Mobiliteit als flexibel loon

Leestijd: Later lezen?

Mobiliteit is een onmisbaar ingrediënt van flexibel verlonen: de bedrijfswagen is nog altijd dubbel zo populair als de fiets. Op 1 maart 2019 kan ook het mobiliteitsbudget je flexibel loonpakket verrijken. Wat houdt het mobiliteitsbudget precies in? Kom je er als werkgever voor in aanmerking? Welke werknemers mogen erop intekenen? Acerta licht de spelregels toe.

Mobiliteit: comfort primeert

Je werknemers zijn vragende partij voor een goede mobiliteitsoplossing: ze zijn de files beu, maar willen zich wél comfortabel van en naar het werk kunnen verplaatsen.

Uit een recent Acerta-onderzoek rond flexibel verlonen blijkt dat een kwart van de bevraagde werknemers de samenstelling van zijn loonpakket koppelt aan mobiliteit. En ze hebben er wel wat voor over om te kunnen kiezen om met een bedrijfswagen of op de elektrische bedrijfsfiets naar het werk te rijden. Meer dan de helft van de werknemers die al een bedrijfswagen heeft, wil zijn grote bedrijfswagen vervangen door een kleiner model, switchen naar een hybride versie, of de wagen inruilen voor … vakantie. Het komt er dus op aan om als werkgever met een brede en frisse blik te kijken naar mobiliteit als onderdeel van je cafetariaplan en er een evenwichtig beleid rond uit te tekenen. Daarmee kan Acerta je helpen.

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget dat op 1 maart 2019 in voege treedt, kan een passend antwoord bieden op het mobiliteitsvraagstuk. Werknemers die een bedrijfswagen hebben of ervoor in aanmerking komen, mogen die – onder bepaalde voorwaarden - inruilen voor een mobiliteitsbudget. Met dat bedrag kunnen ze een of meer (alternatieve) vervoermiddelen kiezen voor hun privéverplaatsingen, inclusief het woon-werkverkeer. Dat vervoermiddel kan een milieuvriendelijke bedrijfswagen zijn, maar evengoed duurzaam transport zoals openbaar vervoer. Let wel: als werkgever ben je niet verplicht om het mobiliteitsbudget in te voeren. Ook je werknemers zijn niet verplicht om voor deze oplossing te kiezen.

Drie pijlers mobiliteitsbudget

De vervoermiddelen waaruit je medewerkers er een of meerdere vrij kunnen kiezen in het kader van het mobiliteitsbudget, zijn ondergebracht in drie pijlers, elk met een specifieke (para)fiscale behandeling:

  • Pijler 1: een ecologisch verantwoorde bedrijfswagen. Het voordeel van alle aard wordt berekend en belast zoals voor een klassieke bedrijfswagen. Je betaalt als werkgever een bijzondere RSZ-bijdrage (C02-bijdrage).
  • Pijler 2: een alternatief en duurzaam transportmiddel, bijvoorbeeld een abonnement op het openbaar vervoer, een fiets of een e-bike. Dat deel van het mobiliteitsbudget wordt volledig vrijgesteld.
  • Pijler 3: het overblijvende deel van het mobiliteitsbudget wordt uitbetaald aan de werknemer. Op dat bedrag zijn geen belastingen verschuldigd, maar wel een bijzondere RSZ-bijdrage van 38,07 procent ten laste van de werknemer.

Wat is een ecologisch verantwoorde bedrijfswagen?

Onder de ecologisch verantwoorde wagen uit pijler 1 van het mobiliteitsbudget verstaan we:

  • een elektrische wagen
  • een wagen die:
    • maximaal 105 gram CO2 per kilometer uitstoot;
    • minstens aan de Euronorm voor nieuwe voertuigen voldoet;
    • een batterij heeft met een capaciteit van minstens 0,5 kWh per honderd kilo die de wagen weegt (voor plug-in hybrides).

Hoeveel bedraagt het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget stemt overeen met de totale bruto kostprijs van de ingeleverde bedrijfswagen voor de werkgever (op jaarbasis): de financiering plus bijbehorende kosten als brandstof, verzekeringen, onderhoud en (para)fiscale lasten. Daarbij wordt rekening gehouden met de ‘total cost of ownership’: wat de auto die je werknemer opgeeft, jou als werkgever in totaal zou kosten mocht je medewerker hem houden.

Verandert je werknemer van functie, en heeft hij daardoor recht op een andere categorie van wagen? Dan kan ook zijn mobiliteitsbudget worden verhoogd of verlaagd.

Fiscale spelregels

De fiscale behandeling van het voordeel van het mobiliteitsbudget hangt af van de keuzes die je werknemer binnen het mobiliteitsbudget maakt:

  • Pijler 1: een milieuvriendelijke wagen wordt op dezelfde manier belast als een klassieke bedrijfswagen.
  • Pijler 2: op het deel van het budget besteed aan duurzame vervoermiddelen worden geen (para)fiscale lasten geheven. Het gaat dus om een nettovergoeding.
  • Pijler 3: op het eventuele saldo van het mobiliteitsbudget betaalt de werknemer een bijzondere RSZ-bijdrage van 38,07 procent.

Wanneer mobiliteitsbudget inzetten?

Je werknemer mag intekenen op het mobiliteitsbudget als hij beschikt (heeft) over een bedrijfswagen (of ervoor in aanmerking komt) gedurende:

  • minstens 12 maanden in de loop van de laatste 36 maanden, en
  • de laatste 3 maanden ononderbroken.

Je werknemer heeft géén recht (of verliest zijn recht) op het mobiliteitsbudget als:

  • hij een functie uitoefent waarvoor geen bedrijfswagen is voorzien;
  • hij een bedrijfswagen kreeg in het kader van een cafetariaplan.

Mobiliteitsbudget en vergoeding woon-werkverkeer

Kiest je werknemer voor het mobiliteitsbudget als loonelement? Dan vervalt je verplichting als werkgever om tussen te komen in de kosten van zijn woon-werkverkeer. Dit geldt ongeacht het gebruikte vervoermiddel en gaat in voege vanaf de eerste dag van de maand waarin je werknemer zijn mobiliteitsbudget krijgt toegekend.

Geef je jouw werknemer toch nog een vergoeding voor zijn woon-werkverkeer? Dan wordt die beschouwd als loon, en is ze onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Een uitzondering op deze strikte regel geldt voor wie zijn bedrijfswagen voor het inruilen al minstens 3 maanden combineerde met een tussenkomst van zijn werkgever in het openbaar vervoer, met een fietsvergoeding of met een bedrijfsfiets die in aanmerking komt voor een fiscale vrijstelling voor het woon-werkverkeer.

Verschil met mobiliteitsvergoeding

Het mobiliteitsbudget mag niet verward worden met de mobiliteitsvergoeding, ook wel ‘cash for car’ genoemd. Die maatregel houdt in dat je werknemer zijn bedrijfswagen inruilt voor een vergoeding. Je beslist als werkgever zelf of je het systeem invoert, op voorwaarde dat je al minstens drie jaar bedrijfswagens toekent die voor privéverplaatsingen gebruikt mogen worden. De keuze om erop in te gaan, ligt bij je werknemer. Die moet zelf ook wel aan een aantal wettelijke voorwaarden voldoen: hij moet in de voorbije 36 maanden minstens 12 maanden over een bedrijfswagen beschikken (of beschikt hebben) en op het moment van zijn aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken. Tekent je werknemer in op de mobiliteitsvergoeding? Dan betaal je geen RSZ-werkgeversbijdrage op deze vergoeding, wél een solidariteitsbijdrage.

Ondersteuning op maat

Het mobiliteitsbudget biedt extra veel flexibiliteit omdat het focust op multimodaliteit: je werknemer kiest zélf de vervoersmiddelen die het beste bij zijn traject passen. Hij kan dat bijvoorbeeld volledig afleggen met een milieuvriendelijke bedrijfswagen. Maar evengoed kan hij die wagen nemen tot aan het station en daar overstappen op de trein.

De soepelheid van het systeem sluit mooi aan bij de evoluerende mobiliteitsnoden van de werknemer. Toch is de regelgeving complex, en kader je ze daarom beter in een doordacht cafetariaplan. Acerta staat je bij met consultancy rond flexibel verlonen in het Benefit Motivation Plan

Wegwijs in mobiliteitsbudget

Wil je je verdiepen in de materie? We ontwikkelden een praktijkgerichte opleiding rond mobiliteit als onderdeel van je flexibel loonpakket. Je krijgt alle mobiliteitsoplossingen op een rij en ontdekt alle toepasselijke regels op het vlak van het arbeidsrecht, de fiscaliteit en de RSZ in de praktijk. Zo stem je geïnformeerd je loonbeleid af op de behoeften van je werknemers en je bedrijf.

Meer over mobiliteit als flexibel loon

Op zoek naar meer antwoorden?

Op zoek naar meer antwoorden?

Als werkgever snel een correct en overzichtelijk antwoord vinden op je hr en payroll-vragen? Daar zorgt Acerta graag voor.

Bekijk al onze dossiers Bekijk alle artikels over dit onderwerp