Vorige

Economische werkloosheid stijgt licht naar 1,41%

01 mei 2019
Leestijd: Later lezen?

Toename wijst vooral op een gezonde buffer in de arbeidsuren

Brussel, 1 mei 2019 – Het percentage arbeidsdagen dat om economische redenen niet is gepresteerd, is in het eerste kwartaal van 2019 gestegen naar 1,41%, zo blijkt uit de cijfers van hr-dienstenbedrijf Acerta. In 2018 was de economische werkloosheid (EWL) onder arbeiders nog naar een historisch dieptepunt gezakt. Het systeem van EWL dient om economische schommelingen op te vangen, zonder dat werkgevers meteen aan afdankingen moeten denken.  Er is dus weer een kleine reserve aan arbeidsuren. Tegelijk moeten EWL-cijfers uiteraard goed worden gemonitord, omdat ze de voorbode kunnen zijn van een structurele economische terugval. Maar Acerta, dat de evolutie van nabij blijft volgen, ziet voorlopig vooral een EWL-systeem dat doet wat het moet doen.

Economische werkloosheid van 1,41% geeft bedrijven ademruimte

Het percentage economische werkloosheid (EWL) onder arbeiders ligt met 1,41% beduidend hoger zowel in vergelijking met het vorige kwartaal (4e kwartaal 2018) als in vergelijking met het overeenstemmende  kwartaal van 2018. Heel verrassend is dat niet: de economische werkloosheid zakte in 2018 naar een historisch dieptepunt. Bij een daling van de economische activiteit was te verwachten dat het aantal dagen economische werkloosheid zou stijgen. 

Tabel 1: Economische werkloosheid arbeiders, Q1 2019 vs. Q1 en Q4 2018

Dirk Vanderhoydonck, Director Acerta Consult: “Het is om economische schommelingen op te vangen, dat het systeem van economische werkloosheid bestaat: dat systeem moet voorkomen dat werkgevers als een jojo met afdankingen op schommelingen moeten reageren. De kostprijs  van een ontslag maakt het bovendien niet zo vanzelfsprekend om op de eerste dip van de economische productie te reageren met ontslag van werknemers. Tegelijk is economische werkloosheid natuurlijk ook een voorzichtig knipperlicht, iets om onze aandacht te vestigen op de evolutie van de productie en de tewerkstelling. In de huidige context durven we toch te veronderstellen dat we niet meteen te vrezen hebben dat het knipperlicht op rood zal springen. Werkgevers kijken wel uit om mensen te snel te laten gaan, ze zouden ze weleens heel snel weer nodig kunnen hebben.   En vind ze dan maar in deze tijden van structurele arbeidskrapte. Die arbeidskrapte heeft er hier en daar ook voor gezorgd dat ondernemingen niet zomaar elke opdracht konden aanvaarden. Als ze merken dat er weer wat speling zit op de arbeidsuren, zullen ze zich ook weer comfortabeler voelen om meer opdrachten binnen te halen, zonder te hoeven vrezen dat ze de mensen niet zullen hebben om het werk te doen. Al bij al is 1,41% economische werkloosheid dus nog geen drama.” 

Economische werkloosheid werkt

Na analyse van de cijfers over het 4e kwartaal 2018 stelde Acerta reeds vast dat er in de laatse maanden van 2018 een stijgende tendens was inzake economische werkloosheid.  Het leek een aanduiding dat de economische activiteit lichtjes daalde.   Over Q4 van 2018 zei Dirk Vanderhoydonck: “0,86 % economische werkloosheid is nog altijd zeer bescheiden, maar het is wel een verhoging die erop wijst dat we best alert blijven.” De eerste cijfers van 2019 bevestigen nu dat: we moeten alert blijven. Maar reden tot paniek is er niet. Dirk Vanderhoydonck: “Daarvoor zou de economische werkloosheid moeten blijven stijgen en dat doet ze niet. We zien dat het EWL-percentage in januari 2019 het hoogste was, in de daaropvolgende maanden is het alweer wat gezakt.Economische werkloosheid is in de eerste plaats een systeem om tijdelijke economische ups & downs op te vangen en wat we nu vooral mogen vaststellen is dat het systeem werkt Voorlopig zijn er nog geen aanwijzingen dat in de komende maanden beduidend meer economische werkloosheid zal moeten worden ingeroepen.”

Tabel 2: Economische werkloosheid arbeiders, jan-feb-maart 2019

Brussel kent een grote stijging van de economische werkloosheid

In de cijfers over EWL valt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op door, ten eerste een hoger percentage in maart dan in de maanden ervoor en ten tweede - vooral - door het lage cijfer: 0,16% economische werkloosheid slechts. De stijging t.o.v. het 4e kwartaal  2018 is er het hoogst van alle Gewesten.  Dirk Vanderhoydonck: “Een belangrijk deel van de arbeiders die in het Brussels Gewest tewerkgesteld zijn leveren ondersteunende arbeid aan vooral dienstenbedrijven, het soort arbeid dat altijd nodig is, zoals onderhoud, catering, .... De stijging van het percentage economische werkloosheid is dan wel hoog; maar in absolute cijfers blijft de economische werkloosheid in Brussel verwaarloosbaar.”

Vlaanderen noteert traditioneel een iets hoger economisch werkloosheidspercentage dan Wallonië en dat is in het eerste kwartaal 2019 niet anders. De tendens van een hoger maar niet systematisch stijgend EWL tekenen we in beide landsdelen op.

Dirk Vanderhoydonck: “Kijken we naar de verhouding economische werkloosheid tot de grootte van de bedrijven, dan stellen we overal de stijging vast. Die stijging is het grootste waar het percentage EWL het laagste was, nl. in bedrijven met boven de 100 werknemers. In de kleinere bedrijven was het percentage al iets hoger, daar stijgt EWL minder hard.”

Over de cijfers
De verzamelde gegevens zijn gebaseerd op werkelijke gegevens van arbeiders in dienst bij 32.000 werkgevers uit de private sector, waartoe zowel kmo’s als grote ondernemingen behoren.

Deel dit artikel