Vorige

Helft zelfstandigen die werkgever wordt, werft eerste werknemer binnen eerste 7 jaar aan

28 december 2018
Leestijd: Later lezen?

Brussel, 28 december 2018 – 50 % van de zelfstandigen die werkgever wordt, doet dit binnen de eerste zeven jaar van zijn/haar activiteit. Zo’n kwart zet de stap na tien jaar. Een kleine 20% gaat zelfs pas na twintig jaar voor de eerste werknemer. De stap van zelfstandige naar werkgever wordt het vaakst gezet rond de leeftijd van 40 jaar. Dat blijkt uit analyse van hr-dienstverlener Acerta bij 280.000 zelfstandigen en op basis van contracten van onbepaalde duur bij 32.000 werkgevers.

50 % wordt werkgever na 7 jaar, 20 % pas na 20 jaar de eerste werknemer

De helft van de zelfstandigen die personeel in dienst nemen, werft hun eerste werknemer met een contract van onbepaalde duur aan nog vóór hij/zij acht jaar als zelfstandige actief zijn. Een kleine 8 % heeft zelfs al meteen het eerste jaar een eerste medewerker in loondienst. Daar staat tegenover dat een kleine 20 % van de werkgevers pas na 20 jaar activiteit voor het eerst echt werkgever wordt. En aangezien er starters van alle leeftijden zijn, zijn de nieuwe werkgevers ook van alle leeftijden, met een lichte piek rond 44 jaar.

Tabel 1: Periode waarin de zelfstandige-werkgever de eerste werknemer aanwerft, cijfers over contracten onbepaalde duur in de profit.

Leen Smeets, jurist Acerta: “Er zijn verschillende redenen en scenario’s waarom zelfstandigen een eerste werknemer aanwerven. In sectoren zoals de bouw, de handel, de horeca, ... wordt in de opstartjaren aangeworven volgens onze cijfers. Dat is de top drie van ‘snelle’ werkgevers om hun omzet te laten groeien. Bij zij die eerder lang wachten om personeel aan te werven, kan het zijn dat de omslag er pas komt wanneer ze voor zichzelf al aan afbouwen beginnen te denken. Pas als ze taken willen beginnen overlaten beginnen ze aan personeel.”

Administratie en kosten minder grote struikelblokken dan ingeschat

De groei van een activiteit is een logische aanleiding om met personeel te beginnen. Toch kan het dat de groei zelfstandigen niet overtuigt om mensen in dienst te nemen, iets wat de groei zelfs kan stuiten.
Leen Smeets: “De administratie en de kosten, dat zijn blijkbaar de twee belangrijkste struikelblokken voor zelfstandigen om een eerste werknemer aan te nemen. Het lijken hen soms grotere struikelblokken dan het in feite zijn.”

Geen patronale bijdrage meer voor eerste werknemer

Al jaren werkt de overheid aan een gunstig klimaat voor ondernemers om de stap van de zelfstandigheid naar het werkgeverschap te zetten. Door de taxshift kan je genieten van belangrijke voordelen. Zo krijg je bijvoorbeeld tot 31 december 2020 nog een volledige vrijstelling van de patronale basisbijdrage voor een eerste aanwerving én tot 20 % korting op de bedrijfsvoorheffing.

Leen Smeets: “De kostenvermindering voor de eerste werknemer bestaat al langer dan de taxshift, maar die taxshift heeft deze nog eens duidelijk versterkt. De klassieke patronale bijdrage - een pakket van verschillende bijdragen voor o.a. pensioenen, werkloosheid, kinderbijslag ... - staat normaal voor een bijdrage van 25 %. Die 25 % is voor de eerste werknemer volledig geschrapt tot 0 %, voor altijd, op voorwaarde dat de eerste werknemer in dienst is gekomen tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020. Kanttekening: een beperkt aantal andere sociale bijdragen blijven wel nog verschuldigd. Ze kunnen verschillen naargelang de sector of de grootte van het bedrijf. Een werkgever uit de bouwsector die een werknemer aanwerft met een uurloon van 14,19 euro, heeft al gauw te maken met een jaarloonkost van 44.971,83 euro. Kan hij deze werknemer als eerste werknemer in dienst nemen, dan is deze jaarloonkost 39.193,11 euro. Een verschil van ongeveer 14 %.* Voor de tweede tot de zesde werknemer zijn ook belangrijke kortingen vastgelegd naast andere RSZ-kortingen en/of premies waar werkgevers mogelijk van kunnen genieten. Werkgevers die deze voordelen optimaal willen benutten, doen hiervoor best beroep op deskundig advies.”

Administratieve rompslomp

Om de bijdragen correct en tegelijk optimaal te houden, kan het wel wat puzzelen zijn. Er kan een tweede werknemer bijkomen, die weer andere kortingen meebrengt. De eerste werknemer zou weer kunnen vertrekken en dan is de vraag: wordt de tweede werknemer dan eerste werknemer? En wat als die deeltijds werkt, wordt het dan een deelvoordeel?

Leen Smeets: “Een correct zicht op de kosten- en de administratieve impact zijn belangrijk. De afspraken rond de bijdragevermindering van de eerste werknemer(s) liggen vast tot 31 december 2020. Dus, zelfstandigen die het overwegen om mensen in dienst te nemen, doen er goed aan vóór die datum de knoop door te hakken.”

*dit zijn slechts indicatieve bedragen. Zij kunnen verschillen naargelang concrete situaties.

Over de cijfers 
De analyse is gebaseerd op een koppeling van gegevens van 280.000 zelfstandigen, een subset van 32.000 werkgevers. De aanwerving van een eerste werknemer wordt vastgesteld door het toekennen van een RSZ-nummer aan een onderneming. Er werd gekoppeld om de link te leggen tussen de zelfstandige als bedrijfsleider van de onderneming die een aanwerving doet.

Deel dit artikel