Basisprincipes van de vakantiewetgeving

Leestijd: Later lezen?

In België hebben medewerkers recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Het aantal vakantiedagen en de periode waarin ze worden opgenomen, zijn wettelijk bepaald. Voor het vastleggen van de vakantie is er een individueel of collectief akkoord nodig. Je medewerkers hebben ook recht op tien wettelijke feestdagen per jaar. Acerta verduidelijkt de vakantiereglementering, en zoomt in op cijfers.

Vakantieregeling: basisprincipes

Medewerkers in een vijfdagenstelsel hebben recht op 20 vakantiedagen als ze voltijds hebben gewerkt in het vakantiedienstjaar. Medewerkers in een zesdagenstelsel krijgen 24 vakantiedagen. Net na het afstuderen of lange periodes zonder werk, worden er geen vakantierechten opgebouwd. Presteerde een medewerker minder dan 12 maanden? Dan bereken je de vakantie proportioneel.

De berekening van het vakantiegeld is complex: er zijn verschillen tussen arbeiders en bedienden, vast en variabel loon, speciale berekeningen bij ontslag/uitdiensttreding en verandering van prestatiebreuk. Ook voor verschillende afwezigheden gelden er specifieke regels.

Vakantie: opvallende cijfers

Uit onderzoek van Acerta blijkt dat bijna 13 % van de toegekende vakantiedagen wordt opgenomen in december. De maanden juli, augustus en december zijn samen goed voor 54 % van alle vakantiedagen. Tijdens de eerste drie maanden van het jaar wordt er bijna geen vakantie opgenomen; in de paasvakantie is er een beperkte piek.

60-plussers spreiden hun zomervakantie over vier maanden: van juni tot september. Die spreiding is goed voor de continuïteit van je bedrijfsactiviteiten. Vrouwen spreiden hun vakantie iets meer dan mannen: slechts 19,45 % neemt vakantie in juni ten opzichte van 23,04 % bij mannen. Kleinere bedrijven kennen een grotere juli-piek: daar neemt 26 à 27 % van de medewerkers vakantie tegenover circa 21 % gemiddeld.

Verlof om dwingende redenen wordt weinig benut: mensen lijken hun vakantiedagen ‘op te sparen’ voor onvoorziene omstandigheden.

Goed om te weten: liefst 31 % van de medewerkers is vragende partij om extra-wettelijke vakantiedagen in te ruilen tegen cash. Met een cafetariaplan kom je daaraan tegemoet.

Wettelijke feestdagen

Voltijdse medewerkers hebben recht op 10 feestdagen per jaar:

  • 1 januari (Nieuwjaar)
  • Paasmaandag
  • 1 mei (Dag van de Arbeid)
  • Hemelvaartsdag
  • Pinkstermaandag
  • 21 juli (Nationale feestdag)
  • 15 augustus (Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart)
  • 1 november (Allerheiligen)
  • 11 november (Wapenstilstand)
  • 25 december (Kerstmis)

Deeltijdse werknemers met een vast rooster hebben recht op feestdagen en vervangingsdagen die vastgelegd werden voor de voltijdse medewerkers. Op voorwaarde dat ze samenvallen met een dag waarop ze prestaties moeten leveren volgens hun arbeidsovereenkomst.

Deeltijdse werknemers met een variabel rooster hebben recht op feestdagen en vervangingsdagen voorzien door de wet of koninklijk besluit die samenvallen met een dag waarop ze moeten werken volgens hun deeltijdse uurrooster. Als de deeltijdse werknemer met variabel rooster op de feestdag of vervangingsdag niet moet werken volgens zijn deeltijdse uurrooster, dan zal toch een bepaald bedrag (namelijk het loon voor de vier weken die de feestdag voorafgaan / het aantal dagen dat in de onderneming gewerkt werd) uitbetaald moeten worden door de werkgever.

Valt een feestdag op een zondag of rustdag? Dan wordt die vervangen door een dag waarop normaal wél wordt gewerkt. Als een feestdag op een schorsingsdag valt of na het einde van de arbeidsovereenkomst, is er soms wel en soms geen loon verschuldigd. Je ontdekt de regels hier.

Collectief verlof

Collectief verlof wordt soms bepaald door de sector en vastgelegd door het paritair comité, zoals bijvoorbeeld het bouwverlof (PC 124). De periode van het collectief verlof verschilt naargelang de provincie en het arrondissement. Let op: collectief bouwverlof is niet hetzelfde als inhaalrust. De bouwsector legt 12 vaste en verplichte inhaalrustdagen vast. Op die dagen mag je je arbeiders niet laten werken, behoudens door de sector voorziene uitzonderingen.

Je kunt collectief verlof ook bepalen op ondernemingsniveau, voor zover dit nog niet is gebeurd door het paritair comité: via de Ondernemingsraad, afspraken tussen werkgever en vakbondsafvaardiging, of werkgever en medewerkers.

Als je beslist om collectief verlof in te voeren, dien je een specifieke procedure te respecteren, het in je arbeidsreglement op te nemen én mee te delen aan je medewerkers.

Niet opgenomen vakantiedagen

Wettelijk gezien moeten medewerkers hun opgebouwde vakantiedagen opnemen tussen 1 januari en 31 december van het vakantiejaar. Voor arbeiders geldt dat hun vakantiegeld definitief is verworven, ook als ze het niet opnemen. Voor bedienden moet je de niet opgenomen dagen door overmacht uiterlijk op 31 december van het vakantiejaar uitbetalen. Hetzelfde geldt voor inhaalrustdagen of ADV-dagen: ze moeten voor het einde van het jaar worden opgenomen.

In de praktijk worden vakantiedagen soms overgedragen naar het volgende kalenderjaar.t Hoewel dit een gangbare praktijk is, mag dit wettelijk gezien niet.

Andere soorten verlof

Naast de tien wettelijke feestdagen en de jaarlijkse vakantie van je medewerkers, bestaan er nog andere soorten verlof. Denk aan ouderschapsverlof, tijdskrediet en educatief verlof. De voorwaarden om het toe te kennen en de regels rond doorbetaling of schorsing van loon, ontdek je in het Acerta-dossier over verlof.

Controleren of en wanneer je medewerkers recht hebben op vakantie?

Heb je nog vragen?

Heb je nog vragen?

Alle werkgevers zitten met vragen. Dat is normaal. Een duidelijk antwoord is wat jij nu wil. Ook dat is normaal.

Bekijk alle thema's en dossiers