Vorige

Starterskorting: korting op de sociale bijdrage voor starters

26 oktober 2018 Starters

Bij het opstarten komt heel wat kijken: administratief alles in orde brengen, een klantenbestand uitbouwen, je financieel plan bekijken en zien of je investeringen nodig hebt. Acerta verwittigt je dankzij de pré-registratie als je een volgende administratieve stap moet maken voor de opstart van je praktijk.  Een van deze stappen is de verplichte aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds. Je betaalt elk kwartaal sociale bijdragen, hierdoor krijg je verschillende sociale rechten.

Leestijd: Later lezen?

Het eerste jaar heb je heel wat kosten: investeringen worden gemaakt en marketingkosten lopen op. Bovendien ben je nog maar net gestart met de uitbouw van je cliëntenbestand.

Elke manier om je kosten in te perken is dan fijn meegenomen!

Een redelijk grote kost bij de opstart zijn de sociale bijdragen. De sociale bijdragen worden berekend op je netto belastbaar inkomen van het lopend jaar. Je betaalt eerst voorlopige sociale bijdragen, die nadien worden gecorrigeerd. De voorlopige sociale bijdragen worden berekend op je inkomen van drie jaar geleden. Als je start is dit natuurlijk niet mogelijk, je betaalt daarom een minimum bijdrage of 20,5% van je geschatte netto belastbaar inkomen.

Sinds 1 april 2018 kan elke startende zelfstandige in hoofdberoep, voor het opstartjaar, beroep doen op de starterskorting voor de sociale bijdragen.  Dankzij deze korting verkleint men de kosten voor de lage beroepsinkomens en creëert men wat financiële ademruimte. Zelfs de minimum  sociale bijdrage van €715,- per kwartaal blijft een flinke hap uit je budget als je een beperkt inkomen hebt. Daarom zijn er twee  niveaus van de starterskorting mogelijk, deze zijn gebaseerd op het geschatte beroepsinkomen.

Hieronder zie je de verschillende inkomensniveaus en de voorlopige sociale bijdrage of starterskorting:

Geschat inkomen 2018 Voorlopige sociale bijdrage per kwartaal

< 6.997,55 euro

370 euro
Tussen 6.997,55 en 9.033,67 euro 477 euro
Tussen 9.033,67 en 13 550,50 euro 715 euro
>13.550,50 20,5% van geschat inkomen

 

Enkele voorbeelden.

1. Marleen is diëtiste in bijberoep en start op 1 april 2018 als zelfstandige in hoofdberoep. Ze heeft reeds belangrijke kosten gemaakt. Haar grootste kosten zijn opleidingen om de nieuwe trends goed te volgen. Dankzij haar goede marketingaanpak heeft Marleen een groeiend klantenbestand.

Ze schat haar omzet op €25.000 en het totaal van haar kosten op €6.500. Haar netto beroepsinkomen is groter dan 13.550,50. Het eerste jaar bedraagt haar sociale bijdrage 20,5 % van haar netto belastbaar inkomen. Marleen kan geen beroep doen op de starterskorting. Eigenlijk is dit goed nieuws want dit betekent dat ze al een mooie omzet draait!

omzet

 

€ 25.000

variabele kosten € 1.500
vaste kosten € 5.000
sociale bijdrage: 20,5% van nettowinst voor belastingen € 3.230

(+ beheerskosten: 3,05%)

 

nettowinst voor belastingen

€ 15.290

2. Na enkele jaren in een ziekenhuis te werken als kinesist, beslist Matthias om te starten in hoofdberoep. Hij kan in een groepspraktijk aan de slag, waardoor hij zijn kosten een stuk beperkt. Hij betaalt een commissie van 10% op zijn omzet. Voor de uitbreiding van zijn klantenbestand kan hij rekenen op doorverwijzingen via zijn netwerk.

Hij schat zijn omzet op €20.000,-. Zijn beroepsinkomen is lager dan €13.550,50 maar hoger dan 9 033,67 euro. Matthias doet geen beroep op de starterskorting, maar kiest ervoor om voorlopig de minimum sociale bijdragen te betalen. Indien zijn klantenbestand sterk groeit, kan hij best zijn sociale bijdragen aanpassen.

omzet € 20.000
variabele kosten € 2.000
vaste kosten € 5.000
sociale bijdrage minimum bijdrage €715 per kwartaal € 2.860
nettowinst voor belastingen € 10.140

 

3. Jelle is afgestudeerd als psycholoog en kan aan de slag in een groepspraktijk. Hij betaalt een huur van €415,- per maand, waardoor zijn vaste kosten stijgen.

Hij schat zijn omzet op €18.000 maar door de huur en andere vaste kosten ligt zijn inkomen tussen de €6.997,55 en €9.033,67. Hij doet een beroep op de starterskorting en betaalt slechts €477 per kwartaal.

omzet € 18.000
variabele kosten € –
vaste kosten € 9.000
sociale bijdrage: starterskorting bijdrage €477 per kwartaal € 1.908
nettowinst voor belastingen € 7.092

 

4. Lies start als vroedvrouw. Ze is nog volop bezig met de uitbouw van haar klantenbestand. Ze zal veel kilometers rijden en wil bijkomende opleidingen volgen.

Ze schat haar omzet op €10.000. Door haar kosten hiervan af te trekken, belandt ze bij een beroepsinkomen dat lager is dan € 6997,55 en kan ze van de starterskorting genieten.

omzet € 10.000
variabele kosten € –
vaste kosten € 5.500
sociale bijdrage: starterskorting bijdrage €370 per kwartaal € 1.480
nettowinst voor belastingen € 3.020

Stel je even voor dat je hier toch de minimum sociale bijdragen zou moeten betalen van €715,- per kwartaal. De korting heeft zeker effect, voor Lies betekent dit bijna een verdubbeling van de nettowinst!

omzet € 10.000
variabele kosten € –
vaste kosten € 5.500
sociale bijdrage: minimum bijdrage €715 per kwartaal € 2.860
nettowinst voor belastingen € 1.640

 

De Starterskorting betekent een duw in de rug!

Enkele tips:

  1. Vergeet niet: deze korting op de sociale bijdrage is enkel voor mensen die in hoofdberoep opstarten.
  2. Maak een goede inschatting van je inkomen. Kijk naar het inkomen van collega’s, vrij beroepers, en bespreek dit ook met je boekhouder.
  3. Vraag zelf de starterskorting aan bij je Sociaal Verzekeringsfonds als je hierop beroep wilt doen.
  4. Hou, samen met de boekhouder, bij hoe je inkomen evolueert en geef op tijd aan wanneer je jouw sociale bijdrage wilt verhogen. Zo kom je nadien niet voor verrassingen te staan.
  5. Indien je op tijd je sociale bijdrage aanpast, heeft dit ook een effect op je sociale bijdrage in jaar 2 en 3. De sociale bijdragen zijn een beroepskost en verlagen je netto belastbaar inkomen.
Deel dit artikel

Gerelateerde artikels