Wijzigingen aan de gedeeltelijke werkhervatting: maximale duur en nieuwe formules voor de berekening van de uitkeringen

22 maart 2018

Een werknemer die een aangepast of ander werk uitoefent in het kader van een gedeeltelijke werkhervatting na volledige arbeidsongeschiktheid of naar aanleiding van moederschapsbescherming, behoudt onder bepaalde voorwaarden de uitkering van het ziekenfonds.

Zowel voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering als de uitkering wegens moederschapsbescherming worden nieuwe berekeningswijzen toegepast, respectievelijk vanaf 1 april 2018 en 1 januari 2018.

Daarnaast wordt de gedeeltelijke werkhervatting beperkt in duurtijd. Deze beperking geldt vanaf 1 april 2018.

Nieuwe berekeningswijze van de arbeidsongeschiktheidsuitkering

Het ziekenfonds komt tussen wanneer u als werkgever niet meer gehouden bent tot de betaling van het gewaarborgd loon. Dit is onder andere het geval tijdens de periode van gedeeltelijke werkhervatting.

De werknemer die het werk gedeeltelijk hervat met toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds, krijgt voor zijn arbeidsprestaties een beroepsinkomen. Dit wordt aangevuld met een ziekte-uitkering.

Tot op vandaag wordt de ziekte-uitkering verminderd met een bepaald percentage in functie van het inkomen dat wordt verworven uit de gedeeltelijke werkhervatting.

Vanaf 1 april 2018 wordt de uitkering verminderd met een bepaald bedrag dat afhankelijk is van de tewerkstellingsbreuk van de werknemer in kwestie. De hoogte van het inkomen uit de gedeeltelijke werkhervatting is niet meer van belang. 

Bijvoorbeeld:
Een werknemer ontvangt een uitkering van 40 euro per dag. Hij hervat het werk voor 19 uur per week, terwijl een voltijdse werknemer 38 uur werkt. Zijn tewerkstellingsbreuk bedraagt dus 19/38.
40 euro - (19/38 - 20%) = 40 euro - (50% - 20%) = 40 euro - 30% = 40 euro - 12 = 28 euro.
De werknemer ontvangt dus een dagbedrag van 28 euro voor de ziekteperiodes tijdens zijn gedeeltelijke werkhervatting.

De uitkering van de werknemer vermindert niet wanneer hij maximaal 20% van een voltijdse werknemer in dezelfde functie werkt.

Het Koninklijk Besluit voorziet in een overgangsregeling tot 1 juli 2018 voor de werknemers die reeds in een stelsel van gedeeltelijke werkhervatting zaten vóór 1 april 2018. Voor hen is de meest gunstige berekening van toepassing tot 1 juli 2018.

Nieuwe berekeningswijze van de uitkering bij werkverwijdering

Ook werkneemsters die aangepast of ander werk uitoefenen wegens werkverwijdering in het kader van moederschapsbescherming, hebben recht op een ziekte-uitkering wegens loonverlies.

Sinds 1 januari 2018 wordt de daguitkering vastgesteld op 60% van het verschil tussen het brutoloon van de normale functie en het brutoloon van de aangepaste functie. Dit verschil is begrensd tot 3.633,21 euro per maand.

Formule:
(Brutoloon voor het normale werk - beroepsinkomen uit aangepaste of andere arbeid) x 60% = daguitkering begrensd tot de dagelijkse ZIV-loongrens.

Beperking van de duur van de werkhervatting

De duurtijd van de toelating gegeven door de adviserend arts voor gedeeltelijke werkhervatting wordt beperkt tot maximaal twee jaar.

De gedeeltelijke werkhervattingen die momenteel nog lopen voor langer dan twee jaar of voor onbepaalde duur worden door de adviserend geneesheer ten laatste op 1 april 2019 beëindigd.

Info:
Meer informatie over het inkomen tijdens gedeeltelijke werkhervatting en werkverwijdering in het kader van moederschapsbescherming vindt u in afdeling 10.VII, B en afdeling 11.II, E van de Sociale Gids op Trefzeker. 

Koninklijk Besluit van 4 februari 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 9 februari 2018.

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates