht het inkomen.
7. Herwaardering van de pensioenen en informeren van de gepensioneerden
De pensioenen van de zelfstandigen en werknemers worden aangepast in het kader van de welvaartsenveloppe.
Alle werkenden krijgen op regelmatige tijdstippen, vanaf het begin van hun loopbaan, een raming van hun toekomstige pensioenrechten. De loopbaangegevens over de 3 pensioenstelsels + de aanvullende pensioenen worden samengebracht in één databank. Op die manier zal er maar één aanspreekpunt meer zijn om (toekomstige) de gepensioneerden te informeren.

