Ga naar de inhoud
Terug naar overzicht

Wijziging rechtspositiebesluit van het personeel van lokale en provinciale besturen

De Vlaamse Regering gaf op 12 december een tweede principiële goedkeuring aan het vijfde wijzigingsbesluit bij het rechtspositiebesluit van 20 januari 2023. In dit bericht vatten we de belangrijkste wijzigingen samen.

Let wel: het gaat om voorlopige informatie; het wijzigingsbesluit wordt nog overgemaakt aan de Raad van State voor advies.

Ruimere definitie van “personen met een handicap”

Minstens 2% van het totale personeelsbestand van het lokaal bestuur moet bestaan uit personen met een handicap. De lijst van wie daaronder valt, wordt uitgebreid en afgestemd op het Vlaamse gelijkekansenbeleid en het VN‑verdrag. Er wordt voortaan ook gesproken van “personen met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte”.

Zo worden onder meer toegevoegd: 

  • personen erkend door bevoegde instanties zoals VDAB, VAPH of gelijkaardige Federale, Brusselse of Waalse diensten;
  • personen met een attest van de preventieadviseur-arbeidsarts die werkt in opdracht van het lokaal of provinciaal bestuur, waaruit blijkt dat er blijvende aandacht moet zijn voor de effecten van de handicap, met inbegrip van een chronische ziekte, op de taken, de arbeidsomstandigheden of het rendement;
  • personen die het slachtoffer zijn geweest van een ongeval van gemeen recht en die een afschrift van een vonnis hebben dat is afgegeven door de griffie van de rechtbank en waaruit een blijvende handicap of arbeidsongeschiktheid van minstens 66% blijkt.
Genderneutrale vacatures en selectie

De Vlaamse Regering zet de Europese richtlijn 2023/970 van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen gedeeltelijk om.

Daarom wordt voorzien in het rechtspositiebesluit:

  • vacatures en functiebenamingen moeten genderneutraal zijn;
  • aanwervings‑ en selectieprocedures zijn niet‑discriminerend en mogen het recht op gelijke beloning niet ondermijnen.

Verwijzingen (expliciet of impliciet) naar onder andere geslacht, zogenaamd ras, etnische afkomst, religie, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid in vacatures, voorwaarden of selectiecriteria zijn verboden.

Verloven voor gezinsverantwoordelijkheden: bescherming versterkt

De ‘Work-Life Balance’-richtlijn(1) en het Gelijkekansendecreet(2) stellen dat ouders, pleegouders, voogden of mantelzorgers die verlof opnemen in het kader van gezinsverantwoordelijkheden recht hebben op even gunstige voorwaarden en omstandigheden dan indien zij dat verlof niet zouden opnemen. Om die reden worden volgende wijzigingen aangebracht:

Voor de eindejaarstoelage zullen volgende bijkomende verloven worden beschouwd als met dienstactiviteit gelijkgestelde periodes

  • ouderschapsverlof;
  • verlof voor medische bijstand;
  • palliatief verlof;
  • verlof voor mantelzorg;
  • Vlaams zorgkrediet;

de periode van afwezigheid wegens dwingende redenen en wegens het zorgverlof als vermeld in artikel 66/1 van het rechtspositiebesluit

Het lokaal bestuur kan niet meer kiezen om die periodes niet gelijk te stellen. De Vlaamse Regering geeft aan dat door deze wijziging de RSZ-vrijstelling voor de eindejaarstoelage van de statutaire personeelsleden mogelijk wegvalt.

Voor de ziektekredietdagen van statutaire personeelsleden zullen volgende bijkomende verloven worden beschouwd als met dienstactiviteit gelijkgestelde periodes

  • palliatief verlof;
  • verlof voor mantelzorg;
  • Vlaams zorgkrediet;
  • pleegzorgverlof;
  • pleegouderverlof.

Ook hier kan het lokaal bestuur niet meer kiezen om die periodes niet gelijk te stellen.

Voor de geldelijke anciënniteit is de periode van afwezigheid wegens dwingende redenen en wegens het zorgverlof als vermeld in artikel 66/1 van het rechtspositiebesluit eveneens verplicht met dienstactiviteit gelijkgesteld.

Deeltijdse werkhervatting en wachtgeld

Bij deeltijdse werkhervatting is een voorafgaand advies van de preventieadviseur‑arbeidsarts alleen verplicht in de gevallen die de welzijnswetgeving voorziet; elders is het een recht van het personeelslid, geen algemene verplichting. Op die manier ligt het rechtspositiebesluit expliciet in lijn met de Codex over Welzijn op het Werk.

Er wordt ook bepaald dat het wachtgeld van het statutair personeelslid bij disponibiliteit: 

  • nooit minder mag zijn dan het pensioen bij vervroegde pensionering, en
  • nooit meer mag zijn dan het laatste activiteitssalaris.

Op die manier wil de Vlaamse regering enerzijds voorkomen dat personeelsleden in de richting van een vervroegd pensioen worden geduwd omdat dat voordeliger is, en anderzijds verhinderen dat deeltijds werkenden bevoordeeld zouden worden door de bepaling over het pensioenbedrag.

Tot slot zijn er nog een aantal technische / tekstuele bijsturingen van het rechtspositiebesluit, bv. inzake de verwijzing naar het (gewijzigd) Burgerlijk Wetboek.

Timing en verdere procedure

Het ontwerpbesluit wordt voor advies aan de Raad van State voorgelegd, om nadien definitief te worden goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Bronnen

Deel dit nieuws

Gerelateerde artikels