Nieuwe regels vrijstelling vennootschapsbijdrage voor jonge vennootschappen

01 maart 2019

Op 1 november 2018 werd het ondernemingsrecht hervormd en verdween het onderscheid tussen de handels- en niet-handelsonderneming. Voortaan worden alle ondernemingen ingeschreven als “inschrijvingsplichtige onderneming”. Dit heeft ook gevolgen voor de toekenning van de vrijstelling van de vennootschapsbijdrage voor de eerste drie jaren vanaf de oprichting.

Deze vrijstelling was aanvankelijk namelijk enkel voorbehouden voor vennootschappen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) waren ingeschreven als handelsonderneming. Omdat het begrip “handelsonderneming” niet meer bestaat, moest deze voorwaarde worden herbekeken.

Voortaan is het voldoende dat de vennootschap in de KBO wordt ingeschreven als “inschrijvingsplichtige onderneming”. Deze regeling geldt voor vennootschappen die zijn ingeschreven  vanaf 1 november 2018.

De andere twee voorwaarden blijven wel onverkort van toepassing:

  • Het moet gaan om een personenvennootschap. Kapitaalvennootschappen, zoals de NV en de Comm. VA kunnen de vrijstelling dus niet krijgen.
  • Alle zaakvoerders en de meerderheid van de werkende vennoten mogen maar maximum 3 jaar zelfstandige geweest zijn in de 10 jaar voorafgaand aan de oprichting van de vennootschap.

De vennootschap die aan alle voorwaarden voldoet, kan dus aan het sociaal verzekeringsfonds vrijstelling vragen van de vennootschapsbijdrage voor de eerste drie jaren vanaf de oprichting. Opgelet: als de vennootschap wordt opgericht op het einde van het jaar, maar pas haar activiteit opstart in het jaar nadien, geldt het jaar van de neerlegging van de oprichtingsakte toch als eerste jaar.

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates