Ga naar de inhoud
Terug naar overzicht

Regering hervormt de gelijkgestelde periodes voor de pensioenberekening

Eén van de thema’s van de pensioenhervorming die de federale regering uitrolt, is het versterken van de band tussen werken en de opbouw van pensioen. Daarom worden de gelijkgestelde periodes voor de pensioenberekening verder hervormd. De regelgeving die dit mogelijk maakt, is op 29 januari 2026 gepubliceerd.

De hervorming is van toepassing op gelijkstelde periodes vanaf 1 februari 2025 en heeft impact op pensioenen die voor het eerst zullen ingaan vanaf 1 januari 2027.

Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw

Het pensioen wordt opgebouwd tijdens de beroepsactieve carrière. Er wordt rekening gehouden met de gepresteerde loopbaan en het verdiende loon.

De loopbaan bestaat zowel uit effectief gewerkte periodes als uit gelijkgestelde periodes. Dat zijn periodes waarin niet gewerkt werd maar die door de wetgever daarmee gelijkgesteld worden. Zo zijn onder meer ziektedagen/ziekteverlof, ouderschapsverlof en periodes van werkloosheid gelijkgestelde periodes.

Tijdens de gelijkgestelde periodes ontvangt de werknemer geen loon, maar een vervangingsinkomen. Omdat er geen loon gekend is, wordt er voor de pensioenopbouw gewerkt met het principe van het ‘normaal fictief loon’. Voor de gelijkgestelde periode wordt zo in principe het normaal verdiende loon van de periode voorafgaand aan de gelijkgestelde periode in rekening gebracht voor de pensioenberekening. Dat geldt onder meer voor de periodes van ziekte en ouderschapsverlof.

In een aantal gevallen wordt een ‘beperkt fictief loon’ gebruikt voor de berekening. Dat is een forfaitair bedrag dat geen verband houdt met het voorverdiende loon en momenteel (aan de index van februari 2025) 32.764,09 euro bedraagt. Dat forfait geldt als basis voor onder meer bepaalde periodes van werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en tijdskrediet-eindeloopbaan (ook landingsbaan genoemd).

Hervorming van bepaalde gelijkgestelde periodes vanaf 1 februari 2025

De federale regering hervormt de regels voor bepaalde gelijkgestelde periodes en houdt daarbij rekening met het maatschappelijk verantwoord karakter ervan. Zo blijft de gelijkstelling van periodes van ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof en diverse zorgverloven ongewijzigd berekend op basis van het normaal fictief loon.

Voor periodes van onvrijwillige werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en landingsbanen wijzigen de spelregels. Voor pensioenen die voor het eerst zullen ingaan op 1 januari 2027 zullen deze periodes vanaf 1 februari 2025 in principe gelijkgesteld worden aan het beperkt fictief loon. In tegenstelling tot wat voordien het geval was, wordt er daarbij niet langer rekening gehouden met de vergoedingsperiode in de werkloosheid, een bijzonder stelsel SWT of landingsbaan of de duurtijd van de landingsbaan.  

Voordien konden deze periodes – onder bepaalde voorwaarden – volledig of gedeeltelijk gelijkgesteld worden aan het normaal fictief loon. Er zijn ook de nodige overgangsmaatregelen en uitzonderingen op het beperkt fictief loon voorzien.

Voor periodes van onvrijwillige werkloosheid blijft het normaal fictief loon van toepassing: 

  • Voor werklozen die op 31 januari 2025 al volledig werkloos waren en een gelijkstelling genoten op basis van het normaal fictief loon. Deze voordelige gelijkstelling blijft behouden tot het einde van dit (voor 1 februari 2025) gestarte recht of tot zij (na 31 januari 2025) in een andere vergoedingsperiode terechtkomen.
  • Voor volledig werkloze havenarbeiders, erkende zeevissers, vislossers en -sorteerders.
  • Voor deeltijdse werknemers met behoud van rechten (met of zonder inkomensgarantie-uitkering) geboren voor 1970 als zij op 31 januari 2025 genoten van een gelijkstelling in de pensioenregeling van de werknemers.
  • Voor tijdelijk werklozen.
  • Voor werkloze kunstenaars die effectief een kunstwerkuitkering genoten.

Voor periodes van SWT blijft het normaal fictief loon van toepassing: 

  • Voor SWT-gerechtigden die op 31 januari 2025 al in SWT waren.
  • Voor SWT-gerechtigden die voor 31 januari 2025 ontslagen werden met het oog op SWT.

    Merk op dat de mogelijkheid om een werknemer te ontslaan met het oog op SWT sinds 2025 aanzienlijk beperkt is.

Voor de periodes van landingsbanen tot slot, blijft de berekening aan de hand van het normaal fictief loon behouden:

  • Voor de personen die zich op 31 januari 2025 al in een landingsbaan (met onderbrekingsuitkeringen) bevonden.
  • Voor de personen die voor 31 januari 2025 een aanvraag voor een landingsbaan met onderbrekingsuitkeringen deden.
  • Voor de personen die het rustpensioen als werknemer pas opnemen na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd (momenteel 66 jaar).

De hervorming zal dus de pensioenberekening van een werknemer die ontslagen wordt met het oog op SWT of die kiest voor een landingsbaan (kunnen) beïnvloeden.

Bron: KB 18 januari 2026 tot wijziging van de artikelen 24bis en 34 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 29 januari 2026.

Deel dit nieuws

Gerelateerde artikels