Werkgevers, groepeert u!

11 januari 2017

Het is verboden om werknemers uit te lenen aan andere werkgevers. Terbeschikkingstelling heet dat. Er zijn wettelijke uitzonderingen, zoals uitzendarbeid en het systeem van de werkgeversgroepering. Dit systeem laat toe dat een aantal werkgevers, minstens twee, zich groepeert en dat die groepering werknemers aanwerft. Die werknemers kunnen dan gaan werken bij elk van de leden. Bij zo’n wettelijke uitzondering hoort natuurlijk altijd een resem voorwaarden die moeten nageleefd worden.

Zo kan een werkgeversgroepering maar werknemers aanwerven als hiervoor een toelating werd verleend. Eens die er is, moeten een aantal spelregels gevolgd worden. Aangezien de huidige regeling nogal log is, was het de ambitie van minister Peeters om het systeem soepeler te maken.

Wat verandert er niet?

  • Er is nog steeds een toelating nodig, te verlenen door de Minister van Werk. De aanvraag gebeurt met aangetekende brief, gericht aan de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD WASO.
  • De werkgeversgroepering moet verplicht een bepaalde juridische vorm hebben, ofwel een economisch samenwerkingsverband, ofwel een VZW.
  • De toelating kan weer ingetrokken worden als er wordt vastgesteld dat de werkgeversgroepering niet naleeft.
  • De leden van de werkgeversgroepering zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale en fiscale schulden van de werkgeversgroepering. Betaalt deze geen RSZ-bijdragen? Dan kan de RSZ gaan aankloppen bij elk van de leden om de volledige factuur te betalen.
  • De werknemer die wordt aangeworven door de werkgeversgroepering moet een schriftelijke arbeidsovereenkomst krijgen.
    • Ze kan gesloten worden voor onbepaalde duur, voor bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk.
    • Deeltijds werken is mogelijk, maar de minimale wekelijkse arbeidsduur bedraagt 19 uur.

Wat verandert er wel?

  • In de nieuwe regeling is de Minister van Werk niet meer verplicht het advies van de Nationale Arbeidsraad te vragen. In vele gevallen zal de werkgeversgroepering dan ook sneller haar toelating krijgen.
    • Voordien was dit wel het geval: de NAR had 60 dagen om zich uit te spreken en na ontvangst van het advies had de Minister nog eens 20 dagen om een toelating te geven of niet. Een wachttijd van 80 dagen dus.
    • Volgens de nieuwe regels kan de Minister de NAR om advies vragen, maar hij hoeft dit niet.
      • Doet hij dit niet, dan antwoordt hij binnen de 40 dagen
      • Doet hij dit wel, dan wordt de termijn van 40 dagen geschorst tot er een advies is. Dit moet weeral binnen de 60 dagen verleend worden door de NAR.
  • De toelating zal steeds worden gegeven voor onbepaalde duur. Momenteel moeten de werkgeversgroeperingen verlenging vragen indien de termijn van hun toelating vervallen is.
  • De Minister duidt een bevoegd paritair comité aan. Deze sector zal bepalen wat de loons- en arbeidsvoorwaarden zijn van de werknemer.
    • Behoren alle leden tot hetzelfde PC? Dan kiest de Minister deze sector.
    • Behoren ze tot verschillende PC’s, dan kiest de Minister er één van. De werkgeversgroepering kan in zijn aanvraag een suggestie doen. Nieuw is wel dat er richtlijnen zijn voor de Minister:
      • Het PC van het lid of leden waar de werknemer het meeste aantal uren zal werken
      • Het PC van het lid of de leden waaronder het grootste aantal vaste werknemers van het lid of de leden vallen
    • Sluit een nieuw lid zich aan bij de werkgeversgroepering, dan moet de bevoegdheid van het PC opnieuw bekeken worden.
  • De werkgeversgroepering mag maximaal 50 werknemers tewerkstellen.
Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates