BV-vrijstelling voor ploegenarbeid op werven: kan ook jouw onderneming genieten van deze nieuwe lastenverlaging?

19 juli 2019

Werkgevers van wie de werknemers ploegenarbeid verrichten kunnen al verschillende jaren genieten van een maatregel ter vermindering van hun loonkost. Deze vermindering neemt de vorm aan van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing die je als werkgever inhoudt op de bezoldigingen van deze werknemers.

Recent werd deze vrijstellingsmaatregel uitgebreid zodat ook ploegenarbeid die wordt verricht op werven hiervoor in aanmerking komt. Verrichten jouw werknemers werken in onroerende staat in ploegen en op werven? Dan kom je mogelijks in aanmerking voor deze lastenverlaging.

In dit nieuwsbericht lees je beknopt de voorwaarden waaraan jouw werknemers moeten voldoen.

Cumulatieve voorwaarden

Werken in ploegverband, op werven

Het werk moet worden verricht in één of meerdere ploegen van minstens 2 personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang. Aangezien de wetgeving spreekt over “personen” aanvaardt de FOD Financiën dat ook de werknemer die een ploeg vormt met de zaakvoerder recht kan geven op de toepassing van deze vrijstelling. Voor de zaakvoerder zelf wordt de lastenverlaging sowieso wel nooit berekend.

Indien de ploeg deels bestaat uit studenten tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor studenten en/of uit leerlingen die een traject van alternerend leren volgen, worden deze studenten/leerlingen dan weer “geneutraliseerd” om na te gaan of er sprake is van ploegenarbeid. Indien deze studenten/leerlingen echter het vereiste uurloon ontvangen kunnen ook hun bezoldigingen in aanmerking komen voor de toepassing van de vrijstelling (zie punt 3.). 

Bovendien moet in ploegen gewerkt worden op een “werf”, dus op locatie. Werk verricht in een atelier of in het magazijn komt niet in aanmerking.

Werken in onroerende staat verrichten

Op de werf moeten “werken in onroerende staat” worden verricht. In het algemeen gaat dit over alle werken die betrekking hebben op het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen, afbreken, volledig of gedeeltelijk, van een uit zijn aard onroerend goed en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het op zo'n wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

Deze definitie werd gehaald uit de BTW- wetgeving (art. 20, §2 KB nr. 1 bij het btw-wetboek). Voor interpretaties wend je je dus best tot jouw boekhouder.

1/3e norm respecteren

Om recht te geven op de vrijstelling moeten jouw werknemers in de maand waarvoor de lastenverlaging wordt gevraagd minstens 1/3de van hun arbeidstijd in ploegen op werven gewerkt hebben, volgens de hierboven beschreven definitie, en dit om werken in onroerende staat te verrichten.

Minimum uurloon ontvangen

Enkel indien de werknemers in de ploeg bovendien een minimum uurloon ontvangen kunnen ze recht geven op de toepassing van deze vrijstelling. Dit minimum uurloon wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt:

  • 13,75 euro bruto/uur (voor 2018);
  • 13,99 euro bruto/uur (voor 2019).

Volgens de interpretatie van de FOD Financiën moeten alle werknemers binnen de ploeg dit uurloon ontvangen opdat de ploeg in aanmerking zou komen voor de toepassing van de vrijstelling. Het gaat om het normale (overeengekomen) uurloon van de werknemer.

Indien de ploeg deels bestaat uit studenten tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor studenten en/of uit leerlingen die een traject van alternerend leren volgen, moeten deze studenten en/of leerlingen dit minimum uurloon dus niet ontvangen. Indien de studenten of leerlingen toch het vereiste minimum uurloon ontvangen (en voor de rest voldoen aan alle voorwaarden), komen hun bezoldigingen nochtans wel in aanmerking voor de berekening van het fiscaal voordeel waarop je als werkgever aanspraak kan maken.

Financieel voordeel

De vrijstelling wordt berekend als een bepaald percentage van de belastbare bezoldigingen van de werknemers die recht geven op de vrijstelling samen. Dit percentage bedraagt:

  • 3% in 2018;
  • 6% in 2019;
  • 18% vanaf 2020.

Enkele vergoedingen worden echter uitgesloten uit deze berekeningsbasis: premies (met uitzondering van de ploegenpremie, indien die er is), het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen.

Indien er bij een bepaalde werknemer nog een saldo aan berekende vrijstelling is, maar geen bedrijfsvoorheffing meer om die op aan te rekenen, kan dit saldo overgedragen worden naar andere werknemers die recht geven op de toepassing van deze vrijstelling. Dit principe geldt ook voor de overige types van de vrijstelling van doorstorting voor ploegenarbeid. Zo is de kans groter dat je het volledige bedrag aan berekende vrijstelling ook effectief kan genieten.

Inwerkingtreding?

Deze lastenverlaging (met inbegrip van de recente wijzigingen) is van toepassing sinds 1 januari 2018.

Indien je denkt in aanmerking te komen voor deze vrijstelling, neem dan zeker contact op met jouw aanspreekpunt bij Acerta.

Je kan de voorwaarden en principes van deze vrijstelling ook uitgebreider terugvinden in Trefzeker, in afdeling 24, XIII, E. 2.

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates