Vorige

Op weg naar groene mobiliteit: fiscale en sociale maatregelen

03 juni 2021 Ellen Lammens Werkgevers

De regering heeft de weg naar duurzame mobiliteit ingeslagen. Het federaal regeerakkoord voorzag al dat nieuwe bedrijfswagens vanaf 2026 koolstofemissievrij moeten zijn. De Ministerraad keurde ondertussen een voorontwerp van wet goed dat de fiscale vergroening van de mobiliteit vormgeeft. Wat staat er in dat voorontwerp? Je leest het in dit artikel.

Leestijd: Later lezen?

Fiscale maatregelen

Om de vergroening van de (bedrijfswagen)mobiliteit te realiseren werd een geheel aan fiscale maatregelen genomen. Het gaat dan voornamelijk om:

1. Elektrificatie (bedrijfs)wagenpark

Vanaf 2026 zullen enkel koolstofemissievrije (bedrijfs)wagens nog fiscaal aftrekbaar zijn, reeds vanaf 2023 zal deze aftrek geleidelijk aan afgebouwd worden. Deze afbouw is steeds enkel van toepassing op wagens die vanaf een bepaalde datum aangekocht, gehuurd of geleased worden. Voor de (bedrijfs)wagens die op dat moment reeds gebruikt worden verandert er dus niets.

De afbouw van de kostenaftrek zal in fasen verlopen:

  • Overgangsregime voor wagens op fossiele brandstof aangeschaft (of gehuurd of geleased) voor 1 juli 2023: voor deze wagens blijft de huidige fiscale aftrekregeling (in functie van de CO2-uitstoot) van toepassing
  • Overgangsregime wordt afgebouwd voor wagens op fossiele brandstof aangeschaft (of gehuurd of geleased) tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025: toepassing huidige fiscale aftrekregeling maar met aftopping tot:
    • 75% in 2025
    • 50% in 2026
    • 25% in 2027
    • nul in 2028

Vanaf 1 januari 2026 zullen de kosten voor wagens op fossiele brandstof die aangeschaft (of gehuurd of geleased) worden vanaf die datum niet langer fiscaal aftrekbaar zijn.

  • Vanaf 2027 zal ook de fiscale aftrek voor koolstofemissievrije wagens geleidelijk afgebouwd worden:
    • wagens aangekocht, gehuurd of geleased vanaf 2027: 95% aftrek
    • vanaf 2028: 90% aftrek
    • vanaf 2029: 82,5% aftrek
    • vanaf 2030: 75% aftrek
    • vanaf 2031: 67,5% aftrek

Voor plug-in hybride wagens die aangeschaft worden vanaf 1 januari 2023 zal, vanaf dat moment, de fiscale aftrekbaarheid van benzine- of dieselkosten beperkt worden tot 50%. Dit om het elektrisch rijden met dit soort wagens maximaal te stimuleren.

Deze maatregelen worden nu al bekendgemaakt zodat bedrijven hier rekening mee kunnen houden in het kader van hun toekomstige bedrijfswagenpolitiek. Deze wijzigingen gelden zowel in de personen- als in de vennootschapsbelasting. Lichte vracht-voertuigen vallen niet onder deze nieuwe regels.

2. Belastingvoordeel voor installatie laadstations voor elektrische wagens

Het stimuleren van de elektrificatie van het wagenpark zal de nood aan laadpalen vergroten. Daarom wordt ook een fiscaal voordeel toegekend aan particulieren en bedrijven die laadpalen installeren.

  • Voor particulieren (eigenaars of huurders) wordt een belastingvermindering ingevoerd die van toepassing is tussen 1 september 2021 en 31 augustus 2024 en afgebouwd wordt doorheen de tijd:
    • belastingvermindering van 45% voor uitgaven betaald tussen 1 september 2021 en 31 december 2022
    • belastingvermindering van 30% voor uitgaven betaald in 2023, en
    • belastingvermindering van 15% voor uitgaven betaald in 2024 (tot 31 augustus 2024).

Het bedrag van de investering waarvoor een belastingvermindering wordt verleend is beperkt tot 1.500 euro per laadpaal en per belastingplichtige. De voorwaarde is wel dat het laadstation intelligent is (waardoor het laden geoptimaliseerd kan worden) en enkel gebruik maakt van groene stroom.

  • Voor bedrijven neemt het fiscaal voordeel de vorm aan van een verhoogde kostenaftrek die geldt voor de periode van 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2024. Ook deze kostenaftrek wordt afgebouwd doorheen de tijd om het aantal laadstations vooral op korte termijn te verhogen:
    • aftrekpercentage van 200% voor kosten verbonden aan investeringen verricht tussen 1 september 2021 en 31 december 2022
    • aftrekpercentage van 150% voor kosten verbonden aan investeringen verricht tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024

De voorwaarde is wel dat het laadinfrastructuur publiek toegankelijk is voor derden, tijdens of buiten de normale openingstijden, bijvoorbeeld op de parking. Bovendien moet de laadinfrastructuur gemeld worden aan de FOD Financiën zodat de beschikbare laadstations in kaart kunnen worden gebracht.

3. Overige maatregelen

Daarnaast werd ook aangekondigd dat er een verhoogde investeringsaftrek zou komen voor bedrijven die investeren in de aankoop van koolstofemissievrije vrachtwagens, de installatie van elektrische laadinfrastructuur of tankinfrastructuur voor waterstof en dat de levering van elektriciteit voor het laden van een elektrisch voertuig zal worden beschouwd als een onderdeel van de afname van elektriciteit zonder een afzonderlijke distributieverplichting.

Versoepeling en uitbreiding bestaande regeling mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget in zijn huidige vorm wordt heel weinig gebruikt. Slechts 0,15 % van de doelgroep maakt er gebruik van. De regering ziet het mobiliteitsbudget nochtans als belangrijk middel om de switch naar duurzame mobiliteit te maken. Daarom wordt de huidige regeling rond het mobiliteitsbudget eenvoudiger toegankelijkgemaakt en wordt het gebruik ervan uitgebreid vanaf 1 september 2021.

De bestedingsmogelijkheden in pijler 2 (duurzame mobiliteit) worden uitgebreid met:

  • kosten voor financiering (bv. fietsleningen), stallingkosten en kosten voor niet-verplichte uitrusting die de veiligheid en zichtbaarheid verhogen bij zachte mobiliteit
  • ‘elektrische voortbewegingstoestellen’, zoals elektrische steps, als zachte mobiliteit
  • abonnementen voor het openbaar vervoer van inwonende gezinsleden van de werknemer (tot nu toe konden enkel losse biljetten voor de gezinsleden gefinancierd worden met het mobiliteitsbudget, abonnementen moesten op naam van de werknemer staan)
  • parkeerkosten, verbonden aan het gebruik van het openbaar vervoer
  •  vergoeding van maximaal 0,24 euro/km voor verplaatsingen afgelegd in het kader van het woon-werkverkeer te voet of met een voortbewegingstoestel
  • kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen, bovendien wordt de straal waarbinnen huisvestingskosten in aanmerking komen voor de financiering via het mobiliteitsbudget uitgebreid van 5 naar 10 kilometer rond de plaats van tewerkstelling

De wagens die in pijler 1 van het mobiliteitsbudget kunnen worden gekozen, zullen vanaf 2026 wel emissievrij moeten zijn.

Verhoging CO2-bijdrage

Werkgevers die bedrijfswagens ter beschikking stellen die ook voor privédoeleinden mogen worden gebruikt zijn hierop een solidariteitsbijdrage (CO2-bijdrage) verschuldigd. Deze bijdrage wordt berekend in functie van de CO2-uitstoot van de bedrijfswagen.

Voor niet-koolstofemissievrije personenwagens zal deze CO2-bijdrage geleidelijk aan gevoelig verhoogd worden. De berekende bijdrage zal worden vermenigvuldigd met een factor die verhoogt van 2,25 (vanaf 1 juli 2023) tot 5,50 (vanaf 1 januari 2027). Voor de koolstofemissievrije wagens geldt momenteel het minimumbedrag van de solidariteitsbijdrage. Ook dat minimumbedrag zal geleidelijk aan worden verhoogd vanaf 1 januari 2025.

Deze verhogingen zullen niet gelden voor de wagens die werden aangekocht, gehuurd of geleased voor 1 juli 2023.

Wat zijn de volgende stappen?

Het voorontwerp werd naar de Raad van State en de NAR gestuurd voor advies. Daarna moet het nog goedgekeurd worden in het Parlement.

De ontwerpteksten voorzien dat de Koning tegen 30 april 2026 een evaluatie moet maken van de impact van de fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit, in het bijzonder wat de impact op de overheidsfinanciën betreft.

De extra inkomsten langs fiscale kant en de minderinkomsten langs de kant van de sociale zekerheid zouden elkaar ongeveer in evenwicht moeten houden, waardoor de impact op de begroting dus beperkt zou moeten blijven.

Volg onze workshop 'Van bedrijfswagen naar duurzame mobiliteit'

Hoe zet je een toekomstgericht en duurzaam mobiliteitsplan op voor jouw onderneming? Na deze workshop ken je al je verplichtingen als werkgever, ben je mee met de nieuwe tendensen en stap je buiten met een plan van aanpak.

Schrijf je in

Deel dit artikel

Ellen Lammens

Geschreven door Ellen Lammens

Juridisch adviseur bij Acerta

Gerelateerde artikels

Terugkeer naar de werkvloer, wat met de mobiliteit van je medewerkers?
Werkgevers

Terugkeer naar de werkvloer, wat met de mobiliteit van je medewerkers?

04 juni 2021 Ellen Van Grunderbeek

Vanaf 9 juni mag je terugkeermomenten voor je medewerkers organiseren. De gedeeltelijke terugkeer naar de werkvloer zorgt voor andere mobiliteitskeuzes bij je werknemers. We overlopen mobiliteitsoplossingen en jouw verplichtingen i.v.m. jouw tussenkomst in de kosten van het woon-werkverkeer van je medewerker.

Lees meer
Lokale besturen kunnen fiets leasen via cafetariaplan
Werkgevers

Lokale besturen kunnen fiets leasen via cafetariaplan

21 april 2021 Dirk Neefs

Lokale besturen kunnen nu ook een fiets leasen via een cafetariaplan. De Vlaamse Regering creëerde die mogelijkheid via een publicatie in het Belgisch Staatsblad. Je leest er hier meer over.

Lees meer
Het nieuwe ‘normaal’ met het mobiliteitsbudget ?
Werkgevers

Het nieuwe ‘normaal’ met het mobiliteitsbudget ?

11 maart 2021 Karolien Van Herpe

Het mobiliteitsbudget bestaat al twee jaar, maar is nog steeds (onbekend en) onbemind. Volgens onderzoek van Acerta, heeft slechts 0,15 % van de medewerkers die aanspraak maken op een bedrijfswagen, gekozen voor een mobiliteitsbudget. Toch kan het mobiliteitsbudget zijn twee kaarsjes uitblazen met een hoopvolle zucht.

Lees meer