Gen Z’ers werken in België opvallend vaker deeltijds dan elders in Europa
Op één jaar tijd 28% meer jongeren (vooral mannen) die deeltijds werken
Brussel, 29 januari 2026 – Deeltijdse tewerkstelling neemt opvallend toe bij Generatie Z. Op één jaar tijd zijn er 28% meer jongeren (tussen 15 en 29 jaar) deeltijds aan de slag gegaan. Meer dan 3 op de 10 (31,5%) voert zijn/haar hoofdberoep vandaag niet (meer) voltijds uit. De meest opvallende groei zien we bij jonge mannen: +46,2% op één jaar tijd. Bij vrouwen uit dezelfde leeftijdsgroep was de toename het voorbije jaar iets kleiner: +18,5%. De cijfers tonen aan dat Belgische Gen Z’ers opvallend afwijken van hun Europese leeftijdsgenoten. Dit blijkt uit een analyse van Acerta, op basis van de meest recente Eurostat-gegevens over deeltijds werk.
Meer dan een kwart (26,2%) van alle mensen tussen 15 en 74 jaar met een job werkt intussen deeltijds in ons land, zo blijkt uit de meest recente gegevens van Eurostat die Acerta analyseerde. In absolute cijfers gaat het om ongeveer 1,35 miljoen mensen. Daarmee blijft België duidelijk boven het Europese gemiddelde van 18,4%. Meer nog: ons land staat op Europees niveau in de top 5 voor wat deeltijds werk betreft, na Nederland (43,6%), Duitsland (31%), Oostenrijk (30,5%) en Denemarken (27,7%).
Figuur 1: Aandeel deeltijdse tewerkstelling in derde kwartaal 2025 - cijfers Eurostat
Deeltijds werk nieuwe normaal voor Gen Z
Vooral bij Gen Z in ons land zien we een sterke stijging in deeltijdse tewerkstelling. Intussen werkt 31,5% van de 15 tot 29-jarigen bij ons niet voltijds in hun hoofdactiviteit – een toename van maar liefst 28% op één jaar tijd. De Generatie Z ‘van bij ons’ lijkt daarmee een buitenbeentje in Europa, want het Europese gemiddelde voor deze generatie steeg het voorbije jaar ‘maar’ van 23,3% naar 23,9% (+2,6%). Bovendien kent ons land een van de snelste toenames in Europa op het vlak van deeltijds werk bij jongeren, na enkele kleinere landen zoals Letland (+35,1%) en Cyprus (+30,1%), waar bovendien een veel kleiner aandeel van de bevolking deeltijds werkt (resp. 15% en 14,7%).
Annelies Bries, juridisch experte bij Acerta: “Enerzijds vermoeden we dat jongeren vaker bewust voor deeltijdse formules kiezen omdat ze flexibiliteit waarderen en hun energie willen richten op wat hen écht motiveert. Ze combineren bijvoorbeeld een vier-vijfde job met een tweede baan of een flexi-job, waarin ze iets extra kunnen realiseren of een passie kunnen ontwikkelen waar er in hun hoofdberoep niet altijd plaats voor is. De uitbreiding van het Belgische flexi-jobsysteem verlaagt daarbij duidelijk de drempel om verschillende activiteiten te combineren. Anderzijds is wellicht de instroom in voltijdse startersfuncties minder vanzelfsprekend geworden door economische onzekerheid. Door de afkoelende arbeidsmarkt wikken en wegen werkgevers aanwervingen voorzichtiger én focussen ze sterker op het maximaal inzetten van bestaande teams. Jongeren ondervinden die verschuiving traditioneel het eerst. De toename van deeltijdse tewerkstelling bij jongeren weerspiegelt dus niet alleen nieuwe keuzemogelijkheden, maar ook blijvende instapdrempels.”
Figuur 2: Sterkste groei in aandeel deeltijdse tewerkstelling onder Gen Z (Top 5 landen, derde kwartaal 2024–2025) – cijfers Eurostat
Kloof tussen mannen en vrouwen krimpt
Traditioneel zijn het vooral vrouwen – ook bij Gen Z – die het meest deeltijds werken. Maar de kloof met mannen krimpt, zo blijkt uit de cijfers. Het voorbije jaar steeg het percentage mannen onder de 30 dat deeltijds werkt van 17,3% naar 25,3% - een toename van maar liefst 46,2%. Bij de vrouwen in dezelfde leeftijdsgroep nam het aandeel deeltijds werkenden over dezelfde periode toe van 32,5% naar 38,5% - een stijging van zo’n 18,5%. Ter vergelijking: in Europa bleef het gemiddelde bij de jonge mannen zo goed als constant (17,9%), bij de jonge vrouwen steeg het over dezelfde periode van 29,8% naar 30,9%.
Ook over alle leeftijden heen neemt de genderkloof in deeltijds werk al geruime tijd af in ons land. 20 jaar geleden bedroeg het verschil tussen mannen en vrouwen nog 32,4 procentpunt, in 2020 27,9 procentpunt en in 2025 nog 24,6 procentpunt.
Figuur 3: Evolutie (derde kwartaal 2005-2025) aandeel deeltijdse tewerkstelling bij mannen versus vrouwen en genderkloof – cijfers van Eurostat
Annelies Bries: “De cijfers tonen een duidelijke verschuiving in werkpatronen: deeltijds werk is niet langer iets typisch voor vrouwen. Dat vandaag ongeveer 1 op de 7 mannen deeltijds werkt, tegenover circa 1 op de 13 twintig jaar geleden, wijst op een structurele verandering in hoe werk en zorg worden georganiseerd. Gen Z’ers dragen actief bij aan het versnellen van die evolutie: zij kiezen vaker voor flexibiliteit. Tegelijkertijd zien we dat mannen relatief vaker zorgtaken opnemen en dat vrouwen vaker voltijdse kansen benutten. Voor werkgevers én werknemers biedt dit opportuniteiten – denk aan betere afstemming tussen werk en privé, wendbaardere uurroosters — maar het brengt ook uitdagingen met zich mee zoals personeelsplanning, inkomenszekerheid en duurzaam welzijn.”
Populariteit deeltijds werk bij ouderen
Tot slot blijkt uit de analyse van Acerta dat deeltijds werk de voorbije decennia ook bij oudere werknemers aan belang heeft gewonnen. In de leeftijdsgroep van 50- tot 74-jarigen is er een sterke groei sinds 2005: het aandeel deeltijds werkenden klimt er naar 31,9% - een stijging van 7,1 procentpunt (+28,6%) tegenover 20 jaar geleden.
Over de cijfers
De cijfers zijn afkomstig van de officiële website van Eurostat (https://ec.europa.eu/eurostat/web/lfs) en werden verzameld via de Labour Force Survey (EU‑LFS). De enquête volgt strikt de ILO‑definitie van employment. Volgens deze definitie telt iemand als werkzaam wanneer hij of zij in de referentieweek minstens één uur heeft gewerkt tegen betaling of winst, of wanneer hij of zij een job of onderneming heeft maar tijdelijk afwezig was (bijvoorbeeld door vakantie, ziekteverlof of ouderschapsverlof). Deze definitie omvat werknemers, zelfstandigen, meewerkende familieleden en jobstudenten.
Binnen de EU‑LFS wordt informatie over voltijdse en deeltijdse tewerkstelling uitsluitend verzameld voor de hoofdactiviteit van de werkende persoon. De classificatie als voltijds of deeltijds is gebaseerd op de zelfgerapporteerde ‘usual hours worked’: werknemers geven zelf aan hoeveel uren zij doorgaans werken. Op basis daarvan wordt hun hoofdjob ingedeeld als voltijds of deeltijds.
Men gaat ervan uit dat iemand deeltijds werkt wanneer de gebruikelijke werkuren lager liggen dan wat normaal is voor een vergelijkbare voltijdse functie binnen dezelfde organisatie (de zogeheten ‘lokale eenheid’). Als die vergelijking niet mogelijk is — bijvoorbeeld bij zelfstandigen of werknemers die alleen werken — wordt gekeken naar personen met dezelfde functie en sector binnen hetzelfde land. Ook studentenjobs worden binnen de EU‑LFS als deeltijdse arbeid meegeteld.
Daarnaast is er sprake van een breuk in de tijdreeks tussen 2016–2017 en 2020–2021, onder meer door methodologische veranderingen. Verder wijken Spanje en Frankrijk (*) licht af van de geharmoniseerde EU‑definitie van “werkend”, omdat zij tijdelijk werklozen anders classificeren. Voor deze landen is internationale vergelijkbaarheid daardoor beperkt.
Vragen als journalist?
Gelieve contact op te nemen met Acerta – Sylva De Craecker