Coronasteunmaatregelen voor zelfstandigen in 2021

Overbruggingsrecht 2021

Ook in 2021 kan je het overbruggingsrecht aanvragen. We maakten alvast een overzicht voor je per maand:

  • Januari 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.
  • Februari 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.
  • Maart 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.
  • April 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.
  • Mei 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.
  • Juni 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.
  • Juli 2021: lees hier welke uitkeringen je kan aanvragen.

Eenmalige premie voor zelfstandigen

Zelfstandigen kunnen een eenmalige premie van 598,81 euro bruto krijgen. Deze premie is onafhankelijk van de sector waarin je actief bent.

Voorwaarden

Deze maatregel geldt voor de volgende zelfstandigen :

  • Zelfstandigen en helpers in hoofdberoep
  • Meewerkende echtgenoot maxistatuut
  • Zelfstandigen in bijberoep, die evenveel verplichte voorlopige bijdragen betalen als een hoofdberoep
  • Student-zelfstandigen, die evenveel verplichte voorlopige bijdragen betalen als een hoofdberoep
  • Zelfstandigen die de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben, geen voorwaardelijk pensioen hebben en die evenveel verplichte voorlopige bijdragen betalen als een hoofdberoep
  • Zelfstandigen, gelijkgesteld met bijberoep (artikel 37), die evenveel verplichte voorlopige bijdragen betalen als een hoofdberoep

Je krijgt deze aanvullende uitkering als je in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021 voor minstens zes maanden het volledige bedrag van het overbruggingsrecht voor een hoofdberoep, of gelijkgesteld, gekregen hebt. De uitkeringen moeten niet opeenvolgend zijn. Maanden met een halve uitkering overbruggingsrecht tellen niet mee.

De volgende uitkeringen komen in aanmerking :

  • het enkele of dubbele overbruggingsrecht wegens gedwongen sluiting
  • het heropstart overbruggingsrecht
  • het overbruggingsrecht omzetdaling 40%

Het klassiek overbruggingsrecht telt niet mee. Ook het crisis-overbruggingsrecht wegens quarantaine of kinderopvang tellen niet mee.

Bedrag en betaling

Het bruto-bedrag van deze eenmalige premie bedraagt 598,81 euro. Deze premie wordt belast aan 16.5% tenzij het globaal tarief voordeliger is. Bij een belasting van 16,5% hou je netto 500 euro over.

Je sociaal verzekeringsfonds betaalt de premie ten laatste op 30 september 2021 na controle van de voorwaarden. 

Aard van de premie

Deze premie wordt gelijkgesteld met een uitkering overbruggingsrecht. Ze telt niet mee voor de toepassing van het cumulatieplafond. Deze premie heeft ook geen invloed op je andere sociale uitkeringen.

Aanvraag

Als je aan de voorwaarden voldoet, zal je deze premie automatisch ontvangen. Je sociaal verzekeringsfonds regelt dit voor jou. Je moet zelf geen aanvraag doen.  

Als je niet aan de voorwaarden voldoet, zal je sociaal verzekeringsfonds je hiervan op de hoogte brengen. Ben je het niet eens met deze beslissing, dan kan je tot 14 september aan je fonds vragen om je dossier opnieuw te onderzoeken.

Fiscaliteit

De eenmalige premie wordt fiscaal gekwalificeerd als een vergoeding verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijk derving van winst, baten of bezoldigingen.

De premie is afzonderlijk belastbaar aan 16,5% tenzij het globaal tarief voordeliger is.

Betalingsuitstel sociale bijdragen

Elke zelfstandige, ongeacht de bijdragecategorie, die financiële moeilijkheden heeft door de coronacrisis, kan in 2021 betalingsuitstel vragen voor de volgende bijdragen:

  • voorlopige bijdragen van 2021/1 tot en met 2021/4
  • eindafrekening over 2018, 2019 of 2020, die vervalt in 2021

Voor de bijdragen van 2021/1 en 2021/2 is de aanvraagtermijn ondertussen verstreken. Voor de bijdragen van 2021/3 en 2021/4 gelden de volgende aanvraagtermijnen:

  • 2021/3 : tot en met 14 september 2021
  • 2021/4 : tot en met 14 december 2021

Deze maatregel geldt niet voor reeds betaalde bijdragen.

Door dit betalingsuitstel krijg je één jaar extra de tijd om je bijdragen te betalen. Dit betekent dat je:

  • de bijdrage van het derde kwartaal 2021 of de eindafrekening die vervalt op 30 september 2021 ten laatste op 30 september 2022 moet betalen.
  • de bijdrage van het vierde kwartaal 2021 of de eindafrekening die vervalt op 31 december 2021 ten laatste op 15 december 2022 moet betalen.

Tijdens het uitstel blijf je volledig in orde met je sociale rechten, zoals kinderbijslag, ziekteverzekering en pensioen. Ook je uitkeringen overbruggingsrecht, geboorteverlof en mantelzorg komen niet in het gedrang. Al deze rechten blijven verzekerd op voorwaarde dat je je bijdragen betaalt binnen de uitgestelde betaaltermijn. Als je de bijdragen niet betaald hebt op de uitgestelde betaaldatum, dan worden de betaalde uitkeringen teruggevorderd en worden er retroactief verhogingen aangerekend.

Opgelet: als je gebruik maakt van het betalingsuitstel, is de betaalde VAPZ-premie niet fiscaal aftrekbaar, tenzij de regering voor 2021 een uitzondering zou voorzien.

Vermindering sociale bijdragen

Als je inkomen van dit jaar onder de voorlopige berekeningsbasis van je sociale bijdragen van dit jaar ligt, kan je je voorlopige sociale bijdragen laten verminderen. Hiervoor moet je twee dingen aantonen:

  • je inkomen is gedaald door de coronacrisis, bv. door een gedwongen sluiting;
  • je geschat inkomen voor 2021 ligt onder één van de wettelijke drempels. Meer informatie vind je hier.

Hoe kan je deze vermindering regelen?

Let wel op: als je definitieve inkomsten toch hoger zijn dan de gekozen drempel, zal je het verschil moeten bijbetalen. Bovendien worden er in dat geval ook verhogingen aangerekend. Je kan dit vermijden door voor het einde van dit jaar nog extra bijdragen bij te storten.

Vrijstelling sociale bijdragen

Als je tijdelijk zware financiële problemen ondervindt door de coronacrisis, dan kan je overwegen om een vrijstelling van je sociale bijdragen aan te vragen.

Deze mogelijkheid bestaat voor de volgende zelfstandigen (ook wanneer ze primostarter zijn):

  • zelfstandigen in hoofdberoep
  • zelfstandigen met artikel 37, die evenveel betalen als een hoofdberoep
  • student-zelfstandigen, die evenveel betalen als een hoofdberoep
  • meewerkende echtgenoten maxi-statuut
  • gepensioneerde zelfstandigen

Uitzonderlijk kunnen ook starters die nog geen 4 kwartalen actief zijn vrijstelling vragen.

Tijdens de coronacrisis wordt de aanvraagprocedure vereenvoudigd voor de volgende bijdragen :

  • de voorlopige sociale bijdragen van 2021/1, 2021/2, 2021/3 en 2021/4
  • de eindafrekening over 2018, 2019 en 2020, die vervalt in 2021

De aanvraagtermijn voor de vrijstelling is één jaar. Zo kan je bv. vrijstelling vragen voor de bijdragen van 2021/1 tot en met 31 maart 2022. Je kan echter geen vrijstelling vragen voor toekomstige kwartalen. Dat betekent concreet het volgende :

  • voor 2021/1 kan je je aanvraag indienen vanaf 1 januari 2021
  • voor 2021/2 kan je je aanvraag indienen vanaf 1 april 2021
  • voor 2021/3 kan je je aanvraag indienen vanaf 1 juli 2021
  • voor 2021/4 kan je je aanvraag indienen vanaf 1 oktober 2021

Wil je vrijstelling voor 2021, derde en vierde kwartaal? Wacht dan tot 1 oktober om je aanvraag te doen. Zo kan je beide kwartalen in één keer aanvragen.

Voor de vrijgestelde kwartalen, blijf je in orde met je kinderbijslag en ziekteverzekering. Maar je verliest wel je pensioenrechten. Om je pensioenrechten toch te behouden, heb je wel de mogelijkheid om de vrijgestelde kwartalen nog te betalen binnen een termijn van 5 jaar.

Hoe vraag je deze vrijstelling aan? De snelste en eenvoudigste manier om een vrijstelling aan te vragen is rechtstreeks via de portaalsite van het RSVZ. Je kan dit doen door op onderstaande knop te klikken:

Als dit niet lukt, kan je nog kiezen voor een papieren aanvraag. Gebruik in dat geval dit aanvraagformulier. Wil je vrijstelling vragen, maar ben je ondertussen volledig gestopt met je zelfstandige activiteit? Gebruik in dat geval dit aanvraagformulier.

Tip: Ga je voor de papieren versie? Teken het document dan zelf: het RSVZ aanvaardt immers geen aanvragen die door boekhouders ondertekend zijn. Verstuur het via aangetekende zending of lever het af in je Acerta-kantoor. Hou er rekening mee dat het beslissen van de vrijstelling via de papieren versie langer duurt.

Regionale economische steunmaatregelen

Vlaanderen

Vlaams beschermingsmechanisme (9)

Het Vlaams Beschermingsmechanisme wordt verder gezet. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet je voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Behoren tot de doelgroep. Deze komt overeen met deze van de eerdere premies.
    Lees meer bij “Komt mijn onderneming in aanmerking voor de subsidie?”
     
  • Een omzetdaling van minstens 60% hebben door exploitatiebeperkingen of een sluitingsmaatregel omwille van corona. Deze omzetdaling wordt vergeleken met eenzelfde periode in 2019. De regels om deze omzetdaling aan te tonen zijn dezelfde als deze voor de eerdere premies. 

Ben je een ondernemng die verplicht gesloten was tussen 1 juni en 30 juni 2021 kan je steun aanvragen voor de sluitingsperiode zonder dat je een omzetdaling moet aantonen. Baat je een eetgelegenheid uit die in de referentieperiode 50% of meer van de omzet uit take-away haalde, moet je dat echter wel. Cafés en restaurantsmochten vanaf 9 juni volledig heropenen en kunnen nog steeds een aanvraag indienen als verplicht gesloten sector voor de periode van 1 tot en met 8 juni 2021.

Een onderneming die zowel toegestane als gesloten activiteiten of vestigingen heeft, wordt als verplicht gesloten beschouwd wanneer de gesloten hoofdactiviteit normaal gezien meer dan 50% van de omzet genereert.

  • Een vrijwillige sluiting komt niet in aanmerking. Tenzij je dus verplicht volledig gesloten bent of gesloten bent wegens jaarlijks verlof, moet je zaak of minstens de resterende deelactiviteit daarvan geopend zijn om van deze steun te kunnen genieten. Er is een uitzondering wanneer je besmet werd met het virus, of in quarantaine moet.

Het Vlaams beschermingsmechanisme wordt toegekend per maand. Je kiest één van de volgende referteperiodes:

  • De volledige maand
  • Een beperktere referteperiode op basis van de voor jouw onderneming in de betrokken maand effectief opgelegde sluitingsperiode;
  • De ondernemingen die 50% of meer van hun omzet halen uit de toelevering aan een gesloten sector kunnen ook kiezen voor de effectieve sluitingsperiode van deze sector in de betrokken maand.

 De steunbijdrage is als volgt:

  • 10% van de omzet, exclusief btw (geplafonneerd) tijdens dezelfde periode in 2019.
  • Hieronder vind je de minimum – en maximumbedragen:
    • 7.500 euro voor ondernemingen zonder of met minder dan 10 werknemers;
    • 15.000 euro voor ondernemingen vanaf 10 tot 49 werknemers;
    • 40.000 euro voor ondernemingen met 50 werknemers of meer.

De minimale steun bedraagt 600 euro per maand.  

Het aantal werknemers is gebaseerd op de personeelsklasse waartoe een onderneming behoort volgens de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO (2de kwartaal 2020).

Indien je kiest voor een kortere referteperiode gebaseerd op de periode van verplichte sluiting wordt het steunbedrag pro rata aangepast aan het aantal kalenderdagen van deze sluitingsperiode. Raadpleeg hier de lijst van verplicht gesloten sectoren met de toepasselijke minimum- en maximumbedragen voor de huidige steunperiode.

  • 5 % (halvering subsidie) voor zelfstandigen in bijberoep die in 2019 een netto belastbaar beroepsinkomen hebben tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefenen die 80 % of meer bedraagt van een voltijdse betrekking;
  • Horecazaken die verplicht een geregistreerd kassasysteem voor btw-doeleinden moeten gebruiken, en zich niet aan deze verplichtingen houden, krijgen slechts een premie van maximaal 1.500 euro. 

Deze steun wordt toegekend op ondernemingsniveau, dus niet per vestigingseenheid.

Je dient je ten laatste op 5 augustus voor 20 uur een online aanvraag in bij Vlaio. Lees daar ook nog meer informatie. 

Globalisatiemechanisme

De globalisatiepremie is een bijkomende steunmaatregel voor  ondernemingen die tussen 1 april 2020 en 31 december 2020, ten opzichte van dezelfde periode in 2019 omwille van corona een omzetdaling van minstens 60% kenden én hierdoor in deze periode boekhoudkundig verlies hebben geleden.

De regels om deze omzetdaling aan te tonen zijn dezelfde als deze voor de eerdere premies.

Daarnaast is het vereist dat je:

  • een vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en met een economische activiteit of een buitenlandse onderneming met vergelijkbaar statuut bent (deze premie is dus niet voor eenmanszaken),
  • op 30 september 2020 een actieve vestigingseenheid had in het Vlaams Gewest,
  • voor boekjaar 2019 en 2020 een jaarrekening neerleggen en in het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019 een omzet uit geleverde prestaties had van minstens 450.000 euro, excl. BTW.

Bevind je je in deze situatie, dan kan je rekenen op een steunpercentage van maximum 10% van de omzet in dezelfde periode in 2019. Van dat bedrag moet je wel nog de al uitbetaalde premies (coronahinderpremie, coronacompensatiepremie en/of ondersteuningspremie en Vlaams Beschermingsmechanisme) aftrekken.

Ben je een kleine onderneming, houd er dan rekening mee dat het steunpercentage niet meer dan 90% van je niet gedekte vaste kosten(*) voor de periode van 1 april tot en met 31 december 2020 mag vertegenwoordigen. Voor middelgrote en grote ondernemingen gaat het om maximum 70% van deze kosten.

(*) Niet gedekte vaste kosten is  het verlies vóór aftrek van de belastingen, volgens code 9903 van je jaarrekening.

Er geldt bovendien een begrenzing op basis van het aantal werknemers en je effectieve omzetverlies.

Het maximale subsidiebedrag wordt op één van de volgende twee manieren berekend:

1. op basis van de verruimde tewerkstelling in de laatste 3 kwartalen van 2019 en je omzetdaling op basis van de volgende tabel:

Verruimde tewerkstelling Omzetdaling van 60% tot 69% Omzetdaling van 70% tot 89% Omzetdaling van 90% en meer
1-4 WN's 15 000 euro 30 000 euro 50 000 euro
5-19 WN's  25 000 euro 50 000 euro 100 000 euro
20-49 WN's 50 000 euro 100 000 euro 250 000 euro
50-199 WN's 250 000 euro 500 000 euro 1 000 000 euro
> 199 WN's 500 000 euro 1 000 000 euro 2 000 000 euro

2. op basis van de minimale RSZ-tewerkstelling in de 3 laatste kwartalen van 2019, de minimale omzet in de 3 laatste kwartalen van 2019  en de omzetdaling op basis van de volgende tabel

Minimale tewerkstelling Minimale omzet Omzetdaling 60% tot 69% Omzetdaling van 70% tot 89% Omzetdaling van 90% en meer
1WN 1 125 000 euro 25 000 euro 50 000 euro 100 000 euro
5 WN's 3 000 000 euro 50 000 euro 100 000 euro 250 000 euro
10 WN's 9 000 000 euro 250 000 euro 500 000 euro 1 000 000 euro
Vanaf 20 WN's 25 000 000 euro 500 000 euro 1 000 000 euro 2 000 000 euro

De RSZ-tewerkstelling wordt aangeleverd door de RSZ op basis van het gemiddeld aantal voltijds equivalente werknemers dat je tewerkstelde in het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019. Ben je pas gestart vanaf het derde kwartaal van 2019 gaat het enkel om de kwartalen waarin je onderneming actief was. Er wordt rekening gehouden met de voltijdse en deeltijdse vaste tewerkstellingen, maar ook bijvoorbeeld met flexi-jobwerknemers, gelegenheidswerknemers en studentenarbeid waarop RSZ is verschuldigd. De verruimde tewerkstelling houdt daarnaast ook rekening met:2. op basis van de minimale RSZ-tewerkstelling in de 3 laatste kwartalen van 2019, de minimale omzet in de 3 laatste kwartalen van 2019  en de omzetdaling op basis van de volgende tabel

  • actief werkende vennoten (waarbij 1 VTE werkende vennoot in 2019 een netto-belastbaar beroepsinkomen van minstens 13.933,78 euro op jaarbasis heeft)
  • uitzendkrachten
  • jobstudenten waarvoor geen normale RSZ is verschuldigd
  • en in zekere mate ook met kosten voor tewerkstelling via zogenaamde dienstenleveranciers (onderaannemers, freelancers,..).

Deze steun wordt toegekend op ondernemingsniveau, dus niet per vestigingseenheid. Er is geen cumulatie mogelijk met andere steun voor dezelfde niet-gedekte vaste kosten.

Indien je hierop een beroep wil doen, moet je hiervoor ten laatste op 30 september een online aanvraag indienen bij Vlaio. Lees daar ook nog meer informatie.

Regionale economische steunmaatregelen

Brussel

Contactberoepen en “niet-essentiële” activiteiten

Je komt voor deze premie in aanmerking wanneer je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • op 31 december 2020 ingeschreven zijn in het KBO met de betrokken NACE-code en minstens één actieve vestiging hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
    • Heb je een niet-esssentiële activiteit kon je deze enkel verder zetten via een bestel – en afhaal- een leverings- of afsprakensysteem
    • Heb je een contactberoep moest je een of meerdere vestigingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten.
  • niet in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen en;
  • in 2019 een omzet hebben behaald van meer dan 25.000 euro, tenzij je pas sinds 1 januari 2019 was ingeschreven bij de KBO.  In de periode januari t/m april 2021 had je in dat geval ook een omzetverlies ten opzichte van dezelfde periode in 2019 dat groter was dan de gevraagde premie.

 

Deze premie bedraagt 1.500 euro per actieve vestigingseenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor niet-essentiële activiteiten en 3.000 euro voor de contactberoepen.

 

Vraag deze premie uiterlijk op 28 juni 2021 aan via de website. Opgelet, deze premie is niet cumuleerbaar met de premies voor creatieve en culturele instellingen zonder winstoogmerk.

 

Toeristische logies

Je komt voor deze premie in aanmerking wanneer je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • op 31 december 2020 ingeschreven zijn in het KBO met de betrokken NACE-code en minstens één actieve vestiging hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • niet in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen, voldoen aan de publicatieverplichtingen van je jaarrekening en sociale balans voor 2019 en voldoen aan een aantal criteria inzake financiële gezondheid;
  • in 2019 een omzet hebben behaald van meer dan 25.000 euro (of 35.000 euro indien 2 vestigingen, 45.000 euro indien 3 vestigingen, 55 000 euro indien 4 vestigingen of 65.000 euro indien 5 vestigingen of meer);

Deze premie wordt toegekend voor maximum 5 vestigingseenheden op basis van het aantal VTE dat je tewerkstelde in 2019:

  • < 5 VTE: 12.500 euro;
  • 5- < 10 VTE: 37.500 euro
  • vanaf 10 VTE: 62.500 euro.

Voor het gemiddeld aantal voltijdsequivalenten (VTE’s), baseert de administratie zich op de sociale balans van 2019. Voor ondernemingen die hun sociale balans niet moeten publiceren of waarvan de publicatietermijn nog niet is verstreken, wordt het gemiddeld aantal voltijdsequivalenten.in 2019 bepaald op basis van een door het sociaal secretariaat afgeleverd attest.

Vraag deze premie uiterlijk op 28 juli 2021 aan via de website. Daar lees je ook nog meer informatie.

Meer informatie vind je op de website van Brussel en bij Brussel Economie en Werkgelegenheid.

Regionale economische steunmaatregelen

Wallonië

Indemnité 20 – Veerkrachtmechanisme

Deze premie is bedoeld voor zelfstandigen in hoofdberoep, micro-ondernemingen en KMO’s waarvan de activiteit verband houdt met het reisverbod (NACE-code). Je moet een omzetdaling kunnen aantonen omwille van de coronamaatregelen van minstens 60% in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2021 ten opzichte van dezelfde periode vanaf 2019.

De premie bedraagt maximum 15% van je omzet in 2019. Het effectieve bedrag per kwartaal wordt geplafonneerd op basis van het aantal voltijds equivalente werknemers dat je tewerkstelt en de omzetdaling die je leed.

Aantal VTE Omzetverlies van 75% of minder Omzetverlies > 75%
0 30.000 euro 37.500 euro
> 0 < 10 60.000 euro 75.000 euro
10 < 50 120.000 euro 150.000 euro
50+ 240.000 euro 300.000 euro

Indien je in Wallonië al eerder een steunmaatregel genoot (indemnité 1 tot 16) wordt deze premie daarvan afgetrokken.

De premie kan nog niet worden aangevraagd en is nog onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen

Bijkomende informatie vind je via deze link.

Indemnité 21 – B2B mechanisme « cascade Reca »

Deze premie is bedoeld voor zelfstandigen in hoofdberoep, micro-ondernemingen en KMO’s die actief zijn als onrechtstreekse toeleverancier aan de Reca-sector (horeca, zonder de hotels) (NACE-code). Behoor je tot deze groep, dan moet je een omzetdaling kunnen aantonen omwille van corona van minstens 50% in het tweede, derde of vierde kwartaal van 2020 of in het eerste kwartaal van 2021 ten opzichte van dezelfde periode in 2019.

De premie bedraagt maximum 15% van je omzet in de overeenstemmende kwartalen in 2019. Het effectieve bedrag per kwartaal wordt geplafonneerd op basis van het aantal voltijds equivalente werknemers dat je tewerkstelt en de omzetdaling die je leed.

Aantal VTE Omzetverlies van 75% of minder Omzetverlies > 75%
0 5.000 euro 6.250 euro
> 0 < 10 10.000 euro 12.500 euro
10 < 50 20.000 euro 25.000 euro
50+ 40.000 euro 50.000 euro

De premie kan nog niet worden aangevraagd en is nog onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen.

Bijkomende informatie vind je via deze link.

Opgelet, deze premie is niet cumuleerbaar met Indemnité 12 (B to B)

Indemnité 22 – Back-upmechanisme

Deze premie is bedoeld voor zelfstandigen in hoofdberoep, micro-ondernemingen en KMO’s die actief zijn in de B2C sector en op 1 mei 2021 nog gesloten waren (NACE-code). Er moet een omzetdaling zijn omwille van corona van minstens 50% in het tweede kwartaal van 2021 ten opzichte van dezelfde periode in 2019.

Het bedrag hangt af van het aantal voltijds equivalente werknemers dat je tewerkstelt.

 
Aantal VTE Dancings (NACE 56.302) Overige activiteiten
0 8.000 euro 4.000 euro
> 0 < 10 12.000 euro 6.000 euro
10 < 50 18.000 euro 9.000 euro
50+ 24.000 euro 12.000 euro

De premie kan nog niet worden aangevraagd en is nog onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen. Bijkomende informatie vind je via deze link

Meer vind je op de website van Wallonië en bij Wallonie Emploi Formation