Ga naar de inhoud
Terug naar overzicht

Financiering gemeenschapswachten voor 2025: koninklijk besluit gepubliceerd

Gemeenten met gemeenschapswachten krijgen voor 2025 opnieuw federale steun. Het nieuwe koninklijk besluit van 7 januari 2026 legt vast wie recht heeft op de toelage en onder welke voorwaarden. De maatregel vangt, net als vorige jaren, de loonkosten voor gemeenschapswachten op na de hervorming van de vroegere ACTIVA PVP-steun.

Voor wie geldt de regeling?

De aanvullende toelage is er voor gemeenten met een strategisch veiligheids- en preventieplan in 2025. De steun geldt enkel voor gemeenschapswachten die in dat plan zijn ingeschreven en die beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden van de wet van 15 mei 2007.

Het aantal gesubsidieerde gemeenschapswachten per gemeente blijft gekoppeld aan de situatie op 31 december 2017, aangevuld met (toen) nog lopende aanwervingsprocedures onder het vroegere ACTIVA PVP-statuut (preventie- en veiligheidspersoneel). Het maximum mag niet hoger liggen dan het contingent in het strategisch plan 2014‑2017. 

Het koninklijk besluit bevat een lijst met de toegekende equivalenten per gemeente. In totaal gaat het om 417,37 voltijdsequivalenten aan gemeenschapswachten, verspreid over de verschillende regio’s.

Hoeveel steun kunnen gemeenten krijgen?

Per voltijds tewerkgestelde gemeenschapswacht voorziet de federale overheid in 2025 een maximale jaarlijkse toelage van 17.200 euro aan bijkomende financiering. Dat bedrag wordt pro rata aangepast aan de arbeidsregeling en de effectief geleverde prestaties. De prestaties moeten ook worden uitgevoerd in het kader van de doelstellingen van het strategisch veiligheids- en preventieplan van de gemeente.

Welke kosten komen in aanmerking?

De aanvullende toelage dekt de reële lasten van de tewerkstelling van gemeenschapswachten. Het gaat onder meer om loon, werkgeversbijdragen, vakantiegeld, eindejaarspremie, premies voor onregelmatige prestaties en sociale bijdragen. Ook bepaalde toelagen, de burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering en reiskosten voor woon‑werkverkeer met het openbaar vervoer komen in aanmerking.

Bepaalde uitgaven zijn uitdrukkelijk uitgesloten. Zo worden onder meer ontslagvergoedingen zonder gepresteerde opzeg, kosten van het sociaal secretariaat en kledij‑ en materiaalkosten niet terugbetaald.

Alleen uitgaven die zijn vastgelegd tussen 1 januari en 31 december 2025, en die betrekking hebben op prestaties in dezelfde periode, tellen mee voor de afrekening.

Hoe en wanneer wordt de toelage uitbetaald?

De toelage wordt uitbetaald via een systeem van voorschot en saldo. In 2025 kregen de gemeenten een voorschot van 80% van het geraamde bedrag. Het resterende saldo volgt na de controle van het financieel dossier en de definitieve afrekening.

Gemeenten moeten hun uitgaven verantwoorden via een financieel dossier op het online ICT‑platform van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie binnen de FOD Binnenlandse Zaken (hierna ‘AD VP’). Dat dossier bevat onder meer een schuldvordering, loonfiches, een uittreksel van de gemeenteraad of het college, en een verklaring op erewoord van de financieel directeur.

De schuldvordering en bewijzen moeten ten laatste op 30 juni 2026 online vervolledigd en gevalideerd worden. De AD VP controleert het dossier, kan bijkomende informatie vragen en stelt een voorlopige en daarna definitieve afrekening op. Onterecht ontvangen bedragen kunnen worden teruggevorderd.

Vanaf wanneer geldt de regeling?

Het koninklijk besluit treedt retroactief in werking op 1 januari 2025. Die terugwerkende kracht moet de continuïteit van de openbare dienst en de rechtszekerheid van de betrokken gemeenten verzekeren.

Bron:  Koninklijk besluit van 7 januari 2026 tot bepaling van de modaliteiten betreffende de bijkomende financiering van de gemeenschapswachten van de strategische veiligheids- en preventieplannen voor het jaar 2025, BS 12 januari 2026 

Deel dit nieuws

Gerelateerde artikels