Doelgroepenbeleid in Vlaanderen: Vlaamse regering verandert het geweer van schouder

22 november 2019

De Vlaamse regering wil belangrijke wijzigingen doorvoeren in haar doelgroepenbeleid, vooral dan wat betreft oudere en jongere werknemers. De teksten zijn nog in voorbereiding, maar wij brengen jou graag al op de hoogte. 

In Vlaanderen kan je als werkgever een doelgroepvermindering of ‘RSZ-vermindering’ krijgen als je iemand aanwerft of aan de slag houdt die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Je moet voor deze werknemers dan minder of geen werkgeversbijdragen betalen. Momenteel kunnen werkgevers actief in het Vlaamse gewest een recht openen op deze verminderde werkgeversbijdragen in geval van aanwerving van bepaalde oudere of jongere werknemers.

Oudere werknemers

De doelgroepvermindering voor oudere werknemers, ouder dan 55 jaar, bestaat eigenlijk uit twee voordelen.

  • Als werkgever kan je enerzijds genieten van een vermindering voor ‘zittende’ oudere werknemers. Dit wil zeggen dat je een vermindering geniet voor elke 55-plusser die je in dienst hebt. Let wel, deze vermindering geldt enkel wanneer je behoort tot de profit-sector (en bij uitbreiding PC 318 voor de gezins- en bejaardenhulp en ook de sociale werkplaatsen binnen PC 327). Werkgevers uit de non-profit sector en de publieke sector vallen uit de boot. Bovendien is er een loongrens. Betaal je de oudere werknemer een brutoloon dat erboven ligt, dan heb je evenmin recht.
  • Werf je daarentegen een niet-werkende werkzoekende oudere aan, dan heb je acht kwartalen lang recht op een hogere vermindering, namelijk een volledige vrijstelling van de basisbijdragen. Na die acht kwartalen, kan je voor dezelfde werknemer blijven genieten voor de vermindering voor ‘zittende’ oudere werknemers. Een grote besparing op de loonkost voor deze werknemers dus.

In de bespreking van de begroting door de nieuwe Vlaamse regering staat echter te lezen dat er de voorbije periode een toename is geweest van de werkzaamheidsgraad voor 55 plussers, specifiek in de jongste leeftijdscategorie van deze doelgroep. Daarom beslist ze om de startleeftijd voor de toekenning van de doelgroepvermindering op te trekken van 55 naar 58 jaar.

Vanaf 1 januari 2020 heeft dit als gevolg dat werkgevers niet langer beroep kunnen doen op de doelgroepvermindering voor werknemers van 55, 56 of 57 jaar. De afschaffing van het voordeel voor deze leeftijdsgroep betreft niet alleen de aanwerving van niet-werkende werkzoekende ouderen. Ook zittende werknemers die de leeftijd van 55 jaar bereiken zullen geen recht meer openen op een doelgroepvermindering tot het kwartaal van hun 58e  verjaardag.

Jongere werknemers

Volgens de huidige regels kunnen ook jongere werknemers recht geven op een doelgroepvermindering wanneer zij jonger zijn dan 25 bij de aanwerving en geen diploma hoger onderwijs hebben.

  • Er is enerzijds een doelgroepvermindering mogelijk voor laaggeschoolde jongeren. Dat zijn jongeren die geen diploma van het secundair onderwijs hebben. Bij aanwerving van zo’n jonge werknemer, moet de werkgever acht kwartalen lang geen basisbijdragen betalen. Wat een besparing van 25 procent uitmaakt.
  • Anderzijds is er een doelgroepvermindering mogelijk voor jongeren die hoogstens een diploma van het secundair onderwijs hebben. Zij zijn middengeschoold. Voor zo’n aanwerving bedraagt de periode van vermindering eveneens acht kwartalen, maar het gaat om een forfaitaire vermindering van maximaal 1000 euro per kwartaal.

Volgens recent onderzoek in handen van de Vlaamse regering blijkt dat deze maatregel haar doel voorbijschiet. Werkgevers zouden ook zonder deze financiële incentive de jongere aangeworven hebben.

Daarom zal de Vlaamse regering de reglementering aanpassen, waardoor middengeschoolde jongeren vanaf 1 januari 2020 geen recht meer openen op een doelgroepvermindering. Enkel nog laaggeschoolde jongeren zullen een vermindering kunnen openen waardoor je loonkost als werkgever daalt.

Overgangsmaatregelen?

Aangezien heel wat werkgevers momenteel oudere of jongere werknemers in dienst hebben voor wie ze deze vermindering genieten, heeft de Vlaamse regering ook een overgangsmaatregel uitgedacht. Zo verliest geen enkele werkgever van de ene dag op de andere het voordeel van een lopende vermindering.

Voor werkgevers die een niet-werkende werkzoekende van 55, 56 of 57 jaar hebben aangeworven, blijft de vermindering lopen tot de acht kwartalen verstreken zijn. Is de betrokken werknemer na afloop van die acht kwartalen nog geen 58 jaar oud, dan kunnen zij ook de vermindering voor zittende ouderen genieten. Bovendien kunnen ook werkgevers die al voor 31 december 2019 gebruik maken van de doelgroepvermindering voor zittende werknemers van 55, 56 of 57 jaar oud dit voordeel verder toepassen na 1 januari 2020. En wie na 2020 een nieuwe aanwerving doet van een werknemer die op 31 december 2019 al 55 jaar oud was, maar bij de aanwerving de leeftijd van 58 jaar nog niet heeft bereikt, kan voor die aanwerving eveneens nog genieten van de doelgroepvermindering voor zittende ouderen als overgangsmaatregel.

Maak je momenteel gebruik van een doelgroepvermindering voor een middengeschoolde jongere? Dan verandert er voor jou ook niets. De gestarte vermindering kan uitgeput worden tot de acht kwartalen verstreken zijn, zelfs na 1 januari 2020.

Voor 31 december 2019 geopende en lopende voordelen blijven aldus behouden tot het voorziene einde. Opgelet, dit is natuurlijk op voorwaarde dat de werknemer elk kwartaal voldoet aan de momenteel geldende voorwaarden.

Nu nog snel een aanwerving doen?

Heb je een vacature waarvoor een oudere werknemer of een middengeschoolde jongere zich aandient? Dan kan het lonen om na te gaan of zij voldoen aan de voorwaarden voor de maatregelen die vanaf 2020 geschrapt zullen worden. Aanwervingen uit deze doelgroepen in 2019 kunnen een belangrijke kostenbesparing zijn ten aanzien van dezelfde aanwerving vanaf januari 2020.

Wat is de Vlaamse regering nog van plan?

Met de afschaffing van de doelgroepverminderingen voor middengeschoolde jongeren en voor 55, 56 of 57 jaar oude werknemers, realiseert de Vlaamse overheid een forse besparing. Dat budget wordt echter opnieuw geïnvesteerd en dit ten voordele van een andere doelgroep, de werkzoekenden.

Een gekend fenomeen is de werkloosheidsval. Waarom zou een werkloze aan de slag gaan wanneer hij niet veel meer verdient met te werken dan met thuis te zitten terwijl hij een werkloosheidsuitkering geniet. Wie toch aan de slag gaat, moet daar dus extra voor beloond worden. En daar zal de jobbonus voor zorgen. De Vlaamse regering wil aan al wie een brutoloon verdient dat onder de 2500 euro per maand ligt, een bonus geven zodat zij meer overhouden van hun loon. Deze bonus (toeslag) zal vrijgesteld zijn van sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Als werkgever moet je echter niet opdraaien voor deze kost, dus je kan deze toeslag recupereren bij de Vlaamse overheid.

De concrete bedragen en rekenregels moeten nog vastgelegd worden, maar het staat vast dat de jobbonus er komt in 2021.

Bronnen:
Beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2024 van Vlaams minister Hilde Crevits, 128 (2019-2020) nr. 1
Ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2020 van de Vlaamse Regering, 152 (2019-2020) nr. 1

Meer weten? Volg de opleiding Doelgroepverminderingen

Deze opleiding doelgroepverminderingen geeft je in een halve dag een overzicht van de verschillende kortingen die je kan bekomen op de patronale RSZ.

Schrijf in

Deel dit artikel

Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates