Nog even rekenen voordat u op vakantie vertrekt!

26 juni 2019

Wat dient u nog te ondernemen voor 30 juni?   

Voor heel wat rechten, plichten en maatregelen is 30 juni een belangrijke datum. 

Startbaanverplichting

Als werkgever moet u voldoende jongeren in dienst nemen. Eind jaren negentig voerde de overheid immers de startbaanverplichting in, op basis waarvan werkgevers die een bepaald aantal werknemers in dienst hebben, verplicht worden een wettelijk vastgesteld aantal jongeren tewerk te stellen. Alle werkgevers uit de openbare en private sector die op 30 juni 2019 een personeelsbestand hadden van minstens vijftig werknemers hebben een individuele startbaanverplichting. Zij moeten verplicht een aantal jongeren in dienst hebben en houden, hetzij aanwerven of vervangen in 2020. Men telt daarbij het personeelsbestand op 30 juni 2019 in koppen.

De individuele startbaanverplichting voor werkgevers in de private sector bedraagt 3 % van het personeelsbestand in het tweede kwartaal van het voorgaande jaar, uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE). Sommige sectoren zijn vrijgesteld of kunnen een gehele of gedeeltelijke vrijstelling vragen aan de FOD WASO.

De werkgever uit de openbare sector heeft een startbaanverplichting van slechts 1,5 % van het personeelsbestand in het tweede kwartaal van het voorgaande jaar, uitgedrukt in VTE. Voor de federale staat, en de overheidsinstellingen die ervan afhangen, bestaat een aparte regeling. Voor hen geldt een startbaanverplichting van 3 % van het personeelsbestand, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, tijdens het tweede kwartaal van het voorafgaande jaar. Met andere woorden hun startbaanverplichting is in de praktijk even groot als die voor werkgevers uit de private sector.

Vakantierechten pas afgestudeerde - Studentenarbeid

Vele jongeren studeren af eind juni. Voor hen lonkt het arbeidsleven maar het kan ook zijn dat ze eerst nog een studentenjob doen alvorens te beginnen werken.

Géén betaalde vakantie in het jaar dat men afstudeert

In de privésector wordt maar vakantie toegestaan in de mate dat de werknemer in het jaar voordien (vakantiedienstjaar) ervoor gewerkt heeft. Een werknemer kan in het vakantiejaar (het kalenderjaar volgend op het vakantiedienstjaar) enkel de vakantiedagen opnemen die hij in het vakantiedienstjaar opgebouwd heeft door arbeid te verrichten. Een jongere die nog studeerde in het vakantiedienstjaar 2018, heeft dus geen vakantierechten opgebouwd voor het vakantiejaar 2019. Indien u hem in 2019 in dienst neemt, zal hij het voor de rest van dat jaar zonder wettelijke vakantie moeten stellen. U kunt natuurlijk steeds onbetaald verlof toestaan.

In het kalenderjaar volgend op het jaar van afstuderen en werken zal de werknemer recht hebben op onvolledige vakantierechten. Indien deze werknemer dan aan de voorwaarden voldoet kan hij genieten van het stelsel van de jeugdvakantie waardoor hij toch vier weken vakantie zal kunnen opnemen. Deze dagen jeugdvakantie zijn niet betaald door de werkgever, maar wel vergoed met een uitkering van de RVA.

Studentenarbeid

Volgens de huidige regeling kan een student met een schriftelijke studentenovereenkomst tewerkgesteld worden. Hierop zijn enkel solidariteitsbijdragen verschuldigd en geen normale werkgevers- en werknemersbijdragen.

Studenten die minstens 12 maanden onafgebroken bij dezelfde werkgever werken, kunnen echter niet meer met een studentenovereenkomst tewerkgesteld worden. Zij worden van dan af als gewone werknemers beschouwd.

Een student kan gedurende 475 uur kalenderjaar werken met solidariteitsbijdragen. De te betalen solidariteitsbijdragen belopen 5,42% voor de werkgever, en 2,71% voor de werknemer.

Als de student afstudeert in juni, dan aanvaardt de RSZ dat hij nog tot 30 september van dat jaar tegen verminderde sociale bijdragen aan de slag gaat. Als de student echter onmiddellijk na zijn studentenjob bij dezelfde werkgever als gewone werknemer zal starten, dan moet de aard van de vaste job duidelijk verschillen van de studentenjob. Het is niet de bedoeling dat de studentenjob als een proefperiode voor de gewone job wordt gebruikt.

Meer informatie hierover: klik hier

Tijdskrediet

Elke individuele werknemer heeft een recht op tijdskrediet. Om te vermijden dat de arbeidsorganisatie in de war wordt gestuurd wanneer een te groot aantal werknemers dat recht tegelijk gaat uitoefenen, is een voorkeur- en planningsmechanisme uitgewerkt in cao 103. Dat mechanisme treedt in werking van zodra meer dan 5 % van het totale aantal werknemers van de onderneming of de dienst tegelijk een vorm van tijdskrediet wenst uit te oefenen. Dat percentage, de zogenaamde drempel, kan echter worden gewijzigd (zowel naar boven als naar beneden) door de sector of door de onderneming (CAO of arbeidsreglement).

Binnenkort op 30 juni kunt u de drempel gaan bepalen voor de aanvragen tijdskrediet voor 2020.

Elk jaar opnieuw wordt de drempel immers herberekend in functie van de toestand op 30 juni van het voorgaande jaar. Het percentage wordt berekend op het totale aantal werknemers dat in de onderneming (technische bedrijfseenheid) of de dienst met een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het recht wordt uitgeoefend. Het louter verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst is voldoende. Het gaat hier louter over het aantal koppen, dus zonder verrekening naar voltijdse equivalenten. Het resultaat moet vervolgens worden verhoogd met 1 eenheid, per volle schijf van 10 werknemers boven de 50 jaar in de onderneming. De werknemers vanaf 55 jaar die een loopbaanvermindering met 1/5 uitoefenen of hebben aangevraagd worden niet meegeteld bij het bepalen van de bijkomende eenheden.

Bovendien verschilt de kennisgevingstermijn in functie van de grootte van de onderneming. In ondernemingen met ten hoogste 20 werknemers op 30 juni van het jaar dat de aanvraag tot onderbreking of vermindering voorafgaat, moet de werknemer zijn werkgever 6 maanden vooraf op de hoogte brengen. Vanaf 21 werknemers wordt dat 3 maanden.

Houdt u er ten slotte ook rekening mee dat in ondernemingen met ten hoogste 10 werknemers op 30 juni van het jaar dat de aanvraag voorafgaat, de werkgever met elke individuele aanvraag moet instemmen.

Beroepsverplaatsingen met eigen wagen

Werknemers die voor beroepsverplaatsingen gebruik maken van een eigen wagen hebben recht op de terugbetaling door de werkgever van de gemaakte kosten.

Naar jaarlijkse gewoonte indexeert het maximale bedrag van de kilometervergoeding op 1 juli. Tot dat maximumbedrag kunt u de vergoedingen onbelast toekennen. Volgens onze berekeningen zal het nieuwe bedrag 0,3653 euro per kilometer bedragen, onder voorbehoud van officiële bevestiging in de komende weken.

Deel dit artikel

Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates