De sociale verkiezingen zijn in aantocht

17 april 2019

Toch enkele opvallende wijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren

In het jaar 2020 gaan sociale verkiezingen door. Een onderneming die sociale verkiezingen moet organiseren, moet dit doen in de periode van 11 tot 24 mei 2020.

Ofschoon de reglementering hierover redelijk constant bleef in de afgelopen jaren, zijn er enkele opvallende veranderingen voor de sociale verkiezingen van 2020:

  • het vervroegen van de referteperiode om de drempel vast te stellen
  • het vervroegen van het kwartaal in het kader van de tewerkstelling van uitzendkrachten
  • andere, waaronder de mogelijkheid elektronisch te stemmen en het toekennen van stemrecht aan uitzendkrachten. Hierover kan je lezen in latere bijdragen

De referteperiode vervroegt

De verplichting deze verkiezingen te organiseren, rust op de schouders van alle werkgevers die 50 werknemers of meer in dienst hebben. Eens die drempel bereikt, moeten zij een comité voor preventie en bescherming oprichten. Bereikt een onderneming de limiet van 100 werknemers, dan moet zij bovendien een ondernemingsraad oprichten.

Voor de werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst of leerovereenkomst, tellen de dagen waarvoor zij tijdens een bepaalde periode ingeschreven zijn in het personeelsregister. Voor de verkiezingen van het jaar 2020 is deze referteperiode 1 oktober  2018 tot en met 30 september 2019. Deze periode werd vervroegd ten opzichte van de vorige sociale verkiezingen. Bij het organiseren van de vorige sociale verkiezingen was deze periode het jaar dat aan de sociale verkiezingen voorafging.

Het vervroegen van deze periode met één kwartaal heeft voordelen. Op deze manier weet een werkgever bij het einde van de referteperiode of hij deze verkiezingen moet organiseren of niet. De einddatum van de referteperiode is 30 september. In vorige uitgaves van de sociale verkiezingen eindigde de referteperiode op 31 december. Dan moesten de eerste stappen van de procedure al gezet zijn terwijl het mogelijk was dat de betrokken werkgever geen sociale verkiezingen moest organiseren, of omgekeerd. Het vervroegen van referteperiode lost dit probleem op.

Uitzendkrachten en het berekenen van de drempel

Hoe wordt deze drempel berekend? Het delen van dat aantal dagen dat de werknemer is ingeschreven in het personeelsregister door 365, geeft als resultaat één werknemer. Bijvoorbeeld: een voltijdse werknemer die een heel jaar in dienst is geweest, was 365 dagen in het personeelsregister ingeschreven. Gevolg: 365 dagen ingeschreven, te delen door 365, levert 1 werknemer op voor de vaststelling van de drempel. Ook deeltijdse werknemers tellen mee voor de berekening van de drempel maar voor hen gelden andere berekeningsfactoren.

Uitzendkrachten tellen mee om na te gaan de drempels van 50 of 100 werknemers bereikt werden. Voor een goed begrip: bij uitzendarbeid zijn er 3 partijen betrokken: het uitzendkantoor, de uitzendkracht en de gebruiker. Het uitzendkantoor is de werkgever van de uitzendkracht. De uitzendkracht is, logisch, de werknemer van het uitzendkantoor. De onderneming waar de uitzendkracht gaat werken, is de gebruiker.

Voor het verkiezingsjaar 2020 werd de referteperiode voor de berekening van uitzendkrachten bij de gebruiker vervroegd. Het kwartaal waarin de gebruiker rekening moet houden met de tewerkstelling van uitzendkrachten, is het tweede kwartaal van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van de verkiezingen. Dit is in concreto het tweede kwartaal van 2019 geworden. Het is niet langer het laatste kwartaal van het jaar dat de verkiezingen voorafgaat.

Om deze tewerkstelling van uitzendkrachten te registreren, moet de werkgever een bijlage bijhouden bij het algemeen personeelsregister. Dit register kunt u krijgen via deze link. Dit register houdt rekening met de wettelijke vereisten zoals bijvoorbeeld het toekennen van een nummer aan de betrokkene volgens een doorlopende nummering. De werkgever moet dit bewaren op het adres waaronder hij ingeschreven is bij de RSZ.

Uitzendkrachten die voor dit kwartaal al ter beschikking gesteld waren van de gebruiker, tellen mee voor de berekening van de drempel. Alleen de dagen die zij presteerden in dit kwartaal tellen mee. De dagen die voorafgaan aan dit kwartaal tellen niet mee.

Het totaal aantal kalenderdagen  dat elke werknemer ingeschreven werd in die bijlage wordt gedeeld door 92. Het resultaat vormt een eenheid die toegevoegd moet worden aan het resultaat van de berekening voor de reguliere werknemers. Bijvoorbeeld: met de reguliere tewerkstellingen werd een aantal van 49 werknemers bereikt. In het tweede kwartaal van 2019 werden in de bijlage 2 uitzendkrachten ingeschreven voor een tewerkstelling van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019. Dit zijn 182 dagen, te delen door 92 maakt 2 eenheden die aan de drempel toegevoegd moet worden. Bij deze onderneming is de drempel van 50 werknemers bereikt en de werkgever zal sociale verkiezingen moeten organiseren.

Uitzendkrachten die een vaste werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst, vervangen, tellen niet mee voor de berekening van de drempel.

Deel dit artikel
Terug naar overzicht juridisch nieuws en updates