Vrijstelling voor nacht- en ploegenarbeid voortaan op werkgeversniveau berekend

17 mei 2018

Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor nacht – en ploegenarbeid

Werkgevers van wie de werknemers nacht- en/of ploegenarbeid verrichten, kunnen aanspraak maken op een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (BV). Dit is een maatregel waardoor deze werkgevers een deel van de BV die hun werknemers moeten betalen zelf mogen bijhouden.

Definities

Met “ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht” wordt verwezen naar ondernemingen waar het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak.
“Ondernemingen waar nachtarbeid wordt verricht” zijn dan weer de ondernemingen waar de werknemers, volgens de in de onderneming toepasselijke arbeidsregeling, prestaties verrichten tussen 20 uur en 6 uur, met uitsluiting van de werknemers:

  • die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur; of
  • die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur.

Voorwaarden

Naast het feit dat er in de onderneming nacht- en/of ploegenarbeid wordt verricht, moeten ook een aantal voorwaarden voldaan zijn:

  • de werkgever moet een ploegenpremie betalen (hiermee wordt ook de premie voor nachtarbeid bedoeld), en
  • de werknemers moeten, op basis van de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, in de periode waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd tenminste 1/3e van hun arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid tewerkgesteld zijn, en
  • de BV die verschuldigd is op de betrokken bezoldigingen en de ploegenpremie moet volledig ingehouden zijn.

Omvang van de vrijstelling

Deze vrijstelling bedraagt in principe 22,8% van de belastbare bezoldigingen, inclusief de ploegenpremie, van de betrokken werknemer. Het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen zijn echter uitgesloten uit de berekeningsbasis. 

Nieuw: berekening op werkgeversniveau

De BV-vrijstelling voor ploegenarbeid wordt toegepast op het bedrag aan BV dat overblijft na toepassing van alle werknemersverminderingen, bijvoorbeeld de vermindering voor kinderen ten laste. De specifieke situatie van een werknemer (bv. een laag loon, een groot aantal kinderen ten laste,…) kan er dus voor zorgen dat er weinig of geen BV meer verschuldigd is. De werkgever kan in dat geval ook niet meer genieten van de vrijstelling van doorstorting.

Om hieraan tegemoet te komen werd de wetgeving aangepast. Vanaf 1 januari 2018 wordt deze vrijstelling berekend op het niveau van de groep van werknemers die in aanmerking komen voor deze vrijstelling. De vrijstelling die bij een bepaalde werknemer niet toegepast kan worden, kan op de BV van een andere werknemer binnen de groep in mindering worden gebracht. Dit is natuurlijk enkel mogelijk indien deze laatste werknemer nog BV verschuldigd is. 

Bron:
Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (1), BS 30 maart 2018. Deze wet heeft artikel 275/5, §1 WIB 92 aangepast. 

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates