Vorige

Belgen werken steeds meer vast en voltijds

11 april 2019 Werkgevers

Contracten van onbepaalde duur zijn steeds meer voltijdse overeenkomsten. Hoewel het niet strookt met het idee van consequente flexibilisering en tijdelijke contracten, bewijzen cijfers van Acerta toch het tegendeel: werknemers werken massaal meer vast én voltijds. Zo was in 2018 62,51% van alle lopende arbeidscontracten een voltijds contract. Goed voor een stijging van 3% ten opzichte van 2014. Een stijging die bovendien perspectieven opent in het licht van de huidige arbeidskrapte. We lichten de opmerkelijkste cijfers uit ons onderzoek toe.

Leestijd: Later lezen?

Driekwart van de contracten in 2018 is minstens 80%

De doorstroming van tijdelijke contracten naar vaste contracten is toegenomen. In 2018 waren 6 op de 10 contracten voltijds. Rekenen we bij de voltijdse contracten de contracten die minstens 4/5de van een voltijds contract inhouden, komen we aan 76%. De groei van het aantal voltijdse contracten gaat dus niet ten koste van andere veelurige contracten.

Halftijdse contracten doen het daarentegen iets minder goed. Deze daalden van een aandeel van 8,0% in 2014 naar 6,7% in 2018. In het algemeen boeten de kleinere contracten in aan populariteit. Dit is deels te wijden aan de verstrenging rond tijdskrediet waardoor dit stelsel minder toegankelijk geworden is.

Ook gemiddelde contractuele arbeidsduur is toegenomen

Eind 2018 stelden we vast dat de gemiddelde arbeidsduur bijna 86% bedroeg. Een stijging van 1,66% ten opzichte van 2014. In vergelijking met 5 jaar geleden, werkte de Belg gemiddeld 3 dagen meer in 2018. Wetende dat onze actieve arbeidsmarkt uit 4,2 miljoen werknemers bestaat, komt dat neer op maar liefst 12,6 miljoen extra gewerkte arbeidsdagen. Er zijn niet alleen meer jobs bijgekomen, er zijn ook gewoon meer voltijdse jobs. Niet zo gek: in tijden van arbeidskrapte bieden werkgevers grotere contracten aan. En de werknemers lijken daarop in te gaan.

Leeftijd en sector spelen grote rol

Het aandeel voltijdsen is het grootst binnen de leeftijdscategorie 20 tot en met 29 jaar. 72,7% van deze werknemers is voltijds tewerkgesteld. Eens de leeftijd van 30 jaar voorbij, blijft het aandeel zakken. Al is het engagement van de oudste categorie opvallend groter dan de leeftijdscategorieën 40 tot en met 49 jaar en 50 tot en met 59 jaar. 57,25% van de 40 tot en met 59 jarigen beschikt over een voltijds contract, versus 61,7% van de 60-plussers.

Wanneer we de social profit met de profitsector vergelijken, zien we enkele prominente verschillen. Amper 4 op de 10 lopende arbeidscontracten binnen de social profitsector voorzien in voltijdse prestaties. In de meeste gevallen is het de werknemer die vragende partij is voor een deeltijdse tewerkstelling. Door de veelal onregelmatige uren en baremaverloning is dit voor hen een manier om hun work-life balans in evenwicht te houden.

Wat de gemiddelde contractuele arbeidsduur betreft, zien we dat deze 2,39% meer bedraagt dan in 2014. Werknemers in de social profitsector werkten 4,7 arbeidsdagen meer in 2018 dan 5 jaar geleden. Een stijging die zelfs hoger is dan in de profitsector.

Opportuniteiten om arbeidskrapte aan te pakken

Zowel voor de profitsector als voor de social profitsector bieden arbeidsovereenkomsten met een groter aantal arbeidsuren kansen. Kansen om meer mensen voor meer uren te engageren. Want niet alleen het loon en de extralegale voordelen zijn de belangrijkste motivatoren. Denk bijvoorbeeld aan zelfroostering en glijdende werkuren, een uitgebreid opleidingsaanbod en rematching. Er bestaan heel wat creatieve mogelijkheden die de arbeidskrapte deels kunnen oplossen. Tegelijkertijd hou je als werkgever de werkdruk van je werknemers onder controle, zodat ze zich beter in hun vel voelen op de werkvloer.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikels