Vorige

Ruim 1 op 8 Limburgers combineert auto en fiets voor woon-werkverkeer

31 januari 2019
Leestijd: Later lezen?

Populariteit (bedrijfs)fiets stijgt in Limburg het snelste

Brussel, 31 januari 2019 – Meer dan ooit combineren Limburgse werknemers verschillende transportmodi. Liefst 12,5 % van de Limburgse werknemers combineert de auto met de fiets. Koning auto blijft het populairst, maar hij wordt wel almaar vaker aangevuld. Met de fiets dus, want in Limburg heeft het openbaar vervoer van het combinatie-rijden niet kunnen profiteren: Limburg kende in 2018 nog altijd maar 5,5 % regelmatige gebruikers. Opvallend: de populariteit van de bedrijfswagen stagneert. Deze en meer interessante bevindingen over woon-werkverkeer blijken uit de vierde mobiliteitsbarometer van hr-dienstenverlener Acerta.

Het was de vierde jaarlijkse Acerta-Mobiliteitsbarometer op rij en dit zijn daarvan de opvallendste conclusies voor 2018:

  • Voor zijn verplaatsing tussen het werk en thuis gaat de Belgische werknemer steeds vaker voor een combinatie van vervoermiddelen. Het liefst combineert hij de auto met de fiets. In Limburg doet 12,5 % het zo.
  • De populariteit van de fiets zet zich in Limburg trouwens het felste door, met 22,8 % fietsende werknemers in 2018, dat is de hoogste stijging in Vlaanderen: +20,6 %.
  • De auto blijft toch het populairste vervoermiddel: 84,0 % gaat nog altijd regelmatig met de auto naar het werk.
  • 20,3 % van de Limburgse bedienden krijgt een bedrijfswagen ter beschikking die hij ook kan gebruiken om naar het werk te rijden. Dat is een stagnering tegenover vorig jaar.
  • In Limburg heeft het openbaar vervoer alleen maar plaats verloren. Waar we nationaal 8 % regelmatige gebruikers tellen, blijft Limburg met 5,5 % daar ver onder.
  • In 2018 blijft de gemiddelde afstand die een werknemer aflegt tussen woonplaats en job rond de 19 km. 

Fig. 1: evolutie woon-werkverkeer 2018 versus 2017 in Limburg – combinaties inbegrepen

1 op 8 combineert auto en fiets

70,7 % van de Limburgse werknemers rijdt elke dag met de auto naar het werk, nog altijd een ruime meerderheid dus, maar wel een daling t.o.v. 2017. Maar de auto vergaart geen stof in de garage. Meer werknemers kozen in 2018 bewuster voor de manier waarop ze de verplaatsing naar het werk maken. Afhankelijk van de omstandigheden kiezen zij ervoor om de wagen te gebruiken of om voor een ander vervoermiddel te kiezen. En de populairste combinatie is die van auto en fiets. Sommigen combineren dagelijks: ze halen na de langste kilometers te hebben gereden de (plooi)fiets uit de koffer; anderen combineren volgens de omstandigheden van het moment: blijft het droog of moeten ze die dag niet via de crèche, dan gaan ze op de fiets. In 2018 regelde 1 op 8 Limburgse werknemers (12,5 %) het woon-werkverkeer op die manier.

Als we het totale aantal Limburgse werknemers bekijken dat de wagen minstens soms of voor een deel van de rit gebruikt, dan blijft dat percentage  84,0% , het hoogste percentage van de Vlaamse provincies. Het is zelfs een stijging t.o.v. 2017.

De bedrijfswagen niet (meer) het ultieme lokaas

De populariteit van de auto houdt natuurlijk ook verband met de populariteit van de bedrijfswagen. In 2018 reed 20,3 % van de Limburgse bedienden met een wagen van het werk naar het werk. Dat is iets boven het nationale gemiddelde van 19,6%, maar net als het nationale resultaat een stagnering. Gert Mertens, kantoordirecteur Hasselt: “De vorige jaren was er een duidelijke toename van het aantal bedrijfswagens. De stagnering nu is dus wel degelijk nieuws. We zien 2 mogelijke verklaringen. De gunstige economische conjunctuur heeft geleid tot een belangrijke groei in de tewerkstelling. Deze groei doet zich in belangrijke mate ook voor bij bedienden die traditioneel eerder uitvoerende taken op zich nemen en niet in aanmerking komen voor een firmawagen. Anderzijds staan meer nieuw aangeworvenen kritischer tegenover de firmawagen dan hun voorgangers. De firmawagen is niet noodzakelijk meer hét te bekomen voordeel in een “onderhandeling” over loon- en arbeidsvoorwaarden. Belangrijker voor een werknemer is bijvoorbeeld dat de werkgever aan de werknemer aanbiedt om zelf een invulling te geven aan een deel van zijn verloning in functie van zijn of haar specifieke behoeften en dan is mobiliteit hiervan een onderdeel. We zijn ervan overtuigd dat werknemers die potentieel in aanmerking komen voor een firmawagen, als het wetsontwerp inzake mobiliteitsbudget goedgekeurd zal worden in het Parlement, vragende partij zullen zijn bij hun werkgever om dit omgezet te krijgen in een mobiliteitsbudget waarmee ze dan zelf hun mobiliteit kunnen organiseren op de manier die het best aan hun behoefte beantwoordt. En dat zal dan dikwijls een keuze zijn voor een kleinere en CO²-vriendelijkere wagen in combinatie met de fiets, het openbaar vervoer of deelsystemen”.

De fiets trekt in Limburg een sprintje: 1 op 4 fietst

De opmars van de fiets in het traject van en naar het werk begon al in 2011 en zet zich ook in 2018 verder door. In 2018 koos in Limburg 22,8 % van de werknemers regelmatig voor de fiets. Dat is de hoogste stijging voor heel Vlaanderen: de populariteit van de fiets als vervoermiddel voor het werk kende in Limburg in 2018 een toename van liefst 20,6 % tegenover vorig jaar. En alle leeftijden fietsen, zo leren ons de details van de mobiliteitsbarometer. Dat zelfs de 63-plussers meedoen, daar zal de grote populariteit van de elektrische fiets wel voor iets tussen zitten.

Gert Mertens: “Aanschuivend in de file beginnen werknemers zelf naar haalbare oplossingen te zoeken. Van CEO’s en hr-directeurs horen we dat hun werknemers steeds vaker vragen naar (elektrische) bedrijfsfietsen. Werkgevers reageren hierop door in een cafetariaplan te voorzien waarin werknemers een deel van hun loon op een andere manier dan cash kunnen invullen. Mobiliteit is in de meeste cafetariaplannen een belangrijk onderdeel. In verschillende bedrijven worden zelfs cafetariaplannen opgebouwd waarin alleen mobiliteitsoplossingen worden aangeboden. Naast upgrades en downgrades van de firmawagen of de mogelijkheid voor werknemers om de keuze te maken voor een wagen die hen door de werkgever ter beschikking wordt gesteld (de zogenaamde cafetariawagens) voorzien heel veel cafetariaplannen in de optie van een bedrijfsfiets. Deze kan dan door de werknemer gebruikt worden voor zijn privé-verplaatsingen, maar moet ook op regelmatige wijze gebruikt worden voor de verplaatsing woonplaats-werk. En de fietsers hebben ook de overheden mee: niet alleen staat de wetgeving rond het mobiliteitsbudget op stapel, overheden op alle niveaus zetten ook in op infrastructuur die het aangenamer en veiliger maakt om de fiets te gebruiken.”

Trein-tram-bus in achteruit in Limburg

In 2018 kwam je 8 % van de Belgische werknemers regelmatig tegen op trein, tram, bus of metro. Voor 6,3 % van de werknemers was dat zelfs het enige vervoersmiddel voor hun verplaatsing naar het werk. Het blijft een bescheiden aandeel, maar  toch een duidelijke stijging. Maar niet zo in Limburg. Daar ging het belang van het openbaar vervoer in het woon-werkverkeer er zelfs 8,3% op achteruit. Slechts 5,5% van de Limburgse werknemers  gebruikt geregeld het openbaar vervoer voor de woon-werkverplaatsing. De lage gebruikscijfers en de verder dalende trend houdt ongetwijfeld ook verband door het mindere aanbod inzake openbaar vervoer in Limburg Gert Mertens: “In realiteit is het wel zo dat het openbaar vervoer meer werkende Limburgers bereikt. In onze Acerta-barometer zitten immers niet de gegevens van de openbare sector. En de werknemers in de overheid zijn in zeer grote meerderheid trein- en busreizigers voor hun verplaatsing naar en van kantoor.”

Fig. 2: Verdeling verschillende mobiliteitsoplossingen in Limburg (2018)

21 km is de Limburgse woon-werkafstand, een fietsbare afstand

Belgen werken gemiddeld op 19 km van waar ze wonen, Limburgers op 21,3 km. Dat gemiddelde blijft jaar na jaar nagenoeg gelijk. Gert Mertens: “Er zijn vandaag heel wat vacatures, een situatie die de bereidheid om van job te veranderen een duwtje kan geven. Die realiteit heeft er wel niet toe geleid dat werknemers massaal een andere baan zijn gaan zoeken dichter bij huis. De woon-werkafstand blijft nagenoeg ongewijzigd. En de 200.000 werknemers die het voorbije jaar tot de arbeidsmarkt zijn toegetreden, hebben blijkbaar ook geen impact gehad op de gemiddelde woon-werkafstand. Aangezien door snellere fietsen en betere fietswegen, 21 km  almaar meer een fietsbare afstand wordt, zit het er zeker in dat de (bedrijfs)fiets ook de komende jaren nog aan terrein zal winnen.” 

Over het onderzoek

De verzamelde gegevens zijn gebaseerd op de werkelijke loongegevens van de werknemers in dienst bij meer dan 45.000 werkgevers uit de private sector, waartoe zowel kmo’s als grote ondernemingen behoren. De data werden via de Acerta-Mobiliteitsbarometer verzameld tussen 2017 en 2018 en geven een representatieve weergave van de Belgische werknemerspopulatie. Acerta voert metingen uit op kwartaalbasis.

Deel dit artikel