Wat verandert er voor werkgevers in 2026?
Het nieuwe jaar betekent nieuwe regels en verplichtingen op sociaaljuridisch vlak. Onze juristen zetten de belangrijkste nieuwigheden overzichtelijk op een rij, per thema.
1. Loon
Verhoging GGMMI op 1 april 2026
Volgens het afsprakenkader dat de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) hebben afgesloten, stijgt het GGMMI vanaf 1 april 2026 met 35 euro bruto. Dat bedrag moet nog geïndexeerd worden. Het exacte bedrag van de verhoging ligt dus nog niet vast, maar vermoedelijk zal het – net zoals in april 2024 – uitkomen op 35,7 euro bruto (35 euro x 1,02 na de overschrijding van de spilindex in januari 2025).
Belangrijk om te weten: het (volledige) GGMMI geldt niet voor jongeren tussen 18 en 20 jaar met een studentenovereenkomst en voor jongeren van 16 en 17 jaar met een gewone arbeidsovereenkomst. Voor hen blijven de degressieve percentages van cao nr. 50 van 29 oktober 1991 van toepassing, tenzij er sectorale afwijkingen zijn afgesproken.
Net zoals in 2024 zullen de bijkomende kosten vermoedelijk (gedeeltelijk) gecompenseerd worden via een aanpassing van de formule van de structurele vermindering.
Loontransparantie
In mei 2023 keurde de EU een richtlijn goed die bedrijven verplicht om meer transparantie te bieden over hun loonbeleid. Het doel: loondiscriminatie tegengaan en de loonkloof tussen mannen en vrouwen verkleinen. Uiterlijk op 7 juni 2026 moet deze richtlijn in Belgische wetgeving zijn omgezet. Ze brengt nieuwe verplichtingen mee op het vlak van informatie, rekrutering en rapportering. Grote ondernemingen zullen al in 2027 voor het eerst moeten rapporteren, op basis van de loongegevens van 2026.
Hoewel de Belgische wetgever de details nog moet uitwerken, is het verstandig om nu al stappen te zetten richting transparantie. Zo ben je goed voorbereid wanneer de verplichtingen ingaan. Meer informatie vind je hier terug.
2. Arbeidsrelatie
Indexering van bedragen uit de Arbeidsovereenkomstenwet
Op 1 januari 2026 verhogen diverse bedragen uit de Arbeidsovereenkomstenwet. Het gaat om de loongrensbedragen voor de geldigheid van het scholingsbeding, het niet-concurrentiebeding en het scheidsrechterlijk beding, de loongrens in verband met de toeslag tijdelijke werkloosheid, en het budget voor inzetbaarheidsbevorderende maatregelen.
Meer informatie hierover lees je hier.
Uitbreiding flexi-jobs op komst
Er komt een grondige hervorming aan van het systeem van de flexi-jobs. Eén van de nieuwigheden is dat flexi-jobs mogelijk zullen worden in de hele private en publieke sector, behalve waar dit expliciet wordt uitgesloten.
Wat de inwerkingtreding van deze hervorming betreft, wordt gesproken over 1 april 2026, maar dit moet nog definitief worden bevestigd.
Meer informatie over de aangekondigde maatregelen vind je hier.
3. Arbeidsduur – Deeltijdse arbeid – Studentenarbeid – Arbeidsreglement
Uitbreiding vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026
Het systeem van de vrijwillige overuren wordt binnenkort uitgebreid. Vanaf 1 april 2026 zullen er tot 360 vrijwillige overuren gepresteerd kunnen worden. In de horecasector zal het aantal kunnen oplopen tot 450 vrijwillige overuren. Lees er hier meer over.
Naast de uitbreiding van de vrijwillige overuren voorzag het federale regeerakkoord nog een aantal andere wijzigingen in het kader van arbeidsreglementering. Hoewel we nog geen concrete ingangsdatum kunnen geven, kunnen we wel al meegeven dat deze maatregelen in de loop van 2026 in werking zullen treden. We geven je hierna alvast een korte opsomming mee van deze maatregelen. Wil je de meest actuele stand van zaken kennen? Kijk dan hier.
Accordeonroosters
Het federale regeerakkoord voorzag in de invoering van accordeonroosters, waarbij werknemers hun wekelijkse arbeidsuren flexibel kunnen spreiden over een volledig jaar. Dit geldt voor zowel voltijdse als deeltijdse werknemers en vereist een akkoord tussen werkgever en werknemer. Werknemers krijgen de keuze tussen inhaalrust of uitbetaling van extra uren.
Nachtarbeid
Het verbod op nachtarbeid wordt opgeheven. De grens om te kunnen spreken van nachtarbeid zal in de distributiesector en e-commerce wijzigen. Dit zal vermoedelijk een impact hebben op de premies die gekoppeld zijn aan nachtarbeid. De regeling zal enkel van toepassing zijn op nieuwe aanwervingen en zal niet gelden voor lopende nachtarbeid, deze werknemers mogen geen nadeel ondervinden van de nieuwe regeling.
Deeltijdse werknemers
Momenteel moet een deeltijdse werknemer minstens één derde van een voltijdse arbeidsduur werken. Deze verplichting wordt in vraag gesteld. Zij zal worden afgeschaft of aangepast. De 3-urenregel blijft ongewijzigd gelden, die bepaalt dat een werkperiode minstens 3 uur moet duren (of het aantal uren dat binnen de sector is vastgelegd).
Arbeidsreglement
Niet elk specifiek uurrooster hoeft nog opgenomen te worden in het arbeidsreglement. Wel moet het arbeidsreglement duidelijke grenzen van flexibiliteit bevatten, en werknemers dienen steeds tijdig geïnformeerd te worden over hun rooster.
Studentenarbeid
De minimale leeftijd om als student te werken wordt vastgelegd op 15 jaar. Een werkgever kan voortaan ook studenten die 15 jaar of ouder zijn en nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht tewerkstellen als student. Zij zullen enkel ‘lichte arbeid’ mogen uitvoeren. Zodra een koninklijk besluit vastlegt wat ‘lichte arbeid’ is, zullen studenten die minstens 15 jaar en nog voltijds leerplichtig zijn, kunnen worden tewerkgesteld. Bij het tewerkstellen van deze studenten moet er wel rekening gehouden worden met een aantal beschermende maatregelen. Lees er hier meer over.
Tijdsregistratie verplicht?
In de marge van het begrotingsakkoord, zou de regering besloten hebben dat een systeem moeten hebben waarmee de gewerkte uren van werknemers kunnen worden geregistreerd. Dit treedt echter pas in werking vanaf 2027. Lees er hier meer over.
FLA afgeschaft
De FLA is op 1 januari 2026 afgeschaft.
De Federal Learning Account (of kortom FLA) is een digitaal platform opgemaakt door de overheid. De bedoeling van de regering was om de werkgevers al sinds 2024 te verplichten om de opleidingen die de werknemers volgen te registreren. Dit zorgde voor veel administratieve lasten voor de werkgevers waardoor de verplichting al was uitgesteld.
Het regeerakkoord 2025-2029 kondigde zelfs aan de FLA te willen afschaffen. Volgens het regeerakkoord ging men met de nieuwe regelgeving de FLA afschaffen en samen met de deelstaten een alternatieve oplossing uitwerken die administratief minder belastend is. . Dit samenwerkingsakkoord geeft vorm aan de “Individual Learning Account” (ILA) waardoor aan alle natuurlijke personen vanaf de Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor toelating tot arbeid, wordt via een beveiligde digitale toepassing een overzicht aangeboden van hun gevolgde opleidingen, behaalde diploma’s, certificaten en dergelijke.
4. Arbeidsongeschiktheid en Terug naar Werk-beleid
In uitvoering van het regeerakkoord is er wetgeving in de maak die vanaf 1 januari 2026:
- de vrijstellingsregeling van het ziektebriefje terugschroeft van driemaal naar tweemaal per kalenderjaar;
- de hervaltermijn verlengt van 14 dagen naar 8 weken;
- ervoor zorgt dat de werkgever geen gewaarborgd loon moet betalen aan een werknemer in progressieve werkhervatting, ook niet tijdens de eerste twintig weken van de progressieve werkhervatting;
- werkgevers verplicht om een actief afwezigheidsbeleid uit te werken;
- de opstart van een procedure medische overmacht al mogelijk maakt na zes maanden arbeidsongeschiktheid i.p.v. na negen maanden;
- sancties oplegt aan werkgevers die niet snel genoeg een reïntegratietraject opstarten als blijkt dat een werknemer nog voldoende arbeidspotentieel heeft.
Je leest er hier meer over.
Er wordt verder ook een nieuwe solidariteitsbijdrage geïntroduceerd voor werkgevers die langdurig zieke werknemers tewerkstellen. Je leest er hier meer over.
5. Einde van de arbeidsovereenkomst
Werkloosheidsvergoeding bij vrijwillige werkloosheid
In de zomer van 2025 werd de hervorming van de werkloosheidsreglementering als een van de eerste projecten van de Arizona-regering in de Kamer goedgekeurd. Deze hervorming raakt voornamelijk de werkloosheidsrechten van langdurig werkzoekenden en zal in de loop van 2026 volop zichtbaar worden.
Een aspect dat ook voor werkgevers relevant kan zijn, is de wijziging van het principe dat werknemers die zelf ontslag nemen doorgaans geen recht hebben op een werkloosheidsuitkering, omdat zij niet onvrijwillig werkloos zijn. Vanaf 1 maart 2026 kan elke werknemer die minstens tien jaar voltijds gewerkt heeft toch een werkloosheidsvergoeding krijgen en zo een pauze inlassen in de loopbaan met behoud van een vervangingsinkomen. Dit wordt ook wel de “trampolinepremie” genoemd.
De premie kan slechts één keer in de loopbaan worden aangevraagd en wordt maximaal zes maanden toegekend. Werknemers die deze periode gebruiken om een opleiding te volgen die toegang geeft tot een knelpuntberoep, kunnen uitzonderlijk tot twaalf maanden een uitkering ontvangen.
Voor meer informatie over de hervorming van de werkloosheidsreglementering kan je terecht op de website van de RVA.
6. Pensioenen
Verlenging SWT wegens medische reden
Ook in 2026 kunnen ontslagen werknemers die minstens 58 jaar oud zijn, een beroepsloopbaan van 35 jaar kunnen aantonen en erkend zijn als mindervalide of ernstige lichamelijke problemen hebben, beroep blijven doen op SWT wegens medische reden. De leeftijd van 58 jaar moet uiterlijk op 31 december 2025 én op het effectieve einde van de arbeidsovereenkomst bereikt zijn.
Dit stelsel geldt algemeen en hoeft niet geactiveerd te worden via een sector- of ondernemingscao.
Meer informatie over de SWT-mogelijkheden lees je hier.
7. Nieuwigheden eindeloopbaan
Er zijn nieuwe regels van toepassing op alle schriftelijke aanvragen voor eindeloopbaan–tijdskrediet die vanaf 1 januari 2026 door de werknemer bij de werkgever worden ingediend.
De belangrijkste wijzigingen draaien rond drie pijlers:
- Uniforme leeftijd: dezelfde leeftijd is vereist om de arbeidstijd te verminderen én om RVA-uitkeringen te ontvangen.
- Algemeen stelsel: 60 jaar
- Bijzonder stelsel (zwaar beroep, lange loopbaan): 55 jaar
- Strengere loopbaanvoorwaarden: voor het algemeen stelsel wordt een verhoging van de loopbaanvoorwaarde voorzien van momenteel 25 jaar naar 30 jaar (mannen) en 26 jaar (vrouwen) in 2026. Deze voorwaarde wordt vervolgens geleidelijk verhoogd tot 35 jaar (mannen) en 30 jaar (vrouwen) in 2030.
- Uitbreiding 1/5-tijdskrediet: het 1/5-tijdskrediet wordt ook toegankelijk voor voltijdse werknemers die minder dan 5 dagen per week werken (mits een CAO of schriftelijke overeenkomst).
Meer informatie lees je hier.
8. Nieuwigheden tijdskrediet
Vanaf 1 januari 2026 wijzigen een aantal zaken met betrekking tot tijdskrediet:
- Het maximum van 5% afwezigheden in het kader van de drempelberekening voor tijdskrediet blijft gelden. Vanaf 2026 is echter duidelijk dat werknemers in mantelzorgverlof niet worden meegeteld in deze drempel. Bovendien worden werknemers die aansluitend na mantelzorgverlof tijdskrediet opnemen, gedurende de eerste zes maanden niet meegerekend.
- Het planningsmechanisme (zoals voorzien in cao 103) krijgt een update: werknemers die zorgen voor kwetsbare personen (door ouderdom, gezondheidstoestand of handicap) krijgen voorrang, op voorwaarde dat ze eerder palliatief verlof of medische bijstand hebben opgenomen.
- Voltijdse werknemers met een werkrooster van minder dan vijf dagen per week kunnen vanaf 2026 een 1/5 tijdskrediet opnemen, mits dit voorzien is in een sectorale of ondernemings-cao, of via een schriftelijke overeenkomst.
Lees er hier meer over.
9. Patronale RSZ-bijdragen
CO2-bijdrage bedrijfswagen: indexatie en wijzigingen vanaf 1 januari 2026
De CO2-bijdrage wordt berekend via bepaalde formules. De uitkomst van elke formule moet minstens gelijk zijn aan een minimumbijdrage. De bedragen na toepassing van de formule(s) worden vermenigvuldigd met i, de indexatiecoëfficiënt, die jaarlijks wordt aangepast. Voor 2026 moeten de bedragen worden vermenigvuldigd met 185,85 en vervolgens gedeeld door 114,08.
Voor bedrijfswagens die aangekocht, gehuurd of geleased zijn na 1 juli 2023, zullen - naast de jaarlijkse indexatie vanaf 1 januari – ook een hogere vermenigvuldigingsfactor en een hoger minimumbedrag aan CO2-bijdrage van toepassing zijn.
- De niet-geïndexeerde minimumbijdrage stijgt voor deze wagens vanaf 1 januari 2026 naar 25,99 euro (in plaats van 23,41 euro in 2025). De geïndexeerde minimumbijdrage voor 2026 bedraagt 42,34 euro per maand (dit bedrag is nog niet officieel bevestigd door de RSZ). Op dit minimumbedrag moet de vermenigvuldigingsfactor niet worden toegepast.
- De CO2-bijdrage die volgens de hierboven vermelde formules wordt berekend, wordt vervolgens vermenigvuldigd met een factor. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt deze factor 4 (in plaats van 2,75 in 2025).
Voor wagens die aangekocht, gehuurd of geleased zijn vóór 1 juli 2023 blijft het niet-geïndexeerde minimumbedrag 20,83 euro per maand. De geïndexeerde minimumbijdrage voor 2026 bedraagt 33,93 euro per maand (dit bedrag is nog niet officieel bevestigd door de RSZ).
Meer informatie kan je hier terugvinden.
10. Tewerkstellingsmaatregelen
Afschaffing startbaanverplichting vanaf 1 januari 2026
Sinds eind jaren negentig zijn werkgevers verplicht om voldoende jongeren in dienst nemen, ook wel de startbaanverplichting genoemd. Dat houdt concreet in dat een werkgever met minstens 50 werknemers verplicht is een wettelijk vastgesteld aantal jongeren (zijnde werknemers jonger dan 26 jaar) tewerk te stellen.
Omdat de startbaanverplichting in de praktijk geen noemenswaardige impact blijkt te hebben op de tewerkstelling van jongeren, voorziet de regering nu de afschaffing ervan vanaf 1 januari 2026. Dat moet zorgen voor een evenwichtigere arbeidsmarkt met meer vrijheid voor jongeren en minder administratieve lasten voor werkgevers.
De afschaffing van de startbaanverplichting is in eerste lezing al goedgekeurd, maar is nog geen definitieve wetgeving. De vraag is dan ook of de timing van 2026 zal gehaald worden. Je leest er hier meer over.
Afschaffing doelgroepvermindering kunstenaars in Vlaanderen vanaf 1 april 2026
Kunstenaars die tegen betaling van een loon artistieke prestaties leveren en/of in opdracht artistieke werken produceren, komen onder voorwaarden in aanmerking voor de doelgroepvermindering kunstenaars.
Onder artistieke prestaties wordt verstaan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele sector, in de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie.
De Vlaamse Regering voorziet in het Programmadecreet bij de begroting 2026 dat de vermindering wordt afgeschaft vanaf 1 april 2026. Lees er hier meer over.
Merk op de doelgroepvermindering voor kunstenaars tot op heden wel blijft bestaan in de andere regio’s.
Werkgelegenheidsmaatregelen in Wallonië: vereenvoudiging in zicht vanaf 1 juli
Wallonië plant een grondige vereenvoudiging van de werkgelegenheidsmaatregelen door de veelheid aan bestaande systemen te vervangen door één enkele, gedigitaliseerde en gerichte aanwervingspremie. Deze hervorming moet het systeem duidelijker en efficiënter maken voor werkgevers.
De premie zal voornamelijk bestemd zijn voor jongeren onder de 25 jaar, voor senioren ouder dan 57 jaar (onder voorwaarden), en voor werkzoekenden die al 12 of 24 maanden of langer bij Forem zijn ingeschreven. Kleine ondernemingen met minder dan 20 VTE zullen een verhoogd bedrag ontvangen.
Vanaf 1 juli 2026 zal één digitaal platform beschikbaar zijn om te controleren of je in aanmerking komt en om de premie snel aan te vragen. Dit project is voorlopig nog slechts een voorontwerp van decreet en kan nog wijzigen vóór de definitieve goedkeuring. Er zijn overgangsmaatregelen voorzien die vermoedelijk van toepassing zullen zijn tot eind 2029.
11. Divers
Vlaamse ketenaansprakelijkheid bij illegale tewerkstelling wordt strenger
Wanneer een opdrachtgever beroep doet op een aannemer die werknemers uit niet-EU landen tewerkstelt zonder geldige verblijfs- en werkvergunning, kan niet alleen de aannemer daarvoor aansprakelijk worden gesteld, maar ook de opdrachtgever.
Dat principe (vereenvoudigd voorgesteld) heet ketenaansprakelijkheid bij illegale tewerkstelling. De opdrachtgever kan hieraan ontsnappen wanneer hij een schriftelijke verklaring heeft van de aannemer waarin staat dat er geen illegale werknemers in dienst zijn, en ook niet in dienst in de toekomst zullen komen. Omdat dit de ketenaansprakelijkheid in de praktijk te makkelijk laat omzeilen, heeft de Vlaamse regering de zorgvuldigheidsplicht van opdrachtgevers uitgebreid.
Vanaf 1 januari 2026 moeten opdrachtgevers voorafgaandelijk aan de samenwerking bijkomende gegevens opvragen bij hun rechtstreekse aannemers. Het gaat om:
- identificatie- en contactgegevens van de aannemer;
- gegevens over de persoon, verblijfsrechtelijke situatie en tewerkstelling van de buitenlandse werknemers (bv. Limosa melding, A1 attest, kopie verblijfs- en arbeidsvergunning...).
Dat geldt enkel binnen de risicosectoren bouw, schoonmaak, vleessector en koeriersdiensten, en bij activiteiten binnen het Vlaams Gewest. Wanneer opdrachtgevers die zorgvuldigheidsplicht niet of onvoldoende naleven, dan zijn sancties van niveau 4 mogelijk. Meer informatie vind je hier.
Sectoraal aanvullend pensioen (SAP) PC 200 – ondernemingsactiviteit elektriciens en bouw
Vanaf 1 januari 2026 wordt voor de bedienden die tewerkgesteld zijn in een ondernemingsactiviteit elektriciens een sectoraal aanvullend pensioen (SAP) ingevoerd. Werkgevers die al een gelijkwaardig aanvullend pensioen aanboden op ondernemingsniveau, konden voor 16 juni 2025 een vrijstelling aanvragen Werkgevers die geen vrijstelling kregen, sluiten vanaf 1 januari automatisch aan bij het SAP. Zij zullen dan een totale jaarlijkse bruto bijdrage verschuldigd zijn voor elke actieve aangesloten bediende, gelijk aan 1,1% van het bruto jaarloon. Deze bijdrage wordt door de RSZ geïnd en vervangt de tijdelijke premie.
Vanaf 1 januari 2023 werd in PC 200 al een gewoon SAP ingevoerd voor de bedienden die tewerkgesteld waren in een ondernemingsactiviteit bouw. Vanaf 1 januari 2026 wordt dit SAP omgevormd tot een sociaal SAP. Dit betekent dat niet alleen gewerkte periodes zorgen voor een pensioenopbouw, maar ook gelijkgestelde periodes zoals arbeidsongeschiktheid, moederschapsverlof of geboorteverlof. Hierdoor stijgt de globale patronale bijdrage vanaf 1 januari naar 2,23% van het referteloon.
Vlaams opleidingsverlof
Vanaf schooljaar 2026-2027 wijzigen diverse aspecten van de regeling rond Vlaams opleidingsverlof. Hier lees je wat hierover al bekend is.
Op 1 september 2026 volgt bovendien een indexering van het plafond voor de mogelijke begrenzing van het loon. Diezelfde loongrens geldt ook voor het betaald educatief verlof in Brussel en Wallonië.
Blijf op de hoogte
De sociale wetgeving verandert regelmatig en brengt ongetwijfeld nog heel wat bijkomende wijzigingen voor werkgevers met zich mee. Wil je altijd als eerste op de hoogte zijn? Volg de sociaaljuridische updates van Acerta.
Artikel geschreven door
Manager Kenniscentrum, Acerta Consult