1,1% maximale marge loonkostontwikkeling 2019-2020

24 april 2019

De maximale marge voor de ontwikkeling van de loonkost werd vandaag voor de periode 2019-2020 vastgelegd in een koninklijk besluit

Om de twee jaar gaan de sociale partners, verzameld in de Groep van Tien, rond de tafel zitten om afspraken te maken over de evolutie van de lonen en andere hete hangijzers voor de komende twee jaren. Dat noemen we het Interprofessioneel Akkoord of IPA.

Dit jaar kon echter geen IPA bereikt worden. De maximale marge voor loonkostontwikkeling van 1,1 procent werd vandaag alsnog via een koninklijk besluit afgekondigd.

Loonnorm

Het koninklijk besluit legt vast dat de maximale marge voor de loonkostontwikkeling voor de periode 2019-2020 1,1% bedraagt. Dat betekent dat de gemiddelde loonkost gedurende deze periode maximaal met 1,1% mag stijgen bovenop de index.

  • Eerst zijn de sectoren aan zet. Zij zullen verder vastleggen in CAO’s hoe zij deze marge voor hun eigen sector willen invullen.
  • Vervolgens zullen ondernemingen aan zet zijn.

Zowel de sectoren als de ondernemingen zullen zich bij hun sociale onderhandelingen dus moeten houden aan de marge van 1,1%. Het gaat om een maximale beschikbare marge, wat wil zeggen dat de sectoren en werkgevers deze verplicht moeten naleven, maar ook dat ze deze niet volledig hoeven in te vullen.

Andere afspraken

Nu het koninklijk besluit over de loonnorm officieel gepubliceerd is, zal de Groep van Tien CAO’s sluiten omtrent de andere afspraken die traditioneel in een IPA worden vastgelegd. Het gaat over:

  • de leeftijd- en loopbaanvoorwaarden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, ook wel brugpensioen genoemd);
  • leeftijdsvoorwaarden voor landingsbanen voor oudere werknemers;
  • werkgeverstussenkomst in verplaatsingsvergoedingen;
  • uitbreiding van het aantal vrijwillige overuren;
  • verhoging van de minimumlonen;
  • verhoging van de sociale uitkeringen.

Meer inlichtingen over deze onderwerpen bezorgen we je wanneer de CAO-teksten beschikbaar zijn.

Bron:
Koninklijk besluit van 19 april 2019 tot uitvoering van artikel 7, § 1, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, BS 24 april 2019.

Deel dit artikel

Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates