Is een systeem van tijdsregistratie voortaan verplicht?

15 mei 2019

Het Europees Hof van Justitie velde onlangs (14 mei 2019) een arrest waaruit blijkt dat lidstaten werkgevers moeten verplichten om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem van tijdsregistratie te gebruiken.

Context

Europese richtlijnen leggen ons een aantal verplichtingen op omtrent arbeidsduur. Zo wordt er ons vanuit Europa opgelegd dat werknemers in elk tijdvak van 24 uur een rusttijd van ten minste elf aaneengesloten uren moeten genieten en voor elk tijdvak van 7 dagen een ononderbroken minimumrusttijd van 24 uren. Bovendien wordt ons opgelegd dat de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd maximum 48 uren mag bedragen.

België en ook andere Europese landen vertalen dergelijke Europese richtlijnen in eigen wetgeving die zich binnen de Europees opgelegde grenzen bevinden*. Regelmatig stellen er zich echter vragen omtrent de interpretatie van dergelijke Europese regels. De rechterlijke macht van de lidstaten kan dan een prejudiciële vraag voorleggen aan het Europees Hof van Justitie.

Zo ook werd er door Spanje een prejudiciële vraag voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie. De Spaanse rechter stelde de vraag of de Europese richtlijnen zo moeten gelezen worden dat een lidstaat een verplichting moet opleggen aan werkgevers om een systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd wordt geregistreerd.

Arrest

Het Europees Hof oordeelt dat de Europese richtlijnen tot bedoeling hebben om minimumvoorschriften vast te stellen om de levens- en arbeidsomstandigheden van de werknemers te verbeteren door de nationale regels inzake de duur van de arbeidstijd te harmoniseren. Zo waarborgt de Europese richtlijn onder meer de dagelijkse en wekelijkse minimumrusttijden, voldoende pauzes, maximumgrenzen aan de wekelijkse arbeidstijd enz.

Lidstaten moeten ervoor zorgen dat die minimale rusttijden en de maximale arbeidsduur gerespecteerd wordt door ‘de nodige maatregelen’ te treffen. Het Europees Hof oordeelt dat als er geen systeem voorzien wordt waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer geregistreerd wordt, lidstaten het respecteren van deze arbeidstijden niet kunnen garanderen. Zonder een dergelijk systeem kunnen werkgever en werknemer, en ook inspectiediensten, immers onmogelijk nagaan of de arbeids- en rusttijden correct nageleefd werden. 

Wat betekent dat voor jou?

De Belgische wetgeving moet geïnterpreteerd worden in het licht van de Europese richtlijn. In het geval van glijdende werkroosters bijvoorbeeld, voorziet de Belgische wetgeving reeds dat de tijd moet worden bijgehouden. Het is echter onduidelijk of bijvoorbeeld een bijgehouden Excel-sheet als ‘objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem’ aanvaard zou worden of dat er effectief een elektronisch registratiesysteem zou moeten voorzien worden. De vraag is of je nu ook tijd moet registreren wanneer je met vaste roosters werkt.

Enerzijds lijkt het arrest wel in die richting te gaan aangezien er in het arrest algemeen wordt gesproken over  een systeem van tijdsopvolging. Anderzijds geeft het arrest wel aan dat de lidstaten zelf een appreciatiemarge hebben hoe ze de doelstellingen van de richtlijn nastreven. Het Belgische systeem van verbod op werken buiten de uurroosters opgenomen in het arbeidsreglement, tenzij je een wetsgrond hebt om meer te werken, zou misschien als ‘systeem’ kunnen gelden en dan verandert in praktijk niets.

Meer lezen over de in België geldende grenzen van arbeidsduur en verplichtingen omtrent arbeids- en rusttijden kan in Afdeling 34 van de Sociale Gids in Trefzeker en/of Hoofdstuk 30.1 van uw Sectorale Gids.

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates