Vorige

Mobiliteitsbudget: interessante optie voor je werknemers?

01 maart 2019 Werkgevers

Het stond in de sterren geschreven dat de mobiliteitsvergoeding, die in werking trad op 1 januari 2018, niet erg succesvol zou zijn. Uit recente cijfers van Acerta blijkt dan ook dat het voorbije jaar slechts 65 op 100.000 bedrijfswagens op deze manier van de weg werden gehaald.

Vandaag, 1 maart 2019, treedt het mobiliteitsbudget in werking. Vooraleer dit echter in de praktijk kan worden toegepast, moeten er nog een aantal zaken verduidelijkt worden. Hieronder gaan we dieper in op het mobiliteitsbudget en de meest opmerkelijke nieuwigheden.

Leestijd: Later lezen?

Succesvoller dan ‘cash for car’

Het mobiliteitsbudget is dus het tweede alternatief voor de klassieke bedrijfswagen dat de regering invoert. Eerder werd ook al de mobiliteitsvergoeding, beter gekend als ‘cash for car’, in het leven geroepen. De mobiliteitsvergoeding bestaat sinds begin vorig jaar, maar uit ons onderzoek is gebleken dat slechts 0,065% van de bedrijfswagens intussen ingeruild werd voor een mobiliteitsvergoeding.

Vergeleken met de cash for car-regeling is het mobiliteitsbudget een meer geavanceerde maatregel: werknemers die afstand doen van de wagen waarover ze beschikken (of waarop ze aanspraak kunnen maken) krijgen in ruil een budget ter beschikking dat ze kunnen besteden aan één of meerdere vervoermiddelen. Zo kunnen ze naargelang het af te leggen traject, het meest geschikte vervoermiddel kiezen.

Naar alle verwachting zal er meer interesse zijn voor het mobiliteitsbudget: het brutobedrag van het mobiliteitsbudget ligt hoger dan de bruto mobiliteitsvergoeding en de keuzes die de werknemer kan maken met zijn budget zijn veel uitgebreider.

Nieuwigheden in de uiteindelijke versie

Het wetsontwerp dat nu gestemd werd, werd nog op enkele vlakken gewijzigd ten opzichte van de ontwerpteksten:

1. Milieuvriendelijke bedrijfswagen

Het blijft ook nog mogelijk om in het kader van het mobiliteitsbudget voor een bedrijfswagen te kiezen. Die wagen moet voldoen aan strenge milieunormen: ofwel moet de werknemer kiezen voor een elektrische wagen, ofwel voor een wagen met een zeer beperkte CO2-uitstoot.

De maximale CO2-uitstoot werd uiteindelijk vastgelegd op 105 gr/km en wordt de komende jaren stelselmatig verlaagd. Vanaf 1 januari 2020 wordt de maximale CO2-uitstoot verlaagd naar 100 gr/km, vanaf 1 januari 2021 naar 95 gr/km.

2. Geen ‘salary sacrifice’

De tekst vermeldt voortaan expliciet dat bedrijfswagens die (volledig of gedeeltelijk) verkregen werden in het kader van een loonruil (of ‘salary sacrifice’) niet ingeruild kunnen worden voor een mobiliteitsbudget.
Deze situatie is te onderscheiden van de situatie waarin de werknemer in het verleden gekozen heeft om, hoewel hij recht had op een bedrijfswagen, hier niet over te beschikken, maar in ruil andere voordelen of vergoedingen te ontvangen. In dit geval is het wel toegestaan om deze alternatieve voordelen of vergoedingen opnieuw in te leveren, in ruil voor een mobiliteitsbudget.

3. Mobiliteitsvergoeding

Werknemers die ingestapt zijn in het systeem van de mobiliteitsvergoeding (waarbij enkel een geldsom wordt uitbetaald waarmee de werknemer vervolgens zijn privéverplaatsingen moet financieren) kunnen overstappen naar een mobiliteitsbudget. De omgekeerde beweging is ook mogelijk.

Verschillende mogelijkheden rond mobiliteit

Mobiliteitsbudget, cash for car, bedrijfsfiets, … Meer inzicht in de verschillende mogelijkheden rond mobiliteit voor je werknemers? Wij tonen je de weg.

Lees meer
Opleiding

Opleiding

Van mobiliteitsbudget tot fietsvergoeding: alle regels in de praktijk.

Schrijf in
Deel dit artikel

Gerelateerde artikels