Werknemers houden in 2026 wat meer nettoloon over door aangepaste berekening bedrijfsvoorheffing
De eerste maand van het jaar 2026 is voorbij. Dat betekent dat de werknemers intussen hun eerste loon van het nieuwe jaar hebben ontvangen. Op de loonfiche kunnen de effecten zichtbaar zijn van afspraken gemaakt in het kader van een sectoraal akkoord. Een heel aantal sectoren heeft ook een vast indexatiemoment in januari. Maar de start van een nieuw jaar geeft ook een aantal wijzigingen aan de regels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing die jouw werknemers op hun loon moeten betalen. Door de indexatie van verschillende fiscale grensbedragen en verminderingen zullen werknemers dit jaar gemiddeld meer nettoloon ontvangen.
Wat is bedrijfsvoorheffing ook alweer?
De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de personenbelasting. De verschuldigde bedrijfsvoorheffing wordt elke maand automatisch ingehouden op het belastbaar loon en de belastbare voordelen van werknemers. De berekening van de bedrijfsvoorheffing hangt af van verschillende factoren: het statuut van de ontvanger, de aard van het inkomen, de gezinssituatie van de ontvanger… De regels zijn opgenomen in Bijlage III bij het KB/WIB 92. Jaarlijks wordt deze bijlage geactualiseerd.
Belangrijkste wijzigingen voor 2026
Fiscaal voordeel voor overuren opnieuw beperkt tot 130 uur
De tijdelijke uitbreiding naar 180 overuren — die liep tot 31 december 2025 — werd niet verlengd. In 2026 geldt het fiscaal voordeel dus opnieuw enkel voor de eerste 130 overuren per jaar, in afwachting van een verlenging en/of aanpassing van deze regeling. Het Wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting maakt de optrekking tot 180 uur per jaar permanent, maar moet nog goedgekeurd worden in het parlement. Voor de horeca en voor werkgevers die werken in onroerende staat uitvoeren, blijven de hogere grenzen bestaan (180/280/360 uur per jaar).
Indexaties zorgen voor belastingverlaging
Een hele reeks bedragen (grensbedragen en verminderingen) wordt jaarlijks automatisch geïndexeerd. Hierdoor daalt de bedrijfsvoorheffing voor de werknemers die aan de voorwaarden voldoen. Hieronder vind je enkele voorbeelden.
| 1. Hogere vermindering voor de belastingvrije som (*) | |
| 2025 | 2026 |
| 2.915,75 euro (dit komt overeen met een belastbaar inkomen van 10.900 euro) |
2.987,98 euro (dit komt overeen met een belastbaar inkomen van 11.170 euro) |
| * Het deel van het belastbaar inkomen waarop je geen belastingen betaalt | |
| 2. Forfaitaire beroepskosten: worden afgetrokken van het bruto belastbaar inkomen | |
| 2025 | 2026 |
|
|
| 3. Voordelige belastingberekening bij partner met weinig of geen beroepsinkomsten: grenzen en verminderingsbedragen indexeren | |
| 2025 | 2026 |
|
|
| (*) In het Wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting is wel voorzien dat het maximumbedrag van het huwelijksquotiënt vanaf het aanslagjaar 2027 niet meer zal worden geïndexeerd. Ook heeft men een overgangsperiode (voor gepensioneerden) en afbouwscenario (voor niet-gepensioneerden) voorzien. Deze wetgeving is echter nog niet definitief. | |
| 4. Vermindering voor gezinslasten: hogere verminderingsbedragen | |
| 2025 | 2026 |
|
|
| 5. Woon-werkverkeer: hogere jaarplafonds | |
| Het jaarlijks maximumbedrag voor de vrijstelling voor het woon werkverkeer met een “ander vervoermiddel” (alles behalve: het openbaar vervoer, het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer of de fiets) | |
| 2025 | 2026 |
|
|
| Het jaarbedrag van de vrijgestelde fietsvergoeding | |
| 2025 | 2026 |
|
|
| 6. Tabellen voor bedrijfsvoorheffing op uitzonderlijke vergoedingen aangepast | ||
| De tabellen voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op exceptionele vergoedingen, opzeggingsvergoedingen en achterstallen werden geactualiseerd. Zowel in de tabel met de tarieven als in die met de grensbedragen voor de mogelijke toepassing van een vrijstelling en/of vermindering voor kinderen ten laste werden de referentiebezoldigingen geïndexeerd. Hierdoor komen werknemers met een gestegen loon, niet automatisch in een hoger belastingtarief terecht. | ||
|
Voorbeeld: impact in de praktijk Situatie werknemer:
|
||
| 2025 | 2026 | Verschil? |
| 712,85 euro/maand aan BV | 692,70 euro/maand aan BV | 20,15 euro/maand minder bedrijfsvoorheffing verschuldigd |
Bron:
Bijlage III van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gevoegd bij het KB van 11 december 2025 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, BS 29 december 2025