Zomerakkoord – Bent u de activeringsbijdrage verschuldigd?

16 januari 2018

Met de publicatie van de Programmawet is de activeringsbijdrage nu verschuldigd geworden voor werkgevers die oudere werknemers vrijstellen van prestaties. 

Bij de bespreking van de maatregelen waarover de regering vorige zomer een akkoord had gesloten, vertelden we u al dat er een sanctie zou komen voor werkgevers die oudere werknemers niet aan het werk houden. Nu de Programmawet gepubliceerd is en de wettelijke basis er dus is, kunnen we u wat meer informatie geven over deze bijdrage.

Principe?

De regering wil kost wat kost oudere werknemers effectief aan het werk houden. Ze doen dit door goede werkgevers te belonen met een doelgroepvermindering en ongehoorzame werkgevers te sanctioneren. Wat de sancties betreft, zijn al verschillende pistes geopperd. Sinds 1 januari 2018 is er een sanctie die effectief in wetgeving gegoten is, de activeringsbijdrage. Het gaat om een extra werkgeversbijdrage die de werkgever moet betalen, vanaf het moment dat hij een oudere werknemer vrijstelt van prestaties en tot aan het moment van diens pensionering. Schorsingen zoals beschreven in de Arbeidsovereenkomstenwet en vrijstellingen van prestaties tijdens de opzegtermijn zijn wel toegestaan.

Welke werkgevers?

Alle werkgevers die onder de CAO-wet van 5 december 1968 vallen, zijn de bijdrage verschuldigd, wanneer zij oudere werknemers vrijstellen van prestaties. Dit zijn de werkgevers uit de privé-sector. Ook enkele autonome overheidsbedrijven zoals Proximus, bpost en Belgocontrol zijn geviseerd.

Gaat het echter om een vrijstelling van prestaties die ingezet is voor 28 september 2017, dan is de betrokken werkgever geen bijdrage verschuldigd. Ook latere momenten van vrijstelling van prestaties, op grond van een bij de FOD WASO neergelegde CAO voor 28 september 2017 zorgen voor een vrijstelling van de bijdrage. Of voor de overheidsbedrijven, in toepassing van een regeling afgesloten in het Paritair Comité in de zin van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven voor 28 september 2017.

Daarnaast moet er geen bijdrage betaald worden wanneer de werknemer gedurende de eerste vier kwartalen van de vrijstelling van prestaties een opleiding heeft gevolgd. Deze opleiding moet hij verplicht hebben gevolgd op aangeven van zijn werkgever. De kostprijs ervan moet tenminste 20 procent van het brutojaarloon bedragen. Het betrokken jaarloon is dat waar hij recht op had voordat hij de vrijstelling van prestaties verkreeg.

De bijdrage

Leeftijd Bijdragevoet Minimumbijdrage per kwartaal
Jonger dan 55 20% 300 euro
Ouder dan 55, maar jonger dan 58 18% 300 euro
Ouder dan 58, maar jonger dan 60 16% 300 euro
Ouder dan 60, maar jonger dan 62 15% 225,6 euro
Ouder dan 62 10% 225,6 euro

Hoe jonger de werknemer op het moment dat hij wordt vrijgesteld van prestaties, hoe hoger de bijdrage die zijn werkgever verschuldigd is. Het gaat om een percentage, te berekenen op het brutokwartaalloon van de thuisblijvende werknemer. Eens het percentage vastgesteld wordt, is datzelfde percentage verschuldigd tot aan de pensionering van de werknemer.

Verminderingen en vrijstellingen

De werkgever die zijn werknemer een opleiding laat volgen, wordt vrijgesteld van de bijdrage wanneer het een ‘dure’ opleiding is. Gaat het om een opleiding die minstens 15 dagen duurde gedurende een jaar, dan krijgt de werkgever een vermindering van de verschuldigde bijdrage met 40 percent. Voor de opleidingen die recht geven op een vrijstelling of vermindering, moet u gaan kijken naar de Wet Werkbaar en Wendbaar Werk. De opleidingen uit artikel 9 (a en b) en 17 evenals de initiële beroepsopleiding, geven hier recht op. Het bewijs van de gevolgde opleiding moet door de werkgever bezorgd worden aan de Algemene Directie van het Toezicht op de Sociale Wetten. Zij zullen eenmaal per jaar alle bewijzen overmaken aan de RSZ, die de bijdragen dan zal verminderen.

Een vrijstelling is eveneens mogelijk wanneer de werknemer het werk terug hervat door elders te gaan werken en dit minstens voor een derde van een voltijdse job en gedurende een volledig kwartaal. Hij kan het werk hervatten bij een of meerdere andere werkgevers of als zelfstandige. De nadere regels over deze mogelijkheid tot vrijstelling kunnen wel nog bepaald worden bij een later uitvoeringsbesluit. We houden u uiteraard op de hoogte eens dit uitvoeringsbesluit wordt gepubliceerd. Eens de werkhervatting afgelopen is, gaat ook de vrijstelling van de bijdrage teniet en moet de werkgever opnieuw beginnen betalen.

Aangifte

De RSZ zal deze bijdrage innen op basis van de gegevens die de werkgever moet meedelen in zijn DmfA-aangifte. Hebt u een of meerdere oudere werknemers vrijgesteld van prestaties sinds 28 september 2017 en bent u deze bijdrage verschuldigd, laat dit dan zeker weten aan uw dossierbeheerder zodat Acerta het nodige kan doen.

Voor meer informatie kan u steeds terecht bij uw dossierbeheerder of u kan alles eens rustig nalezen in afdeling 23, VI, A, 16 van de Sociale Gids op Trefzeker

Bron:
Titel 3, Hoofdstuk 3 van de Programmawet (1) van 25 december 2017, BS 29 december 2017

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates