Naar inhoud

Home Jouw sector Algemeen

Algemeen

De realiteit waar social profit naar verwijst, wordt ook met andere begrippen omschreven. Dit is een eerste kenmerk van beschrijving.

Zowel in ons land als in buurlanden worden andere termen gebruikt zoals bijvoorbeeld quartaire sector, sociale economie, third sector, de gesubsidieerde sector, het sociaal- en sociaal-economisch middenveld.

Tussen de gebruikte concepten zijn er gelijkenissen en verschillen. Deze verscheidenheid verhoogt het belang van het uitklaren van wat we verstaan onder social profit. Dat uitklaren doen we op basis van twee sporen.

Enerzijds beschrijven we eerder conceptueel de terugkerende bestanddelen in omschrijvingen van social profit.
Anderzijds benaderen we de social profit als sector praktisch via zijn erkende afgebakende subsectoren of paritaire comités.

In de conceptuele omschrijving zijn er vier elementen die steeds terugkeren. Ze zijn te beschouwen als een soort intentieverklaringen, keuzes die de focus van handelen richten. De vier elementen in de conceptuele omschrijving van de sociale profit zijn:

  1. Social profit heeft betrekking op het verlenen van diensten van sociale aard aan leden en gemeenschappen. In principe behoren activiteiten die commerciële diensten of producten leveren niet tot de social profit.
  2. Bij het verlenen van die diensten streven de verstrekkers niet naar winstmaximalisatie; het verlenen van diensten gebeurt ‘zonder winstoogmerk’. De organisaties in de social profit hebben veelal het juridisch statuut van een vzw.
  3. Voor de financiering van de dienstverlenende activiteiten maken de initiatieven gebruik van vrijwilligerswerk, giften, bijdragen en/of overheidssubsidies. In principe doen socialprofitorganisaties geen beroep op marktmiddelen.
  4. De dienstverlening wordt georganiseerd door verenigingen, organisaties met autonome besluitvorming, zij bepalen zelf de oprichting, groei en strategie en werking van de organisatie. Overheidsbedrijven behoren in principe niet tot de social profit.

Een meer praktische afbakening van de social profit is deze gebaseerd op de afbakening in paritaire comités.
In totaal zijn er 11 paritaire comités die samen de social profit vormen. De beschrijving van de subsectoren in punt twee zal duidelijk illustreren waarom de afbakening volgens deze vier kenmerken niet altijd sluitend is.
De praktische afbakening maakt het mogelijk een kwantitatief overzicht te geven van het belang van de social profit voor de tewerkstelling en de economie. In het vierde kwartaal van 2008 telde de RSZ in België in totaal 3 425 598 werknemers. Daarvan was 12,78 % tewerkgesteld in een van de 11 paritaire comités die samen de social profit vormen. Bij de vrouwen ligt het aandeel hoger dan bij de mannen, respectievelijk 21,31 % en 5,56 %. De social profit sector is een belangrijke werkgever voor vrouwen, drie vierde van de werknemers is vrouw.

  Mannen % Vrouwen % Totaal %
Social Profit 103.081 5.56 334.817 21.31 437.898 12.78
Privé 1.425.032 76.84 862.393 54.89 2.287.425 66.78
Overheid 326.448 17.60 373.827 23.80 700.275 20.44
Totaal 1.854.561 100.00 1.571.037 100.00 3.425.598 100.00

Unisoc, de werkgeverskoepel van de socialprofitsector in België, raamt de totale tewerkstelling in de social profit in ruime zin op meer dan 590 000 werknemers.

In dat cijfer worden dan bijvoorbeeld werknemers in onderwijs georganiseerd door de overheid of werknemers in publieke rusthuizen meegerekend.

Contact
Jouw sector
Algemeen
Subsectoren
Uitdagingen
Aanbod
Personeelsadministratie
HR-ondersteuning
VOCA Training & Consult - Social Profit
Persberichten
Downloads
Tools
e-Twist
Tango
e-Salsa
Aida
Orbis
Presa
Samenwerking