Ga naar de inhoud
Terug naar overzicht

Wijziging rechtspositiebesluit van het personeel van lokale en provinciale besturen

De Vlaamse Regering gaf op 12 december een tweede principiële goedkeuring aan het vijfde wijzigingsbesluit bij het rechtspositiebesluit van 20 januari 2023. In dit bericht vatten we de belangrijkste wijzigingen samen.

Update: op 10 februari 2026 werd het besluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Er is geen datum van inwerkingtreding voorzien. Dit betekent dat de wijzigingen ingaan op de tiende dag na publicatie, d.w.z. op 20 februari 2026. 

Ruimere definitie van “personen met een handicap”

Minstens 2% van het totale personeelsbestand van het lokaal bestuur moet bestaan uit personen met een handicap. De lijst van wie daaronder valt, wordt uitgebreid en afgestemd op het Vlaamse gelijkekansenbeleid en het VN‑verdrag. Er wordt voortaan ook gesproken van “personen met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte”.

Zo worden onder meer toegevoegd: 

  • personen met een definitieve gerechtelijke beslissing of attest van de bevoegde federale instelling waaruit arbeidsongeschiktheid van minstens 66% blijkt;
  • personen met een attest van de preventieadviseur-arbeidsarts die werkt in opdracht van het lokaal of provinciaal bestuur, waaruit blijkt dat er blijvende aandacht moet zijn voor de effecten van de handicap, met inbegrip van een chronische ziekte, op de taken, de arbeidsomstandigheden of het rendement;
  • personen die het slachtoffer zijn geweest van een ongeval van gemeen recht en die een afschrift van een vonnis hebben dat is afgegeven door de griffie van de rechtbank en waaruit een blijvende handicap of arbeidsongeschiktheid van minstens 66% blijkt.
Genderneutrale vacatures en selectie

De Vlaamse Regering zet de Europese richtlijn 2023/970 van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen gedeeltelijk om.

Daarom wordt voorzien in het rechtspositiebesluit:

  • vacatures en functiebenamingen moeten genderneutraal zijn;
  • aanwervings‑ en selectieprocedures zijn niet‑discriminerend en mogen het recht op gelijke beloning niet ondermijnen.

Verwijzingen (expliciet of impliciet) naar onder andere geslacht, zogenaamd ras, etnische afkomst, religie, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid in vacatures, voorwaarden of selectiecriteria zijn verboden.

Verloven voor gezinsverantwoordelijkheden: bescherming versterkt

De ‘Work-Life Balance’-richtlijn(1) en het Gelijkekansendecreet(2) stellen dat ouders, pleegouders, voogden of mantelzorgers die verlof opnemen in het kader van gezinsverantwoordelijkheden recht hebben op even gunstige voorwaarden en omstandigheden dan indien zij dat verlof niet zouden opnemen. Om die reden worden volgende wijzigingen aangebracht:

Voor de eindejaarstoelage zullen volgende bijkomende verloven worden beschouwd als met dienstactiviteit gelijkgestelde periodes

  • ouderschapsverlof;
  • verlof voor medische bijstand;
  • palliatief verlof;
  • verlof voor mantelzorg;
  • Vlaams zorgkrediet;
  • de periode van afwezigheid wegens dwingende redenen (inclusief zorgverlof).

Het lokaal bestuur kan niet meer kiezen om die periodes niet gelijk te stellen. De Vlaamse Regering geeft aan dat door deze wijziging de RSZ-vrijstelling voor de eindejaarstoelage van de statutaire personeelsleden mogelijk wegvalt.

Voor de ziektekredietdagen van statutaire personeelsleden zullen volgende bijkomende verloven worden beschouwd als met dienstactiviteit gelijkgestelde periodes

  • ouderschapsverlof;
  • verlof voor medische bijstand;
  • palliatief verlof;
  • verlof voor mantelzorg;
  • Vlaams zorgkrediet;
  • adoptieverlof;
  • pleegzorgverlof;
  • pleegouderverlof;
  • geboorteverlof;
  • de periode van afwezigheid wegens dwingende redenen (inclusief zorgverlof).

Ook hier kan het lokaal bestuur niet meer kiezen om die periodes niet gelijk te stellen.

Voor het vaststellen van de geldelijke anciënniteit is de periode van afwezigheid wegens dwingende redenen (inclusief zorgverlof) eveneens verplicht met dienstactiviteit gelijkgesteld.

Deeltijdse werkhervatting en wachtgeld

Bij deeltijdse werkhervatting is een voorafgaand advies van de preventieadviseur‑arbeidsarts alleen verplicht in de gevallen die de welzijnswetgeving voorziet; elders is het een recht van het personeelslid, geen algemene verplichting. Op die manier ligt het rechtspositiebesluit expliciet in lijn met de Codex over Welzijn op het Werk.

Er wordt ook bepaald  dat het wachtgeld van het statutair personeelslid bij disponibiliteit: 

  • nooit minder mag zijn dan het pensioen bij vervroegde pensionering, en
  • nooit meer mag zijn dan het laatste activiteitssalaris.

Op die manier wil de Vlaamse regering enerzijds voorkomen dat personeelsleden in de richting van een vervroegd pensioen worden geduwd omdat dat voordeliger is, en anderzijds verhinderen dat deeltijds werkenden bevoordeeld zouden worden door de bepaling over het pensioenbedrag.

Tot slot zijner nog een aantal technische / tekstuele bijsturingen van het rechtspositiebesluit, bv. inzake de verwijzing naar het (gewijzigd) Burgerlijk Wetboek.

Timing en verdere procedure

Het besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 10 februari 2026. Omdat er geen specifieke datum van inwerkingtreding werd bepaald, zal het besluit in werking treden op de tiende dag na publicatie. Concreet betekent dit dat het besluit in werking treedt op 20 februari 2026. 

Bronnen

Deel dit nieuws

Gerelateerde artikels