Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW): een volgende stap in de veralgemening van het aanvullend pensioen

14 januari 2019

Binnen enkele maanden kunnen werknemers die momenteel geen of nauwelijks aanvullend pensioen opbouwen via hun werkgever dit zelf in handen nemen. De wet die in deze mogelijkheid voorziet werd eind december gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Hiermee is een nieuwe stap gezet in de veralgemening van de 2e pensioenpijler. We bespraken de belangrijkste principes van het VAPW al in een eerder bericht.

Uitbreiding tweede pensioenpijler

In het regeerakkoord van de federale regering waren een aantal maatregelen voorzien op het vlak van de pensioenen. Een van deze maatregelen was de veralgemening van de tweede pensioenpijler. Een aantal werknemers bouwt tot nu toe immers nog geen (of nauwelijks) aanvullend pensioen op.

Met de invoering van het Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers wilt de regering de kans geven aan werknemers uit de privésector om volledig vrijwillig een aanvullend pensioen op te bouwen via hun werkgever.

De invoering van het VAPW verandert niets aan de mogelijkheid die je hebt als werkgever om, op een latere datum, zelf een aanvullend pensioen te organiseren en daar bijdragen voor te storten.

Op initiatief van de werknemer

Vanaf 27 maart 2019 zullen werknemers zelf het initiatief kunnen nemen voor de opbouw van een aanvullend pensioen. Ze kiezen zelf via welke pensioeninstelling en met welk pensioenproduct ze dit willen doen. De pensioenbijdragen worden gefinancierd via een inhouding op het nettoloon van de werknemer. De stortingen gebeuren door de werkgever, daarom wordt het VAPW beschouwd als een tweede pijlerpensioen.

Als werkgever kan je wel een kaderovereenkomst sluiten met een pensioeninstelling. Jouw werknemers kunnen in het verlengde van dit akkoord dan een pensioenovereenkomst sluiten voor het beheer van hun aanvullend pensioen. Ze zijn hier echter niet toe verplicht.

De aangesloten werknemer kan ten allen tijde de pensioenovereenkomst stopzetten en een nieuwe pensioenovereenkomst sluiten bij een andere pensioeninstelling. Hij kan ook vragen om zijn reserves over te dragen naar een andere pensioeninstelling.

Storting bijdragen VAPW

De werknemer bepaalt zelf de hoogte van de bijdragen die hij wilt laten storten. Er is geen verplichte minimumbijdrage, maar er geldt wel een maximum. De werknemer kan op jaarbasis maximaal 3% van zijn referentieloon storten.

Het “referentieloon” van de werknemer komt overeen met zijn totale bruto verloning, onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen, in de loop van het tweede jaar dat voorafgaat aan het jaar van opbouw van het aanvullend pensioen (het jaar n-2 is dus de referentieperiode).

Indien het referentieloon zo laag is dat de bijdrage niet meer bedraagt dan (te indexeren) 980 euro per jaar, dan mag de werknemer alsnog 980 euro aan bijdragen laten storten door zijn werkgever.

Werknemers die via hun werkgever al (beperkte) aanvullende pensioenrechten opbouwen, moeten daarmee rekening houden om de nog te storten bijdrage te bepalen.

Financiering via inhouding op nettoloon

De bijdrage van de werknemer voor zijn aanvullend pensioen wordt ingehouden op zijn nettoloon en wordt door zijn werkgever gestort aan de pensioeninstelling.

De werknemer moet zijn werkgever daarom minstens 2 maanden op voorhand laten weten hoeveel hij wilt storten en volgens welke periodiciteit de inhoudingen moeten gebeuren. Ook eventuele wijzigingen aan het in te houden bedrag moeten tijdig gemeld worden aan de werkgever. De werknemer is niet verplicht om jaarlijks bijdragen te storten.

Zodra de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, eindigen uiteraard ook de stortingen voor het aanvullend pensioen.

Belastingvoordeel werknemer

Werknemers die instappen in het VAPW genieten vanaf het aanslagjaar 2020 een belastingvermindering voor het lange termijnsparen. Deze belastingvermindering bedraagt 30% van de gestorte bijdragen. Dit geldt op voorwaarde dat de werknemer niet meer bijdragen heeft laten storten dan toegelaten op basis van de hierboven beschreven werkwijze.

De instructies voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing houden ook rekening met deze belastingvermindering.

Bron:
Wet van 6 december 2018 tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen (1), BS 27 december 2018.

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates